Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de overgang van de werkzaamheden met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren van het Openbaar Ministerie naar het Ministerie van Justitie.
- Kenmerk
- W03.02.0298/I
- Datum advies
- 7 augustus 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 november 2002, nr 218
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de overgang van de werkzaamheden met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren van het Openbaar Ministerie naar het Ministerie van Justitie.
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2002, no.02.003285, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in verband met de overgang van de werkzaamheden met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren van het Openbaar Ministerie naar het Ministerie van Justitie.
Volgens het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (BBO) is primair het College van procureurs-generaal belast met uitvoeringstaken ten aanzien van de buitengewoon opsporingsambtenaren (zoals de verlening van de akte van opsporingsbevoegdheid en de beëdiging van de opsporingsambtenaar). Na een mandaatbesluit van het College van procureurs-generaal worden de uitvoeringstaken sinds twee jaar (in mandaat) verricht door de Directie Bestuurszaken van het Ministerie van Justitie. Dit leidt tot onduidelijkheid bij betrokkenen, zo stelt de toelichting.(zie noot 1) Het ontwerpbesluit beoogt de onduidelijkheid weg te nemen door in de desbetreffende bepalingen in het BBO het College van procureurs-generaal te wijzigen in "Onze Minister".
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar plaatst een kanttekening bij de motivering.
Uit de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dat vanaf 1 mei 2000 de werkzaamheden die samenhangen met de uitvoerende aspecten met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren niet meer worden uitgevoerd door het College van procureurs-generaal, maar door de Directie Bestuurszaken van het Ministerie van Justitie. Het ontwerpbesluit strekt ertoe het BBO aan te passen aan deze nieuwe praktijk. In de nota van toelichting wordt niet toegelicht waarom de uitvoeringstaken zijn overgebracht van het College van procureurs-generaal naar het Ministerie van Justitie. In dat verband wijst de Raad op artikel 140 van het Wetboek van Strafvordering dat het College van procureurs-generaal opdraagt te waken voor een "richtige" opsporing van strafbare feiten.
De Raad adviseert de toelichting aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 september 2002
De Raad van State kan zich met het ontwerp verenigen, maar plaatst een kanttekening bij de motivering. Naar het oordeel van de Raad van State wordt in de nota van toelichting niet toegelicht waarom de uitvoeringstaken zijn overgebracht naar het Ministerie van Justitie. Ik heb het advies van de Raad van State om de toelichting op dit punt aan te vullen overgenomen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Nota van toelichting, Algemeen, tweede alinea.
Volgens het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (BBO) is primair het College van procureurs-generaal belast met uitvoeringstaken ten aanzien van de buitengewoon opsporingsambtenaren (zoals de verlening van de akte van opsporingsbevoegdheid en de beëdiging van de opsporingsambtenaar). Na een mandaatbesluit van het College van procureurs-generaal worden de uitvoeringstaken sinds twee jaar (in mandaat) verricht door de Directie Bestuurszaken van het Ministerie van Justitie. Dit leidt tot onduidelijkheid bij betrokkenen, zo stelt de toelichting.(zie noot 1) Het ontwerpbesluit beoogt de onduidelijkheid weg te nemen door in de desbetreffende bepalingen in het BBO het College van procureurs-generaal te wijzigen in "Onze Minister".
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar plaatst een kanttekening bij de motivering.
Uit de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dat vanaf 1 mei 2000 de werkzaamheden die samenhangen met de uitvoerende aspecten met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren niet meer worden uitgevoerd door het College van procureurs-generaal, maar door de Directie Bestuurszaken van het Ministerie van Justitie. Het ontwerpbesluit strekt ertoe het BBO aan te passen aan deze nieuwe praktijk. In de nota van toelichting wordt niet toegelicht waarom de uitvoeringstaken zijn overgebracht van het College van procureurs-generaal naar het Ministerie van Justitie. In dat verband wijst de Raad op artikel 140 van het Wetboek van Strafvordering dat het College van procureurs-generaal opdraagt te waken voor een "richtige" opsporing van strafbare feiten.
De Raad adviseert de toelichting aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 17 september 2002
De Raad van State kan zich met het ontwerp verenigen, maar plaatst een kanttekening bij de motivering. Naar het oordeel van de Raad van State wordt in de nota van toelichting niet toegelicht waarom de uitvoeringstaken zijn overgebracht naar het Ministerie van Justitie. Ik heb het advies van de Raad van State om de toelichting op dit punt aan te vullen overgenomen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Nota van toelichting, Algemeen, tweede alinea.