Ontwerpbesluit houdende de aanwijziging van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van de provinciale weg N470-Zuid (t.z.t. N471) vanaf de N471-G.K. van Hogendorpweg in de gemeente Rotterdam, tot en met het toekomstige Tolhekplein in de gemeenten Pijnacker en Berkel en Rodenrijs, alsmede de reconstructie van de kruising met de Doenkade tot het Doenkadeplein, de aanleg van de rotondes Oudeland en Oudelandselaan, de aanleg van de busaansluiting Stationssingel, het maken van de aansluiting Klapwijkseweg (N472) en de aanleg van het Tolhekplein, met bijkomende werken, in de gemeenten Rotterdam, Berkel en Rodenrijs en Pijnacker.
- Kenmerk
- W09.02.0301/V
- Datum advies
- 16 augustus 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 november 2002, nr 218
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende de aanwijziging van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van de provinciale weg N470-Zuid (t.z.t. N471) vanaf de N471-G.K. van Hogendorpweg in de gemeente Rotterdam, tot en met het toekomstige Tolhekplein in de gemeenten Pijnacker en Berkel en Rodenrijs, alsmede de reconstructie van de kruising met de Doenkade tot het Doenkadeplein, de aanleg van de rotondes Oudeland en Oudelandselaan, de aanleg van de busaansluiting Stationssingel, het maken van de aansluiting Klapwijkseweg (N472) en de aanleg van het Tolhekplein, met bijkomende werken, in de gemeenten Rotterdam, Berkel en Rodenrijs en Pijnacker.
Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat met een schrijven van 11 juli 2002, no.HKW/R 2002/6156, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit, houdende de aanwijziging van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van de provinciale weg N470-Zuid (t.z.t. N471) vanaf de N471-G.K. van Hogendorpweg in de gemeente Rotterdam, tot en met het toekomstige Tolhekplein in de gemeenten Pijnacker en Berkel en Rodenrijs, alsmede de reconstructie van de kruising met de Doenkade tot het Doenkadeplein, de aanleg van de rotondes Oudeland en Oudelandselaan, de aanleg van de busaansluiting Stationssingel, het maken van de aansluiting Klapwijkseweg (N472) en de aanleg van het Tolhekplein, met bijkomende werken, in de gemeenten Rotterdam, Berkel en Rodenrijs en Pijnacker.
1. Reclamanten sub 1 en sub 2 hebben blijkens hun zienswijzen in verband met in de grond aanwezige leidingen zakelijke rechten gevestigd op onroerende zaken die in het ontwerpbesluit ter onteigening zijn aangewezen. In de overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen van deze reclamanten wordt met betrekking tot de noodzaak van de onteigening van die rechten opgemerkt dat die noodzaak bestaat wanneer redelijkerwijs belemmeringen aanwezig moeten worden geacht voor de aanleg en instandhouding van het werk. In het ontwerpbesluit wordt niet vermeld welke belemmeringen dat in dit geval zijn.
De Raad van State adviseert de desbetreffende overwegingen in het ontwerpbesluit aan te vullen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 16 augustus 2002, no.W09.02.0301/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- De mededeling in de zesde overweging naar aanleiding van de zienswijze van reclamante sub 5 dat nog geen goedkeuring is verkregen van het bestuur van de provincie Zuid-Holland voor aankoop van het gehele perceel van deze reclamante aanvullen in verband met de mededelingen die daarover eerder van de zijde van het provinciebestuur op de hoorzitting van 5 maart 2002 (verslag op bladzijde 3) zijn gedaan.
- De laatste overweging aanpassen in verband met het feit dat percelen van reclamanten sub 6, 7 en 8 zijn geschrapt uit de lijst van ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken.
Nader rapport (reactie op het advies) van 30 augustus 2002
In genoemd advies merkt de Raad op, dat reclamanten sub 1 en sub 2 blijkens hun zienswijzen in verband met in de grond aanwezige leidingen zakelijke rechten gevestigd hebben op onroerende zaken die in het ontwerpbesluit ter onteigening zijn aangewezen. In de overwegingen naar aanleiding van deze zienswijze wordt met betrekking tot de noodzaak van onteigening van die rechten opgemerkt dat die noodzaak bestaat wanneer redelijkerwijs belemmeringen aanwezig moeten worden geacht voor de aanleg en instandhouding van het werk. In het ontwerpbesluit wordt niet vermeld welke belemmeringen dat in dit geval zijn. De Raad van State adviseert de desbetreffende overwegingen in het ontwerpbesluit aan te vullen.
Naar aanleiding van deze opmerking van de Raad heb ik nader onderzoek verricht naar de ligging van de betrokken kabels, de aanwezige zakelijke rechten en de daaruit voortkomende belemmeringen voor de aanleg en instandhouding van het werk.
Met betrekking tot de 16" gasleiding en de daartoe gevestigde zakelijke rechten van reclamante sub 1 wordt opgemerkt, dat de leiding dient te worden verplaatst in verband met de aanleg van de tunnel Rodenrijseweg. De toekomstige noordelijke toerit van de tunnel is geprojecteerd op de bestaande gasleiding. Verplaatsing van deze leiding is derhalve noodzakelijk. Met betrekking tot de 12" pijpleiding en de daartoe gevestigde zakelijke rechten van reclamante sub 2 wordt opgemerkt, dat de leiding ligt in het toekomstige tracé van de fietstunnel Tolhek en de rotonde Tolhekplein. Deze leiding doorsnijdt de aan te leggen rotonde nagenoeg door het midden. Verplaatsing van deze leiding is derhalve noodzakelijk.
Gelet op het bovenstaande kom ik tot de conclusie dat de van reclamanten sub 1 en 2 betrokken leidingen alsmede de daartoe gevestigde zakelijke rechten de aanleg van het onderhavige werk belemmeren. Mede op grond van de reeds in het ontwerpbesluit opgenomen overwegingen blijft derhalve aanwijzing ter onteigening van de reclamanten betrokken zakelijke rechten noodzakelijk. Het ontwerpbesluit is aangevuld met bovenstaande overwegingen.
Met de door de Raad in voornoemd advies gemaakte redactionele kanttekeningen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden. Het ontwerpbesluit is dienovereenkomstig aangevuld en aangepast.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
1. Reclamanten sub 1 en sub 2 hebben blijkens hun zienswijzen in verband met in de grond aanwezige leidingen zakelijke rechten gevestigd op onroerende zaken die in het ontwerpbesluit ter onteigening zijn aangewezen. In de overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen van deze reclamanten wordt met betrekking tot de noodzaak van de onteigening van die rechten opgemerkt dat die noodzaak bestaat wanneer redelijkerwijs belemmeringen aanwezig moeten worden geacht voor de aanleg en instandhouding van het werk. In het ontwerpbesluit wordt niet vermeld welke belemmeringen dat in dit geval zijn.
De Raad van State adviseert de desbetreffende overwegingen in het ontwerpbesluit aan te vullen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 16 augustus 2002, no.W09.02.0301/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- De mededeling in de zesde overweging naar aanleiding van de zienswijze van reclamante sub 5 dat nog geen goedkeuring is verkregen van het bestuur van de provincie Zuid-Holland voor aankoop van het gehele perceel van deze reclamante aanvullen in verband met de mededelingen die daarover eerder van de zijde van het provinciebestuur op de hoorzitting van 5 maart 2002 (verslag op bladzijde 3) zijn gedaan.
- De laatste overweging aanpassen in verband met het feit dat percelen van reclamanten sub 6, 7 en 8 zijn geschrapt uit de lijst van ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken.
Nader rapport (reactie op het advies) van 30 augustus 2002
In genoemd advies merkt de Raad op, dat reclamanten sub 1 en sub 2 blijkens hun zienswijzen in verband met in de grond aanwezige leidingen zakelijke rechten gevestigd hebben op onroerende zaken die in het ontwerpbesluit ter onteigening zijn aangewezen. In de overwegingen naar aanleiding van deze zienswijze wordt met betrekking tot de noodzaak van onteigening van die rechten opgemerkt dat die noodzaak bestaat wanneer redelijkerwijs belemmeringen aanwezig moeten worden geacht voor de aanleg en instandhouding van het werk. In het ontwerpbesluit wordt niet vermeld welke belemmeringen dat in dit geval zijn. De Raad van State adviseert de desbetreffende overwegingen in het ontwerpbesluit aan te vullen.
Naar aanleiding van deze opmerking van de Raad heb ik nader onderzoek verricht naar de ligging van de betrokken kabels, de aanwezige zakelijke rechten en de daaruit voortkomende belemmeringen voor de aanleg en instandhouding van het werk.
Met betrekking tot de 16" gasleiding en de daartoe gevestigde zakelijke rechten van reclamante sub 1 wordt opgemerkt, dat de leiding dient te worden verplaatst in verband met de aanleg van de tunnel Rodenrijseweg. De toekomstige noordelijke toerit van de tunnel is geprojecteerd op de bestaande gasleiding. Verplaatsing van deze leiding is derhalve noodzakelijk. Met betrekking tot de 12" pijpleiding en de daartoe gevestigde zakelijke rechten van reclamante sub 2 wordt opgemerkt, dat de leiding ligt in het toekomstige tracé van de fietstunnel Tolhek en de rotonde Tolhekplein. Deze leiding doorsnijdt de aan te leggen rotonde nagenoeg door het midden. Verplaatsing van deze leiding is derhalve noodzakelijk.
Gelet op het bovenstaande kom ik tot de conclusie dat de van reclamanten sub 1 en 2 betrokken leidingen alsmede de daartoe gevestigde zakelijke rechten de aanleg van het onderhavige werk belemmeren. Mede op grond van de reeds in het ontwerpbesluit opgenomen overwegingen blijft derhalve aanwijzing ter onteigening van de reclamanten betrokken zakelijke rechten noodzakelijk. Het ontwerpbesluit is aangevuld met bovenstaande overwegingen.
Met de door de Raad in voornoemd advies gemaakte redactionele kanttekeningen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden. Het ontwerpbesluit is dienovereenkomstig aangevuld en aangepast.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat