Wijziging van het Besluit EU-verordeningen Wft 2026.
- Kenmerk
- W06.26.00125/III
- Datum aanhangig
- 16 april 2026
- Datum vastgesteld
- 24 juni 2026
- Datum advies
- 24 juni 2026
- Datum publicatie
- 29 juni 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Financiën
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2026, no.2026000821, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit EU-verordeningen Wft ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/2869 (verordening ESAP), Verordening (EU) 2024/3005 (ESG-ratings) en Verordening (EU) 2025/914 (benchmarks) (Wijzigingsbesluit EU-verordeningen Wft 2026), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van drie Europese verordeningen. “(zie noot 1)” De uitvoering gebeurt grotendeels via aanpassing van de bijlagen van het Besluit EU-verordeningen Wft, waarin onder andere de nationale toezichthouders en de nationale verzamelende instanties op grond van de respectievelijke verordeningen worden aangewezen. “(zie noot 2)” Daarnaast wordt met het ontwerpbesluit uitvoering gegeven aan een openstaand punt met betrekking tot bevoegdheidsontzeggingen op grond van Verordening (EU) 2023/1114 (hierna ook: MiCAR, naar de Engelstalige titel Markets in Crypto-Assets Regulation). Het besluit maakt het mogelijk voor de bevoegde autoriteit om een bevoegdheidsontzegging op te leggen van ten hoogste tien jaar bij herhaaldelijke overtredingen van bepaalde artikelen uit MiCAR. “(zie noot 3)”
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat de duur van de bevoegdheidsontzegging zich slecht verhoudt tot de tekst van de verordening. De Afdeling adviseert de toelichting op dat punt aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
De Autoriteit Financiële Markten kan als bevoegde autoriteit "tijdelijk" een bevoegdheidsontzegging opleggen bij een overtreding van bepaalde artikelen uit MiCAR. “(zie noot 4)” De bevoegdheidsontzegging houdt in dat een lid van het leidinggevende orgaan van een aanbieder van cryptoactivadiensten geen leidinggevende functies mag uitoefenen bij de aanbieder van cryptoactivadiensten. “(zie noot 5)”
Het ontwerpbesluit voegt hier aan toe dat de Autoriteit Financiële Markten een bevoegdheidsontzegging mag opleggen van "ten hoogste tien jaar" bij herhaaldelijke overtreding van bepaalde artikelen van de verordening. “(zie noot 6)” Voor deze termijn is gekozen "om niet verder te gaan dan het minimale maximum van tien jaar uit MiCAR." “(zie noot 7)”
Artikel 111, vijfde lid, onderdeel f, van MiCAR bepaalt dat lidstaten ervoor zorgen dat de bevoegde autoriteit de bevoegdheid heeft om, bij een herhaaldelijke inbreuk van bepaalde artikelen uit MiCAR, een verbod van "ten minste tien jaar" op te leggen aan een lid van het leidinggevende orgaan van een aanbieder van cryptoactivadiensten om leidinggevende functies in een aanbieder van cryptoactivadiensten uit te oefenen. De Afdeling merkt op dat "ten minste tien jaar" een andere tijdsduur suggereert dan "ten hoogste tien jaar".
De toelichting lijkt ervan uit te gaan dat de zinsnede "ten minste tien jaar" uit artikel 111 van MiCAR ziet op een minimale maximumtermijn voor de bevoegdheidsontzegging. Dat zou betekenen dat lidstaten bij de uitvoering van MiCAR er overeenkomstig hun nationale recht voor moeten zorgen dat de bevoegde autoriteiten bij herhaaldelijke inbreuken ten minste een bevoegdheidsontzegging kunnen opleggen van maximaal tien jaar. Een ontzegging van een kortere duur is dan ook mogelijk. Dit blijkt echter niet uit eenduidig uit de tekst van de verordening zelf. De toelichting gaat verder niet op in op deze interpretatie van de tekst van de verordening.
De Afdeling adviseert in de toelichting nader in te gaan op de duur van de bevoegdheidsontzegging en de interpretatie van dit punt van Verordening (EU) 2023/1114, en zo nodig de tekst van het ontwerpbesluit hierop aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Verordening (EU) 2023/2869, Verordening (EU) 2024/3005 en Verordening (EU) 2025/914.
(2) Toelichting, paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3.
(3) Toelichting, paragraaf 3.4.
(4) Op grond van bijlage 36, onderdelen 1 en 3, van het Besluit EU-verordeningen Wft.
(5) Zie bijlage 36, onder 3, van het Besluit EU-verordeningen Wft.
(6) Ontwerpbesluit, Artikel I, Onderdeel P, onder 3.
(7) Toelichting, paragraaf 3.4.