Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de productie van en de handel in frisdranken, siropen, waters en alcoholhoudende dranken, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken, het Bedrijfschap Frisdranken en Waters, het Produktschap voor Bier en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken (Instellingsbesluit Productschap Dranken).
- Kenmerk
- W12.02.0008/IV
- Datum advies
- 22 februari 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 9 juli 2002, nr 128
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de productie van en de handel in frisdranken, siropen, waters en alcoholhoudende dranken, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken, het Bedrijfschap Frisdranken en Waters, het Produktschap voor Bier en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken (Instellingsbesluit Productschap Dranken).
Bij Kabinetsmissive van 8 januari 2002, no.02.000074, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de productie van en de handel in frisdranken, siropen, waters en alcoholhoudende dranken, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken, het Bedrijfschap Frisdranken en Waters, het Produktschap voor Bier en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken (Instellingsbesluit Productschap Dranken).
In dit ontwerpbesluit wordt een nieuw productschap ingesteld en worden vier andere bedrijfs- en produktschappen opgeheven in het kader van de modernisering van het stelsel van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Werkingssfeer
In de toelichting, bij de artikelen 2 en 3, wordt opgemerkt dat de werkingssfeer van het nieuw op te richten productschap in belangrijke mate gelijk is aan die van de vier op te heffen bedrijfslichamen. Ingevolge artikel 3, tweede lid, onder d, van het ontwerpbesluit blijven ondernemingen met meer dan vijf verkoopplaatsen, waarin wordt uitgeoefend de detailhandel in sterkalcoholhoudende dranken, al dan niet gezamenlijk met zwakalcolholhoudende dranken, buiten de werkingssfeer van het Productschap Dranken. Niet duidelijk is wat de betekenis en de gevolgen zijn van deze uitzondering, dit mede gezien het feit dat door de op te heffen bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht blijven.(zie noot 1) De Raad adviseert dit punt nader toe te lichten.
2. Heffingen
Artikel 14, tweede lid, van het ontwerpbesluit bepaalt dat het productschap heffingen kan opleggen voor een ander doel dan de dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap. Die huishoudelijke uitgaven worden kennelijk, blijkens de toelichting, gefinancierd uit de algemene heffingen. De bepaling in artikel 14, tweede lid, is dermate ruim geformuleerd dat niet duidelijk is wat deze toevoegt aan de algemene bevoegdheid van bedrijfslichamen om bij verordening heffingen op te leggen, zoals neergelegd in artikel 126, eerste lid, Wbo. De Raad adviseert de bedoeling van deze bepaling nader toe te lichten.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 22 februari 2002, no.W12.02.0008/IV, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Na paragraaf 2 van Hoofdstuk I volgen de paragrafen 4 en 5; er is geen paragraaf 3, zodat dient te worden gezorgd voor een doorlopende nummering van de paragrafen.
- In artikel 7, eerste lid, "onder b en de" vervangen door: onder b en die waarin de.
- In artikel 15, vierde en vijfde lid, "in het eerste lid vermelde" schrappen.
- In artikel 19, vierde lid, "Wet op de bedrijfsorganisatie" vervangen door: wet.
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 mei 2002
De Raad van State merkt op dat het niet duidelijk is wat de betekenis en de gevolgen zijn van het van de werkingssfeer van het ontwerpbesluit uitzonderen van bepaalde ondernemingen, mede gezien het feit dat door de op te heffen bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht blijven. De Raad adviseert dit punt nader toe te lichten. Naar aanleiding van deze opmerking is in artikel 15, derde lid van het ontwerpbesluit tot uitdrukking gebracht dat de in bijlage A genoemde verordeningen en besluiten alleen blijven gelden voor de ondernemingen waarvoor het productschap Dranken wordt ingesteld. Ook de toelichting op deze bepaling is op dit punt aangepast.
De Raad merkt op dat artikel 14, tweede lid van het ontwerpbesluit op grond waarvan het productschap heffingen kan opleggen voor een ander doel dan de dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, dermate ruim geformuleerd is dat niet duidelijk is wat deze toevoegt aan de algemene bevoegdheid van bedrijfslichamen om bij verordening heffingen op te leggen, zoals neergelegd in artikel 126, eerste lid Wbo. Ik deel de mening van de Raad dat artikel 14, tweede lid van het ontwerpbesluit naast genoemde wettelijke bepaling overbodig is; dit artikellid is dan ook geschrapt.
De Raad van State kan zich overigens met het ontwerp verenigen.
Tevens zijn aan bijlage A twee verordeningen toegevoegd die op grond van artikel 15, derde lid van het ontwerpbesluit blijven gelden tot de datum waarop de door het productschap vastgestelde verordeningen terzake in werking zullen treden.
Op verzoek van partijen is de vestigingsplaats in artikel 3, derde lid, gewijzigd van Schiedam in Rotterdam.
Voorts is inmiddels een tweetal ondernemersorganisaties, te weten de Nederlandse Gedistilleerdunie en de Vereniging van Importeurs van Gedistilleerde Dranken, gefuseerd tot de Vereniging van Nederlandse Importeurs en Producenten van Gedistilleerde Dranken; bijlage C is op dat punt aangepast.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Artikel 15, derde lid, van het ontwerpbesluit.
In dit ontwerpbesluit wordt een nieuw productschap ingesteld en worden vier andere bedrijfs- en produktschappen opgeheven in het kader van de modernisering van het stelsel van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Werkingssfeer
In de toelichting, bij de artikelen 2 en 3, wordt opgemerkt dat de werkingssfeer van het nieuw op te richten productschap in belangrijke mate gelijk is aan die van de vier op te heffen bedrijfslichamen. Ingevolge artikel 3, tweede lid, onder d, van het ontwerpbesluit blijven ondernemingen met meer dan vijf verkoopplaatsen, waarin wordt uitgeoefend de detailhandel in sterkalcoholhoudende dranken, al dan niet gezamenlijk met zwakalcolholhoudende dranken, buiten de werkingssfeer van het Productschap Dranken. Niet duidelijk is wat de betekenis en de gevolgen zijn van deze uitzondering, dit mede gezien het feit dat door de op te heffen bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht blijven.(zie noot 1) De Raad adviseert dit punt nader toe te lichten.
2. Heffingen
Artikel 14, tweede lid, van het ontwerpbesluit bepaalt dat het productschap heffingen kan opleggen voor een ander doel dan de dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap. Die huishoudelijke uitgaven worden kennelijk, blijkens de toelichting, gefinancierd uit de algemene heffingen. De bepaling in artikel 14, tweede lid, is dermate ruim geformuleerd dat niet duidelijk is wat deze toevoegt aan de algemene bevoegdheid van bedrijfslichamen om bij verordening heffingen op te leggen, zoals neergelegd in artikel 126, eerste lid, Wbo. De Raad adviseert de bedoeling van deze bepaling nader toe te lichten.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 22 februari 2002, no.W12.02.0008/IV, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Na paragraaf 2 van Hoofdstuk I volgen de paragrafen 4 en 5; er is geen paragraaf 3, zodat dient te worden gezorgd voor een doorlopende nummering van de paragrafen.
- In artikel 7, eerste lid, "onder b en de" vervangen door: onder b en die waarin de.
- In artikel 15, vierde en vijfde lid, "in het eerste lid vermelde" schrappen.
- In artikel 19, vierde lid, "Wet op de bedrijfsorganisatie" vervangen door: wet.
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 mei 2002
De Raad van State merkt op dat het niet duidelijk is wat de betekenis en de gevolgen zijn van het van de werkingssfeer van het ontwerpbesluit uitzonderen van bepaalde ondernemingen, mede gezien het feit dat door de op te heffen bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht blijven. De Raad adviseert dit punt nader toe te lichten. Naar aanleiding van deze opmerking is in artikel 15, derde lid van het ontwerpbesluit tot uitdrukking gebracht dat de in bijlage A genoemde verordeningen en besluiten alleen blijven gelden voor de ondernemingen waarvoor het productschap Dranken wordt ingesteld. Ook de toelichting op deze bepaling is op dit punt aangepast.
De Raad merkt op dat artikel 14, tweede lid van het ontwerpbesluit op grond waarvan het productschap heffingen kan opleggen voor een ander doel dan de dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, dermate ruim geformuleerd is dat niet duidelijk is wat deze toevoegt aan de algemene bevoegdheid van bedrijfslichamen om bij verordening heffingen op te leggen, zoals neergelegd in artikel 126, eerste lid Wbo. Ik deel de mening van de Raad dat artikel 14, tweede lid van het ontwerpbesluit naast genoemde wettelijke bepaling overbodig is; dit artikellid is dan ook geschrapt.
De Raad van State kan zich overigens met het ontwerp verenigen.
Tevens zijn aan bijlage A twee verordeningen toegevoegd die op grond van artikel 15, derde lid van het ontwerpbesluit blijven gelden tot de datum waarop de door het productschap vastgestelde verordeningen terzake in werking zullen treden.
Op verzoek van partijen is de vestigingsplaats in artikel 3, derde lid, gewijzigd van Schiedam in Rotterdam.
Voorts is inmiddels een tweetal ondernemersorganisaties, te weten de Nederlandse Gedistilleerdunie en de Vereniging van Importeurs van Gedistilleerde Dranken, gefuseerd tot de Vereniging van Nederlandse Importeurs en Producenten van Gedistilleerde Dranken; bijlage C is op dat punt aangepast.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Artikel 15, derde lid, van het ontwerpbesluit.