Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende voorzieningen met betrekking tot het Faunafonds (Besluit Faunafonds).
- Kenmerk
- W11.02.0023/V
- Datum advies
- 18 maart 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 9 juli 2002, nr 128
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende voorzieningen met betrekking tot het Faunafonds (Besluit Faunafonds).
Bij Kabinetsmissive van 17 januari 2002, no.02.000257, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende voorzieningen met betrekking tot het Faunafonds (Besluit Faunafonds).
In het ontwerpbesluit worden de diersoorten aangewezen ten aanzien waarvan het Faunafonds maatregelen bevordert ter voorkoming en bestrijding van schade door deze diersoorten. Met het oog op de bekostiging van het Faunafonds bevat het tevens regels omtrent de wijze waarop de bijdragen, zoals die geheven worden voor de afgifte van jachtakten, valkeniersakten of kooikersakten, aan het Faunafonds ter beschikking worden gesteld. Ten slotte wordt geregeld welke bijdrage de minister en gedeputeerde staten van de provincies ten behoeve van het Faunafonds verlenen. Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State aanleiding het volgende op te merken.
1. Ingevolge artikel 6, derde en vierde lid, van het ontwerpbesluit stelt de minister jaarlijks een bijdrage aan het Faunafonds ter beschikking waarop onder meer de aan het Faunafonds ter beschikking gestelde bijdragen voor de afgifte jachtakten in mindering zijn gebracht. Voorzover de bijdrage van de minister strekt tot tegemoetkoming in de kosten van het Faunafonds die verbonden zijn aan tegemoetkomingen door het Faunafonds in schade die is veroorzaakt door beschermde dieren, wijst de Raad erop dat artikel 8, derde lid, van het Jachtbesluit(zie noot 1) zich verzet tegen de aanwending van de opbrengst van jachtaktebijdragen voor vermindering van de bijdrage van de minister in dat opzicht. In verband hiermee zal de regeling van de ministeriële bijdrage moeten worden aangepast.
2. In paragraaf 4 van de nota van toelichting wordt uiteengezet dat in het kader van de goedkeuring van begroting van het Faunafonds afspraken worden gemaakt over de betaling en bevoorschotting aan het Faunafonds met betrekking tot de bijdrage van provincies en die van de minister. Daarbij zal dan rekening moeten worden gehouden met het in de begroting opgenomen verwachte uitgavenpatroon met betrekking tot tegemoetkomingen in schade, zoals ook gebruikelijk was bij de betaling en bevoorschotting ten behoeve van het Jachtfonds (voorloper van het Faunafonds) in het kader van de Jachtwet. Mede naar aanleiding van het advies van het Faunafonds dat over het ontwerpbesluit is ingewonnen (bladzijden 8 en 9 van het advies), acht het college een regeling van maandelijks te verstrekken voorschotten met de mogelijkheid van verrekening achteraf meer in de rede liggen, vooral om vertragingen in de uitbetaling van tegemoetkomingen in schade door het Faunafonds te voorkomen. Ook op dit punt ware het ontwerpbesluit nader te bezien.
3. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 18 maart 2002, no.W11.02.0023/V, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 6, zevende lid, en in de toelichting daarop in paragraaf 3 van de nota van toelichting duidelijk aangeven dat het op de bijdrage aan het Faunafonds in mindering te brengen bedrag aan besparingen wordt berekend door van de verleende beheersvergoedingen het gemiddelde bedrag af te trekken dat met betrekking tot dezelfde percelen in de voorgaande drie jaar uit het Faunafonds of het Jachtfonds aan tegemoetkoming in schade is vergoed.
Nader rapport (reactie op het advies) van 21 juni 2002
De Raad van State maakt een aantal opmerkingen die in het navolgende worden besproken.
1. Ingevolge artikel 6, derde en vierde lid, van het ontwerpbesluit stelt de minister jaarlijks een bijdrage aan het Faunafonds ter beschikking waarop onder meer de aan het Faunafonds ter beschikking gestelde bijdrage voor de afgifte jachtakten in mindering is gebracht. Voorzover de bijdrage van de minister strekt tot tegemoetkoming in de kosten van het Faunafonds in schade die is veroorzaakt door beschermde dieren, wijst de Raad erop dat artikel 8, derde lid, van het Jachtbesluit zich verzet tegen de aanwending van de opbrengst van de jachtaktebijdragen voor mindering van de bijdrage van de minister in dat opzicht. De Raad adviseert de regeling van de ministeriële bijdrage hieraan aan te passen.
Deze opmerking lijkt te berusten op een misverstand. Het ontwerpbesluit ziet niet op de bijdrage als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Jachtbesluit. De aan het Faunafonds ter beschikking gestelde bijdrage uit de uitgiften van de akten die in het onderhavige ontwerpbesluit in mindering wordt gebracht is de bijdrage als bedoeld in artikel 96, derde lid, van de Flora -en faunawet, gelet hierop wordt het advies van de Raad op dit punt niet overgenomen.
2. In paragraaf 4 van de nota van toelichting wordt uiteengezet dat in het kader van de goedkeuring van de begroting van het Faunafonds afspraken worden gemaakt over de betaling en de bevoorschotting aan het Faunafonds met betrekking tot de bijdrage van provincies en die van de minister. Mede naar aanleiding van het advies van het Faunafonds dat over het ontwerpbesluit is ingewonnen, acht de Raad een regeling van maandelijks te verstrekken voorschotten met de mogelijkheid van verrekening achteraf meer in de rede liggen, vooral om vertraging in de uitbetaling van tegemoetkomingen in schade door het Faunafonds te voorkomen. Op dit punt adviseert de Raad het ontwerpbesluit nader te bezien.
De passage uit de nota van toelichting waarnaar de Raad verwijst sluit een regeling van maandelijks te verstrekken voorschotten met de mogelijkheid van verrekening achteraf niet uit. Het is echter niet nodig en gezien de wens van het kabinet om te komen tot deregulering niet wenselijk hierover nadere regels op te nemen in het onderhavige besluit.
3. De redactionele kanttekening, zoals opgenomen in de bijlage bij het advies, is gevolgd.
Bovendien is de nota van toelichting verduidelijkt, in zoverre dat met "calamiteiten" als bedoeld in artikel 7 van het ontwerpbesluit gedoeld wordt op onvoorziene omstandigheden welke niet te wijten zijn aan bestuurlijk handelen of nalaten.
Voorts is, gelet op de inwerkingtreding van de Flora -en faunawet en de daarmee samenhangende besluiten op 1 april j.l., de inwerkingtreding van dit besluit niet langer meer bepaald op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De inwerkingtreding is in het ontwerpbesluit thans bepaald op 1 juli 2002.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatsecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
(1) Artikel 8, derde lid, luidt: De geldsom (…) omvat een bijdrage ter dekking van de kosten van de uitgifte van een akte alsmede een algemene bijdrage in de kosten van onderzoek en voorlichting op het gebied van jacht, beheer en schadebestrijding.