Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W16.26.00139/II

Besluit kennisgeving van rechten in strafzaken.

Kenmerk
W16.26.00139/II
Datum aanhangig
19 mei 2026
Datum vastgesteld
24 juni 2026
Datum advies
24 juni 2026
Datum publicatie
29 juni 2026
Vindplaats
Website Raad van State
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 19 mei 2026, no.2026001089, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake de kennisgeving van rechten ten behoeve van aangehouden verdachten (Besluit kennisgeving van rechten in strafzaken), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit is de opvolger van het huidige Besluit mededeling van rechten in strafzaken. (zie noot 1) Vanwege het wetgevingsprogramma nieuw Wetboek van Strafvordering wordt het huidige besluit overgenomen in dit nieuwe besluit. De grondslag voor dit nieuwe besluit is artikel 1.4.4, vierde lid, onderdeel f van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. (zie noot 2)

Artikel 1.4.4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering gaat over de mededeling van rechten aan de verdachte. Het vierde lid gaat specifiek over de mededeling van rechten aan de aangehouden verdachte. Dit lid somt in onderdelen a t/m f de rechten op waarover deze verdachte direct na zijn aanhouding en in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor in kennis moet worden gesteld. Dit zijn onder andere het recht op rechtsbijstand, het recht op kennisneming van de processtukken en de mogelijkheden om krachtens dit wetboek om opheffing van de voorlopige hechtenis te verzoeken.

Onderdeel f van het vierde lid bepaalt dat de verdachte ook in kennis moet worden gesteld van ‘de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechten’. Het ontwerpbesluit wijst hiervoor één recht aan: het recht op informatie over het bepaalde in artikel 32 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren. (zie noot 3) Dit artikel gaat over medische bijstand aan ingeslotenen. Het bepaalt dat de betreffende ambtenaar moet overleggen met de dienstdoend adviserend arts, als er aanwijzingen zijn dat een ingeslotene medische bijstand behoeft dan wel er bij deze persoon medicijnen zijn aangetroffen.

Dit overleg moet ook plaatsvinden als de ingeslotene om medische bijstand of medicijnen vraagt (lid 1). Als de ingeslotene vraagt om medische bijstand van zijn eigen arts, moet de ambtenaar die arts daarvan op de hoogte stellen (lid 2). En als de ingeslotene te kennen geeft geen medische hulp te willen maar er aanwijzingen zijn dat medische bijstand gewenst, moet de ambtenaar de arts hierover waarschuwen (lid 3).

In de Nota van Toelichting bij het ontwerpbesluit is aangegeven dat het huidige besluit ook nog twee andere rechten aanwijst waarover de verdachte in kennis moet worden gesteld. Deze zijn inmiddels vastgelegd in de wet en dus niet overgenomen in het ontwerpbesluit. (zie noot 4) Niet wordt toegelicht waarom het bepaalde in artikel 32 van de Ambtsinstructie over medische bijstand aan ingeslotenen niet in de wet is vastgelegd, terwijl alle andere rechten waarover de verdachte op grond van artikel 1.4.4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering in kennis moet worden gesteld dat wel zijn.

Met het oog op een praktische en daadwerkelijke uitoefening van zijn procedurele rechten moet een verdachte tijdig over deze rechten worden geïnformeerd. Artikel 1.4.4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering maakt bijna in één oogopslag duidelijk om welke rechten het gaat. Dat hieronder ook het recht op medische bijstand valt zoals geregeld in de Ambtsinstructie, wordt echter pas duidelijk als zowel het ontwerpbesluit als de Ambtsinstructie zijn geraadpleegd. Dit tast de toegankelijkheid van het recht van de verdachte op kennisgeving van zijn rechten aan.

Gelet op het fundamentele belang voor de verdachte van het recht op medische bijstand zoals opgenomen in artikel 32 van de Ambtsinstructie adviseert de Afdeling advisering van de Raad van State om dit recht voor verdachten in het Wetboek van Strafvordering vast te leggen. Vanwege het fundamentele belang voor de verdachte om over dit recht geïnformeerd te worden en vanuit het oogpunt van consistente wetgeving adviseert de Afdeling daarnaast om in artikel 1.4.4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering expliciet naar dit recht te verwijzen, op vergelijkbare wijze als gedaan voor de andere in deze bepaling opgenomen rechten. (zie noot 5)

Tevens adviseert de Afdeling om de mogelijkheid in artikel 1.4.4 vierde lid van een nadere regeling in een algemene maatregel van bestuur te schrappen. De rechten waarover kennisgeving aan verdachten moet plaatsvinden dienen naar het oordeel van de Afdeling vanwege toegankelijkheid en consistentie eenduidig en overzichtelijk in de wet te worden vermeld.

Deze door de Afdeling voorgestelde wijzigingen kunnen worden meegenomen in de aankomende aanvullende wetgeving van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State,

Voetnoten

(1) Stb. 2014, 434.
(2) Stb. 2026, 56.
(3) Voorgesteld artikel 1.1.1 en Nota van Toelichting, paragraaf 1. Inleiding.
(4) Nota van Toelichting, paragraaf 1. Inleiding. Het gaat om het recht om een derde van de vrijheidsbeneming op de hoogte te stellen en het recht om (bij verdachten die niet de Nederlandse nationaliteit hebben) de consulaire post van de vrijheidsbeneming op de hoogte te stellen, zoals geregeld in artikel 27c lid 3 onderdelen g en h en artikel 27e van het huidige Wetboek van Strafvordering, en artikel 1.4.4 lid 4 onderdelen d en 2 en artikel 2.5.12 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
(5) In de wet mag niet worden verwezen naar een met name genoemde lagere regeling, zie aanwijzing 3.27, derde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Er kan dus niet naar direct naar de Ambtsinstructie verwezen worden.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon