Ontwerpbesluit strekkende tot goedkeuring van het besluit van de raad van 's-Hertogenbosch van 7 juni 2001 tot onteigening als bedoeld in Titel IV van de onteigeningswet.
- Kenmerk
- W08.01.0632/V
- Datum advies
- 7 januari 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 maart 2002, nr 50
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit strekkende tot goedkeuring van het besluit van de raad van 's-Hertogenbosch van 7 juni 2001 tot onteigening als bedoeld in Titel IV van de onteigeningswet.
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, met een schrijven van 22 november 2001, no.MJZ2001130806, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit, strekkende tot goedkeuring van het besluit van de raad van 's-Hertogenbosch van 7 juni 2001 tot onteigening als bedoeld in Titel IV van de onteigeningswet.
Het goed te keuren onteigeningsbesluit heeft betrekking op een onteigening ten behoeve van de handhaving van een gedeelte van een fietspad met bijbehorende groenvoorzieningen. Met betrekking tot de noodzaak van deze onteigening wordt in het ontwerpbesluit naar aanleiding van de tegen het onteigeningsbesluit naar voren gebrachte bedenkingen onder meer overwogen dat de gemeente het bezit van de ondergrond van het bestaande fietspad met bijbehorende groenvoorzieningen van groot belang acht om herhaling van rechtszaken (ook met eventuele toekomstige eigenaren) te voorkomen. Hoewel de aanleiding van de onteigening wordt gevormd door een door de reclamante in gang gezette procedure tegen de aanwezigheid van dit fietspad met bijbehorende groenvoorzieningen op haar grond, kan naar de mening van de Raad van State het voorkomen van rechtszaken op zich geen grond voor onteigening zijn. Hij adviseert daarom in deze overwegingen te volstaan met een verwijzing naar het algemeen belang bij handhaving van het fietspad en de overige openbare groenvoorzieningen en naar het feit dat pogingen om via minnelijk overleg tot overeenstemming over het gebruik overeenkomstig de bestemming dan wel de verwerving te komen, zijn gestrand.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 januari 2002
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan zijn opmerkingen aandacht zal zijn geschonken.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik op, dat ik, evenals de Raad, van oordeel ben dat het voorkomen van rechtszaken op zich geen grond voor onteigening kan zijn. Nu een door de Raad aangehaalde zinsnede in het ontwerpbesluit blijkbaar op dat punt tot misverstanden kan leiden, is die zinsnede, zoals de Raad ook voorstelt, in het ontwerpbesluit geschrapt.
Ik moge Uwe Majesteit dan ook verzoeken het hierbij aangeboden, gewijzigde, ontwerpbesluit te bekrachtigen.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Het goed te keuren onteigeningsbesluit heeft betrekking op een onteigening ten behoeve van de handhaving van een gedeelte van een fietspad met bijbehorende groenvoorzieningen. Met betrekking tot de noodzaak van deze onteigening wordt in het ontwerpbesluit naar aanleiding van de tegen het onteigeningsbesluit naar voren gebrachte bedenkingen onder meer overwogen dat de gemeente het bezit van de ondergrond van het bestaande fietspad met bijbehorende groenvoorzieningen van groot belang acht om herhaling van rechtszaken (ook met eventuele toekomstige eigenaren) te voorkomen. Hoewel de aanleiding van de onteigening wordt gevormd door een door de reclamante in gang gezette procedure tegen de aanwezigheid van dit fietspad met bijbehorende groenvoorzieningen op haar grond, kan naar de mening van de Raad van State het voorkomen van rechtszaken op zich geen grond voor onteigening zijn. Hij adviseert daarom in deze overwegingen te volstaan met een verwijzing naar het algemeen belang bij handhaving van het fietspad en de overige openbare groenvoorzieningen en naar het feit dat pogingen om via minnelijk overleg tot overeenstemming over het gebruik overeenkomstig de bestemming dan wel de verwerving te komen, zijn gestrand.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 januari 2002
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan zijn opmerkingen aandacht zal zijn geschonken.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik op, dat ik, evenals de Raad, van oordeel ben dat het voorkomen van rechtszaken op zich geen grond voor onteigening kan zijn. Nu een door de Raad aangehaalde zinsnede in het ontwerpbesluit blijkbaar op dat punt tot misverstanden kan leiden, is die zinsnede, zoals de Raad ook voorstelt, in het ontwerpbesluit geschrapt.
Ik moge Uwe Majesteit dan ook verzoeken het hierbij aangeboden, gewijzigde, ontwerpbesluit te bekrachtigen.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer