Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W08.02.0188/V

Ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende wijziging van het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen (gecreosoteerd hout).

Kenmerk
W08.02.0188/V
Datum advies
12 augustus 2002
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 8 april 2003, nr 69
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende wijziging van het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen (gecreosoteerd hout).

Bij Kabinetsmissive van 1 mei 2002, no.02.002076, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende wijziging van het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen (gecreosoteerd hout).

Het ontwerpbesluit strekt allereerst tot implementatie van richtlijn nr.2001/90/EG van de Commissie van 26 oktober 2001 tot zevende aanpassing aan de technische vooruitgang van bijlage I bij Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (creosoot) (PbEG L 283) (hierna: richtlijn 2001/90/EG). Voorts voorziet het ontwerpbesluit in een invoer-, handels- en toepassingsverbod van gecreosoteerd hout voorzover dit in contact komt met oppervlakte- of grondwater.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State aanleiding tot een drietal opmerkingen betreffende de inwerkingtreding van de regeling voorzover die verdergaat dan de richtlijn mogelijk maakt, de verhouding tot andere regelgeving en inzake delegatie.

1. Inwerkingtreding
In het nieuwe artikel 8a, eerste lid, aanhef en onder b tot en met i, van het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen (hierna: het PAK(zie noot 1)-besluit) heeft de omzetting plaatsgevonden van richtlijn 2001/90/EG. In onderdeel a van dit artikellid is eenzelfde invoer-, handels- en toepassingsverbod opgenomen voor gecreosoteerd hout indien dit in contact komt met oppervlaktewater of grondwater. Dit onderdeel reikt verder dan richtlijn 2001/90/EG toelaat, hetgeen naar het oordeel van de Raad niet zonder problemen is.
In de toelichting (paragrafen 1.2 en 1.3) wordt opgemerkt dat hiertoe is overgegaan naar aanleiding van het besluit van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB) om de toelating van het houtverduurzamingsmiddel creosoot voor de behandeling van hout met ingang van 1996 te beperken. Met ingang van 1 oktober 1999 is het gebruik van creosoot voor toepassingen in contact met (grond)water zelfs geheel verboden (paragraaf 5). Omdat echter met dit besluit van het CTB niet de import van gecreosoteerd hout kan worden voorkomen, is in artikel 8a van het besluit een aanvullend voorschrift opgenomen dat invoer van dit hout geheel verbiedt.
Daarmee wordt verdergegaan dan richtlijn 2001/90/EG die alleen bepaalde toepassingen verbiedt ongeacht of die toepassingen in contact komen met oppervlakte- of grondwater. In de toelichting (paragaaf 4) wordt dit probleem onderkend en is uiteengezet dat op grond van artikel 95, vijfde lid, van het EG-Verdrag kennisgeving aan de Europese Commissie is gedaan. Op dit moment heeft de Europese Commissie hierop nog niet beschikt. Wel is op een eerdere kennis¬geving beslist, maar het betrof hier geen beoordeling tegen de achtergrond van richtlijn 2001/90/EG, maar van richtlijn 94/60/EG.(zie noot 2) Richtlijn 2001/90/EG voorziet in een aanscherping van het gebruik van gecreosoteerd hout in die zin dat dit alleen nog mag plaatsvinden door industriële installaties of professionele gebruikers. Voor consumenten bestaat geen uitzondering meer. Voorts is de opsomming van verboden toepassingen uitgebreid.
Dit betekent dat artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, niet in overeenstemming zijn met richtlijn 2001/90/EG. Deze artikelonderdelen kunnen dan ook eerst in werking treden, indien de goedkeuring van de Europese Commissie is verkregen. Hiervan dient de inwerkingtredingsbepaling blijk te geven.
De Raad is van oordeel dat het ontwerpbesluit op dit onderdeel dient te worden gewijzigd en geeft in overweging artikel II zodanig aan te passen dat tot uitdrukking wordt gebracht dat artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, op een nader te bepalen tijdstip in werking zal treden.

2. Verhouding tot andere regelgeving
Het import-, toepassings- en handelsverbod met betrekking tot gecreosoteerd hout in contact met (grond)water is vormgegeven door een wijziging van het PAK-besluit. Daartoe is de reikwijdte van het besluit verbreed en de citeertitel aangepast. Aan de voorschriften met betrekking tot coatings worden nu die voor PAK-houdende producten toegevoegd.
Onduidelijk is de verhouding tot het Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (hierna: besluit 1998) en in het bijzonder de artikelen 12 tot en met 14. Richtlijn 94/60/EEG is geïmplementeerd in het besluit 1998 en de artikelen 12 tot en met 14 bevatten eveneens verbodsbepalingen voor invoer van gecreosoteerd hout. In paragraaf 3 van de toelichting wordt hiervan melding gemaakt en wordt voorts opgemerkt dat het invoerverbod zoals nu opgenomen in artikel 8a verder strekt dan de geldende regeling.

a. In paragraaf 7 van de toelichting bij het besluit 1998 is opgemerkt dat te zijner tijd zou worden bezien of het, uit een oogpunt van inzichtelijkheid van regelgeving, wenselijk zou zijn om het toentertijd in voorbereiding zijnde PAK-besluit en de regels betreffende PAK uit het besluit 1998 in één besluit te integreren. Omdat het in het ene besluit om een EG-implementatie ging en in het andere niet, is op dat moment gekozen voor twee aparte besluiten.(zie noot 3) Aangezien in het nu voorliggende geval opnieuw beide besluiten een rol spelen dient deze vraag alsnog beantwoord te worden en zal voor het laten voortbestaan van twee regelingen over dezelfde materie een rechtvaardiging moeten worden aangedragen. In dat verband zal ook duidelijk moeten worden gemaakt welke betekenis moet worden toegekend aan het zelfstandig laten voortbestaan van de artikelen 12 tot en met 14 van het besluit 1998.

b. Voorts kan worden vastgesteld dat de formulering van artikel 13 van het besluit 1998 niet meer overeenkomt met punt 32.3, onderdeel i, onder a van richtlijn 2001/90/EG en dat de specifieke opsomming van punt 32.3 ontbreekt. Het zal daarom noodzakelijk zijn de artikelen uit het besluit 1998 aan te passen aan deze richtlijn.

De Raad geeft in overweging de toelichting aan te vullen met een dragende motivering voor de gemaakte keuze en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.

3. Delegatie
Ingevolge het voorgestelde artikel 8b is voorzien in de verplichting dat zij die gecreosoteerd hout, voorzover dat wordt gebruikt voor toepassingen die niet onder het verbod van artikel 8a, eerste lid, vallen, invoeren, aan een ander ter beschikking stellen of voor handelsdoeleinden voorhanden hebben, een administratie van dat gecreosoteerde hout (bij)houden.
Opneming van de plicht tot het voeren van een administratie vereist een deugdelijke wettelijke basis, die, naar het oordeel van de Raad, niet in de relevante artikelen 25 tot en met 30, en 32, en evenmin in artikel 62, van de Wet milieugevaarlijke stoffen voorhanden is.
Geconcludeerd moet dan ook worden dat een verplichting zoals geformuleerd in artikel 8b een deugdelijke wettelijke basis mist. De Raad geeft in overweging dit artikel te wijzigen.

4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 12 augustus 2002, no.W08.02.0188/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- De toelichting actualiseren waar het betreft vermeldingen van data die reeds zijn gepasseerd (slot van paragraaf 1.2 en het slot van paragraaf 5).
- In de toelichting een transponeringstabel opnemen (aanwijzing 344 van de Aanwijzigen voor de regelgeving).
- Paragraaf 4 op het punt van de ontbrekende gegevens actualiseren.



Nader rapport (reactie op het advies) van 5 februari 2003


De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

1. Inwerkingtreding
De Raad is van oordeel dat het eerste lid, onderdeel a en het tweede lid (thans: vierde lid), van artikel 8a, pas in werking kunnen treden nadat goedkeuring is verkregen van de Europese Commissie, naar aanleiding van een kennisgeving van Nederland op grond van artikel 95, vijfde lid, van het EG-verdrag. Inmiddels is die goedkeuring verkregen en kunnen deze bepalingen tegelijk met de overige bepalingen van het ontwerpbesluit in werking treden. Beide bepalingen zijn hiertoe aangepast, evenals de inwerkingtredingsbepaling die inhoudt dat het besluit in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken vanaf de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het besluit wordt geplaatst. De termijn van vier weken vloeit voort uit artikel 61, tweede lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen. De nota van toelichting is op dit punt eveneens aangepast.

2. Verhouding tot andere regelgeving
Zowel het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen als het Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (hierna: Besluit 1998) bevatten bepalingen over creosoot. Het Besluit 1998 betreft de stoffen en preparaten waaromtrent regelen worden gesteld in richtlijn 76/769/EEG, inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten, waaronder creosoot. Wijzigingsrichtlijn 2001/90/EG heeft de bijlage bij die richtlijn op het gebied van creosoot gewijzigd. Het besluit PAK-houdende coatings is slechts van toepassing op die coatings (dit zijn preparaten) voor zover het Besluit 1998 daarover geen regels stelt en is in die zin dus aanvullend. Hout of een ander product dat met creosoot is behandeld, is daardoor voorzien van een coating. Creosoothoudende stoffen bevatten echter PAK. Om die reden worden de voorschriften met betrekking tot gecreosoteerd hout ondergebracht in het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen. Het Besluit 1998 geeft derhalve voorschriften voor de stof creosoot, terwijl het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen bijzondere voorschriften geeft voor toegepast creosoot. Uitgaande van dit onderscheid hadden de artikelen 12 tot en met 14 van het Besluit 1998 niet in dat besluit, maar in het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen regeling moeten krijgen.
Bovendien hadden die bepalingen ingevolge richtlijn 2001/90/EG moeten worden aangepast. Gelet op het vorenstaande heb ik de bepalingen van het Besluit 1998 over gecreosoteerd hout overgeheveld naar het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen, voor zover het ontwerpbesluit daarin al niet voorzag, dan wel zij nog in overeenstemming zijn met richtlijn 2001/90/EG. Dit heeft ertoe geleid dat in het nieuwe artikel II, onderdeel C, van het ontwerpbesluit is voorzien in het laten vervallen van de artikelen 12 tot en met 14 van het Besluit 1998. Voorts is de inhoud van artikel 12, eerste lid, van het Besluit 1998 in een nieuw eerste lid van artikel 8a opgenomen. Deze bepaling bevat een verbod om bepaalde handelingen te verrichten met hout, al dan niet verwerkt in een product, dat een behandeling met creosoot van een bepaalde samenstelling heeft ondergaan. Omdat volgens richtlijn 2001/90/EG de niet-verboden handelingen alleen mogen worden uitgeoefend door professionele gebruikers en in industriële toepassingen, heb ik in artikel 8a een nieuw derde lid van die strekking opgenomen. Om ook op de naleving van deze bepaling toe te kunnen zien, heb ik in artikel 8b, tweede lid, een nieuw onderdeel c opgenomen, op basis waarvan de samenstelling van het steenkoolteerdestillaat waarmee het hout is behandeld, in de administratie moet worden opgenomen. Artikel 8a, tweede lid (thans: vierde lid), is eveneens aangepast en verwijst nu naar de verboden van het eerste en tweede lid. Verder heb ik het Besluit 1998 aangepast aan richtlijn 2001/90/EG. Dit houdt in dat in artikel 10, onderdeel a, "of" is vervangen door "en" (artikel II, onderdeel A). Artikel 11 heeft zijn betekenis verloren en is nu gebruikt om enkele onderdelen van richtlijn 2001/90/EG alsnog te implementeren (artikel II, onderdeel B). In artikel 11 wordt geregeld dat het nog toegestane steenkoolteerdestillaat alleen mag worden toegepast in het kader van beroep of bedrijf en niet door particulieren en uitsluitend in verpakkingen van 20 liter of meer mag worden verhandeld. Verder moet op de verpakking de volgende tekst worden aangebracht: "Uitsluitend bestemd voor gebruik in industriële installaties of voor behandeling in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf". Ook de nota van toelichting is aangepast naar aanleiding van deze wijziging.
In het kader van de herijkingsoperatie van regelgeving die binnen mijn departement is gestart, zal worden bezien of het wenselijk dan wel noodzakelijk is voorschriften te herschikken. Vooralsnog kies ik er derhalve voor beide besluiten naast elkaar te laten bestaan, met de hierboven aangegeven overheveling van de bepalingen over gecreosoteerd hout van het Besluit 1998 naar het Besluit PAK-houdende coatings en producten Wet milieugevaarlijke stoffen. In het kader van de herijkingsoperatie kan bezien worden of er aanleiding is tot herschikking van deze regelgeving.

3. Delegatie
De wettelijke basis voor de plicht tot het voeren van een administratie ligt in artikel 24, tweede lid, onder f, van de Wet milieugevaarlijke stoffen. Op grond daarvan kan het verboden worden een van de handelingen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen te verrichten met betrekking tot producten, indien deze daarbij aangewezen stoffen of preparaten bevatten. Artikel 8b, eerste lid, is daartoe geformuleerd als een verbod voor degene die nog toegestane handelingen verricht met gecreosoteerd hout, deze te verrichten zonder daarvan een administratie te houden. Op basis van die administratie kan worden aangetoond dat het hout niet onder een van de verboden van artikel 8a, eerste of tweede lid, valt.

4. Redactionele kanttekeningen
De nota van toelichting is op de punten die de Raad in de bijlage bij zijn advies noemt geactualiseerd en de ontbrekende gegevens zijn ingevuld. Ook op enkele andere punten is het besluit ter actualisering aangevuld. Tevens is een transponeringstabel toegevoegd.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer



(1) PAK: polycyclische aromatische koolwaterstoffen.
(2) Richtlijn nr.94/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 1994 tot veertiende wijziging van richtlijn nr.76/769/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lid-staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (PbEG L 365).
(3) Eenzelfde argumentatie is opgenomen in paragraaf 6 van de toelichting bij het PAK-besluit.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon