Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende vaststelling van de vergoeding voor reprografisch verveelvoudigen en vaststelling van de vrijstelling van de opgaveplicht.
- Kenmerk
- W03.02.0296/I
- Datum advies
- 27 september 2002
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 januari 2003, nr 9
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende vaststelling van de vergoeding voor reprografisch verveelvoudigen en vaststelling van de vrijstelling van de opgaveplicht.
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2002, no.02.003297, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende vaststelling van de vergoeding voor reprografisch verveelvoudigen en vaststelling van de vrijstelling van de opgaveplicht.
Het ontwerpbesluit regelt de vergoeding voor het reprografisch verveelvoudigen als bedoeld in artikel 16h van de Auteurswet 1912. Bovendien regelt het ontwerpbesluit hoeveel kopieën jaarlijks mogen worden gemaakt zonder dat daarvan opgave behoeft te worden gedaan.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
Net als krachtens het bestaande Reprobesluit,(zie noot 1) geldt volgens het ontwerpbesluit een verschillend tarief voor instellingen van wetenschappelijk onderwijs en instellingen voor hoger beroepsonderwijs. De nota van toelichting gaat niet in op de recente wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de taakverdeling tussen universiteiten en hogescholen(zie noot 2) en de invoering van het BAMA-stelsel. In verband hiermee is onduidelijk welk tarief geldt voor instellingen van wetenschappelijk onderwijs die hogere beroepsopleidingen verzorgen en andersom, instellingen van hoger beroepsonderwijs die een wetenschappelijke opleiding verzorgen.
De Raad adviseert hier aandacht aan te besteden.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 november 2002
De Raad van State heeft er terecht op gewezen dat door de wet van 6 juni 2002 (Stb.303) de mogelijkheid is geopend dat universiteiten hoger beroepsonderwijs kunnen verzorgen en dat hogescholen wetenschappelijk onderwijs kunnen verzorgen. Artikel 1, tweede lid, van het besluit en de nota van toelichting zijn in verband daarmee aangepast.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt een passage in de nota van toelichting te schrappen. Deze passage, betrekking hebbende op de foutief omgerekend bedragen zoals deze zijn opgenomen in het besluit van 20 juni 1974 (Stb.351), verwees ten onrechte naar een wijziging bij het Veegbesluit modernisering rechterlijke organisatie.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Besluit van 20 juni 1974 inzake het kopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken (Stb.351).
(2) Wet van 6 juni 2002 (Stb.303).
Het ontwerpbesluit regelt de vergoeding voor het reprografisch verveelvoudigen als bedoeld in artikel 16h van de Auteurswet 1912. Bovendien regelt het ontwerpbesluit hoeveel kopieën jaarlijks mogen worden gemaakt zonder dat daarvan opgave behoeft te worden gedaan.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
Net als krachtens het bestaande Reprobesluit,(zie noot 1) geldt volgens het ontwerpbesluit een verschillend tarief voor instellingen van wetenschappelijk onderwijs en instellingen voor hoger beroepsonderwijs. De nota van toelichting gaat niet in op de recente wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de taakverdeling tussen universiteiten en hogescholen(zie noot 2) en de invoering van het BAMA-stelsel. In verband hiermee is onduidelijk welk tarief geldt voor instellingen van wetenschappelijk onderwijs die hogere beroepsopleidingen verzorgen en andersom, instellingen van hoger beroepsonderwijs die een wetenschappelijke opleiding verzorgen.
De Raad adviseert hier aandacht aan te besteden.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 25 november 2002
De Raad van State heeft er terecht op gewezen dat door de wet van 6 juni 2002 (Stb.303) de mogelijkheid is geopend dat universiteiten hoger beroepsonderwijs kunnen verzorgen en dat hogescholen wetenschappelijk onderwijs kunnen verzorgen. Artikel 1, tweede lid, van het besluit en de nota van toelichting zijn in verband daarmee aangepast.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt een passage in de nota van toelichting te schrappen. Deze passage, betrekking hebbende op de foutief omgerekend bedragen zoals deze zijn opgenomen in het besluit van 20 juni 1974 (Stb.351), verwees ten onrechte naar een wijziging bij het Veegbesluit modernisering rechterlijke organisatie.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Justitie
(1) Besluit van 20 juni 1974 inzake het kopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken (Stb.351).
(2) Wet van 6 juni 2002 (Stb.303).