Woningwet BES (het kunnen toelaten van woningstichtingen in Caribisch Nederland tot het stelsel van woningcorporaties in Europees Nederland).
- Kenmerk
- W04.26.00051/I
- Datum aanhangig
- 20 februari 2026
- Datum vastgesteld
- 15 april 2026
- Datum advies
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Wet
Toon inhoud
Advies over wetsvoorstel woningcorporaties op Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 15 april 2026 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel over de wijziging van de Woningwet en de Wet op het overleg huurders verhuurder in verband met het kunnen toelaten van instellingen tot het stelsel van woningcorporaties op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Woningwet BES).
Wat staat er in het wetsvoorstel?
Bonaire, Sint Eustatius en Saba (samen Caribisch Nederland) kampen met een groot tekort aan sociale huisvesting. Een van de oorzaken hiervan is het gebrek aan gunstige leningen voor de woningstichtingen die moeten voorzien in sociale huisvesting. Met dit wetsvoorstel wil de regering hier wat aan doen.
Het wetsvoorstel biedt het juridische kader waarbinnen de woningstichtingen in Caribisch Nederland kunnen worden toegelaten tot het stelsel van woningcorporaties in Europees Nederland. Nadat dit wetsvoorstel in werking is getreden, kunnen de woningstichtingen een aanvraag doen om toegelaten te worden tot dit stelsel. Vervolgens kunnen zij verzoeken om deel te nemen in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, zodat zij kunnen lenen tegen gunstigere aflossingsvoorwaarden en een lagere rente dan nu het geval is.
Is het wetsvoorstel een antwoord op de problemen?
Gegeven de armoedeproblematiek en de krapte in de sociale huursector in Caribisch Nederland onderkent de Afdeling advisering de noodzaak om in dit gebied meer te investeren in sociale huurwoningen. Gelet op de complexiteit van integratie van de woningstichtingen in het stelsel van de Woningwet, betwijfelt de Afdeling advisering echter of dit wetsvoorstel daar een doelmatig antwoord op is.
Haalbaarheid
Met dit wetsvoorstel wil de regering de woningstichtingen in Caribisch Nederland inpassen in een fijnmazig stelsel dat specifiek is geënt op de Europees-Nederlandse situatie. Gezien hun kleinschaligheid en beperkte administratieve capaciteit, lijkt toetreding van in ieder geval de woningstichtingen op Saba en Sint Eustatius echter geen haalbare kaart, ook niet op lange termijn. Voor de woningstichting op Bonaire zou toetreding wellicht wel mogelijk zijn, maar ook dan zal dit veel voeten in de aarde hebben.
Alternatieven
Per saldo zal het wetsvoorstel dus hooguit relevant zijn voor de woningstichting op Bonaire. Dit roept de vraag op of voor een enkel geval een gedetailleerd regelcomplex in het leven moet worden geroepen. De toelichting gaat bovendien onvoldoende in op alternatieve instrumenten. In het bijzonder rijst de vraag of niet kan worden volstaan met een directe garantieregeling door de Nederlandse Staat. Een dergelijke regeling zou wellicht voor alle drie de eilanden op relatief korte termijn uitvoerbaar zijn en voorzien in de behoefte aan leningen tegen gunstige voorwaarden en die recht doet aan de urgente situatie op de eilanden.
De Afdeling adviseert om dragend te motiveren waarom het wetsvoorstel noodzakelijk, effectief en doelmatig is. Indien deze motivatie niet kan worden gegeven, adviseert de Afdeling af te zien van het wetsvoorstel en op andere wijze te voorzien in de behoefte aan leningen tegen gunstige voorwaarden.
Conclusie
De Afdeling advisering heeft een aantal bezwaren bij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.
Bij Kabinetsmissive van 20 februari 2026, no.2026000477, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Woningwet en de Wet op het overleg huurders verhuurder in verband met het kunnen toelaten van instellingen tot het stelsel van woningcorporaties op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Woningwet BES), met memorie van toelichting.
Samenvatting
Bonaire, Sint Eustatius en Saba (samen Caribisch Nederland) kampen met een groot tekort aan sociale huisvesting. Eén van de oorzaken hiervan is het gebrek aan gunstige leningen voor de woningstichtingen die moeten voorzien in sociale huisvesting. Met dit wetsvoorstel wil de regering hier wat aan doen.
Het wetsvoorstel biedt het juridische kader waarbinnen de woningstichtingen in Caribisch Nederland kunnen worden toegelaten tot het stelsel van woningcorporaties in Europees Nederland. Nadat dit wetsvoorstel in werking is getreden, kunnen de woningstichtingen een aanvraag doen om toegelaten te worden tot dit stelsel. Vervolgens kunnen zij verzoeken om deel te nemen in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, zodat zij kunnen lenen tegen gunstigere aflossingsvoorwaarden en een lagere rente dan nu het geval is.
Gegeven de armoedeproblematiek en de krapte in de sociale huursector in Caribisch Nederland onderkent de Afdeling advisering van de Raad van State de noodzaak om daar meer te investeren in sociale huurwoningen. Gelet op de complexiteit van integratie van de woningstichtingen in het stelsel van de Woningwet, betwijfelt de Afdeling echter of dit wetsvoorstel daar een doelmatig antwoord op is.
Haalbaarheid
Met dit wetsvoorstel wil de regering de woningstichtingen in Caribisch Nederland inpassen in een fijnmazig stelsel dat specifiek is geënt op de Europees-Nederlandse situatie. Gezien hun kleinschaligheid en beperkte administratieve capaciteit, lijkt toetreding van in ieder geval de woningstichtingen op Saba en Sint Eustatius echter geen haalbare kaart, ook niet op lange termijn. Voor de woningstichting op Bonaire zou toetreding wellicht wel mogelijk zijn, maar ook dan zal dit veel voeten in de aarde hebben.
Alternatieven
Per saldo zal het wetsvoorstel dus hooguit relevant zijn voor de woningstichting op Bonaire. Dit roept de vraag op of voor een enkel geval een gedetailleerd regelcomplex in het leven moet worden geroepen. De toelichting gaat bovendien onvoldoende in op alternatieve instrumenten. In het bijzonder rijst de vraag of niet kan worden volstaan met een directe garantieregeling door de Nederlandse Staat. Een dergelijke regeling zou wellicht voor alle drie de eilanden op relatief korte termijn uitvoerbaar zijn en rechtdoen aan de urgente situatie op de eilanden.
De Afdeling adviseert om dragend te motiveren waarom het wetsvoorstel noodzakelijk, effectief en doelmatig is. Indien deze motivering niet kan worden gegeven, adviseert de Afdeling af te zien van het wetsvoorstel en op andere wijze te voorzien in de behoefte aan leningen tegen gunstige voorwaarden.
Leesbaarheid
Mocht de regering niettemin vasthouden aan het wetsvoorstel, dan adviseert de Afdeling om de leesbaarheid van het wetsvoorstel te verbeteren. Allereerst zou de summiere artikelsgewijze toelichting moeten worden uitgebreid. Voorts is het van belang dat betrokkenen op passende wijze worden geïnformeerd over wat deze wet voor hen betekent.
In verband hiermee dient het wetsvoorstel nader te worden overwogen.
1. Achtergrond en inhoud van het wetsvoorstel
a. Achtergrond (zie noot 1)
Bonaire, Sint Eustatius en Saba kampen met een groot tekort aan sociale huurwoningen. Ongeveer een derde van de bevolking leeft in armoede en voor hen is huisvesting nauwelijks betaalbaar. Daarnaast is de bevolking sterk gegroeid, in het bijzonder op Bonaire, en zal deze ook de komende jaren doorgroeien. (zie noot 2) Er is daarom veel vraag naar woonruimte in het algemeen en naar sociale huurwoningen in het bijzonder, terwijl het aanbod in het sociale segment zeer beperkt is.
De bouw en het beheer van sociale huurwoningen wordt in Caribisch Nederland verzorgd door woningstichtingen, waarvan er op elk van de eilanden één actief is. Op Saba en Sint Eustatius hebben de woningstichtingen respectievelijk ongeveer 70 en 100 huurwoningen in beheer. (zie noot 3) De Fundashon Cas Bonairiano (hierna: FCB) op Bonaire beheert ruim 600 sociale huurwoningen en dit aantal loopt naar verwachting op tot meer dan 800 eind 2026. Deze woningstichtingen zijn genoodzaakt om te lenen tegen onaantrekkelijke voorwaarden (waaronder hoge rentes) op de Caribische kapitaalmarkt. Het is mede om deze reden voor hen financieel moeilijk haalbaar om sociale huurwoningen te bouwen. (zie noot 4)
In Europees Nederland bestaat een stelsel van woningcorporaties (‘toegelaten instellingen’) die samen het merendeel van de sociale huursector vormen. Deze woningcorporaties kunnen deelnemen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (hierna: WSW) als zij voldoen aan bepaalde financiële ratio’s en grenswaarden. Door deze borgstelling kunnen zij tegen gunstigere condities geld lenen. De Woningwet en de onderliggende regelgeving die hiervoor het juridische kader vormen, gelden niet in Caribisch Nederland.
b. Wetsvoorstel
Met het wetsvoorstel wil de regering ervoor zorgen dat de woningstichtingen in Caribisch Nederland kunnen toetreden tot het stelsel van woningcorporaties en tot de borgingsvoorziening van het WSW. Dit laatste is cruciaal om kredietverstrekkers meer zekerheid te bieden, zodat tegen gunstigere voorwaarden kan worden geleend. Met deze leningen kunnen de woningstichtingen investeren in nieuwbouw en het aanbod van sociale huurwoningen vergroten.
Het wetsvoorstel bevat de condities waaronder woningstichtingen in Caribisch Nederland kunnen toetreden tot het stelsel, de werkzaamheden die zij mogen ontplooien en het toezicht door de Autoriteit woningcorporaties (hierna: Aw). De Woningwet BES heeft niet automatisch tot gevolg dat woningstichtingen in Caribisch Nederland als ‘toegelaten instelling’ toetreden tot het stelsel. (zie noot 5) Hiervoor moeten woningstichtingen na inwerkingtreding van het wetsvoorstel een aanvraag indienen die wordt getoetst door de Aw aan de vereisten uit de Woningwet BES en het gezamenlijke beoordelingskader van de Aw en het WSW.
De regering plaatst het wetsvoorstel in de sleutel van ‘comply or explain’. Op basis van dit principe moet bij nieuwe wetgeving voor Europees Nederland worden beoordeeld of die ook toegepast kan worden op Caribisch Nederland of dat er goede en uitlegbare redenen zijn om dat niet te doen. (zie noot 6) Het doel is het bereiken van een voorzieningenniveau in Caribisch Nederland dat gelijkwaardig is aan dat in Europees Nederland. (zie noot 7) Daaraan gaat uiteraard de vraag vooraf of wetgeving het juiste antwoord is op de specifieke problematiek in Caribisch Nederland.
2. Doelmatigheid van het wetsvoorstel
Om het Europees-Nederlandse stelsel van de Woningwet voor de situatie in Caribisch Nederland passend te maken, wijkt het wettelijke kader voor Caribische woningstichtingen op onderdelen af van dat voor Europees-Nederlandse corporaties. Dat neemt echter niet weg dat deze woningstichtingen ingepast moeten worden in een fijnmazig stelsel dat specifiek is geënt op de Europees-Nederlandse situatie.
De Afdeling merkt op dat het zeer de vraag is of die weg het meest doelmatig is om te voorzien in de behoefte aan leningen tegen gunstigere voorwaarden en op die manier meer te investeren in sociale huurwoningen in Caribisch Nederland. Daar gaat de Afdeling in het vervolg van dit advies nader op in.
a. Complexiteit Europees-Nederlandse stelsel
De Woningwet en de onderliggende regelgeving vormen een complex stelsel waarbinnen Europees-Nederlandse woningcorporaties opereren. Een belangrijke oorzaak van deze complexiteit is de invloed van EU-regelgeving rondom staatssteun en zogeheten ‘diensten van algemeen economisch belang’ (daeb). (zie noot 8) Doordat de overheid - rijk en gemeenten - in laatste instantie garant staat in het borgstelsel, is sprake van staatssteun die op grond van het EU-recht alleen gerechtvaardigd is als deze wordt aangewend voor de volkshuisvesting als daeb. Voor overige activiteiten mag deze steun niet worden gebruikt. Het resultaat daarvan is een sterk gereguleerd stelsel met tal van implicaties voor het beleid, de bedrijfsvoering, te ontplooien activiteiten, administratie, controle en verantwoording en de toewijzing van huurwoningen aan de doelgroep.
Dit regelcomplex wordt grotendeels ook van toepassing in Caribisch Nederland. Zo moeten de woningstichtingen na toelating een gescheiden administratie bijhouden van baten en lasten tussen ‘diensten van volkshuisvestelijk belang’ en overige werkzaamheden, (zie noot 9) waarbij overheveling van middelen van de sociale tak naar de niet-sociale tak wordt voorkomen. In dit kader moeten zij ervoor zorgen dat beide takken financieel levensvatbaar en financierbaar blijven volgens de criteria uit het beoordelingskader van de Aw en het WSW. (zie noot 10)
Daarbij moet worden bedacht dat niet zal worden volstaan met dit wetsvoorstel. Diverse wettelijke bepalingen zullen worden uitgewerkt in lagere regelgeving en in kaders en protocollen van de toezichthouder en het waarborgfonds. (zie noot 11) Er zullen dus meer gedetailleerde regels gaan gelden voor onder meer de organisatiestructuur, administratie, controle en verantwoording, risicobeheersing en integriteitsbeleid.
Daarnaast is de inbreng van huurdersorganisaties op het beleid van woningcorporaties een belangrijk kwaliteitsaspect in de Woningwet. In de consultatieronde is gewezen op de geringe participatie van huurders in Caribisch Nederland. De oorzaken hiervan worden met dit wetsvoorstel niet aangepakt. Hoewel de bepalingen over huurdersparticipatie en huurderorganisaties pas later van toepassing worden voor Caribisch Nederland, zal het te zijner tijd nog steeds een uitdaging zijn om aan de eisen van de Woningwet BES te voldoen. (zie noot 12)
b. Haalbaarheid voor Caribisch Nederland
Saba en Sint Eustatius
De toelichting vermeldt dat het wetsvoorstel pas doeltreffend en doelmatig is als de woningstichtingen in Caribisch Nederland ook daadwerkelijk toetreden tot het stelsel. (zie noot 13) De regering heeft weliswaar "de situatie en schaalgrootte op Sint Eustatius en Saba in ogenschouw genomen, zodat de juridische kaders ook werkbaar zijn voor mogelijke toekomstige toelating van de woningstichtingen op die eilanden". (zie noot 14) Voor de woningstichtingen op Saba en Sint Eustatius is dit echter geen realistische verwachting. Vanuit Saba is al aangegeven dat toepassing van dit wetsvoorstel niet proportioneel wordt geacht gezien de schaalgrootte van de sociale huursector op het eiland. (zie noot 15) Uit de toelichting blijkt ook dat de regering "geen concrete aanwijzingen" heeft dat de woningstichtingen op deze eilanden een aanvraag tot toetreding zullen doen. (zie noot 16)
Gegeven de zeer kleine schaal en de beperkte administratieve capaciteit van de woningstichtingen op Saba en Sint Eustatius, heeft de Afdeling grote twijfel bij de haalbaarheid, ook op lange termijn, van toetreding van deze woningstichtingen tot het Europees-Nederlandse corporatiestelsel.
Bonaire
Op Bonaire is de situatie anders. De lokale woningstichting FCB heeft kenbaar gemaakt tot het stelsel van de Woningwet te willen toetreden, omdat zij behoefte heeft aan leningen tegen betere voorwaarden. Dit is dan ook een belangrijke aanleiding voor het wetsvoorstel. (zie noot 17) Ook kan volgens de toelichting toetreding tot het Europees-Nederlandse stelsel vanwege het gereguleerde kader en het toezicht daarop bijdragen aan de verdere professionalisering van de woningstichtingen. (zie noot 18) Gezien de complexiteit van het stelsel (zie punt a) en de beperkte absorptiecapaciteit van de woningstichting en de lokale overheid zal toepassing van het wetsvoorstel ook op Bonaire nog veel voeten in de aarde hebben. (zie noot 19)
Daarmee zal het wetsvoorstel per saldo dus alleen relevant kunnen zijn voor Bonaire, waar bovendien maar één woningstichting actief is. Dat roept de vraag op of voor een individueel geval algemeen geldende wetgeving moet worden opgesteld. De Afdeling merkt op dat dit zich niet goed verhoudt met het uitgangspunt van wetgevingsbeleid dat wetgeving een evenredige reactie vormt op een maatschappelijk probleem en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. (zie noot 20)
c. Alternatieven voor wetgeving
Het voorgaande klemt temeer nu alternatieven voor wetgeving denkbaar zijn. Meer praktische oplossingen - die op korte termijn inzetbaar zijn - worden in de toelichting slechts kort genoemd en terzijde geschoven. In het bijzonder kan worden overwogen dat de Staat borg staat voor leningen van de woningstichtingen. Op deze wijze zou voorzien worden in de behoefte aan leningen tegen gunstigere voorwaarden.
De regering acht een nieuwe garantieregeling echter alleen gerechtvaardigd bij het ontbreken van een geschikt alternatief, waarbij het bestaande WSW-stelsel als zodanig wordt gezien. (zie noot 21) Toetreding tot dit stelsel is, zoals hiervoor uiteengezet, echter voor in ieder geval twee van de drie woningstichtingen geen haalbare kaart en kent hoe dan ook de nodige complicaties.
Andersom kan ook worden gesteld dat er reeds een werkend systeem van rijksgarantiestellingen is waar in beginsel bij kan worden aangesloten. (zie noot 22) Directe garantstelling zonder wetgeving verschilt per saldo niet principieel van de nu voorgestelde ‘achtervang’, waarbij de Nederlandse Staat in laatste instantie ook voor 100% garant staat, net als met een directe garantstelling het geval zou zijn. (zie noot 23)
In dit verband is van belang dat de EU-staatssteunregels niet van toepassing zijn op Caribisch Nederland. Waar het Unierecht in Europees Nederland tot een strikt regime heeft geleid kan de keuze van de regering om dit regime in essentie ook in Caribisch Nederland toe te passen niet alleen complicerend (zie punt a) maar ook belemmerend werken. Zo is het voor de woningstichtingen wellicht rendabeler om ‘gemengde’ woningbouwprojecten op te zetten met zowel sociale huur als commercieel vastgoed (bijv. koopwoningen) om de per definitie onrendabele bouw van sociale huur te financieren. Dergelijke kruisfinanciering is onder de Woningwet BES in beginsel verboden, omdat het volkshuisvestelijke belang voorop moet staan. (zie noot 24)
De Afdeling merkt op dat het terzijde schuiven van deze meer praktische en snel toepasbare instrumenten niet past bij de urgente situatie op de eilanden. (zie noot 25) Zij voegt daaraan toe dat ook bij een directe garantstelling voorwaarden kunnen worden gesteld aan de besteding en de verantwoording, dan wel kan worden aangesloten bij eerder gemaakte afspraken. (zie noot 26) Directe garantstelling zou in beginsel ook laagdrempeliger zijn voor de woningstichtingen op Saba en Sint Eustatius. Voorts kan worden overwogen om per eiland een andere aanpak te kiezen en dus te differentiëren naar wat passend is naar gelang de aard van de problematiek per eiland en de lokale behoeften en mogelijkheden. (zie noot 27)
d. Conclusie
Gegeven de armoedeproblematiek en de krapte in de sociale huursector in Caribisch Nederland onderkent de Afdeling de noodzaak om daar meer te investeren in sociale huurwoningen. (zie noot 28) Gelet op de complexiteit van integratie van de woningstichtingen in het stelsel van de Woningwet, betwijfelt de Afdeling echter of dit wetsvoorstel daar een doelmatig antwoord op is.
In dat licht adviseert de Afdeling om alsnog dragend te motiveren waarom wetgeving noodzakelijk, effectief en doelmatig is en waarom niet kan worden volstaan met de inzet van andere instrumenten, in het bijzonder een directe garantstelling. Indien de keuze voor wetgeving niet dragend kan worden gemotiveerd, adviseert de Afdeling af te zien van het wetsvoorstel en andere instrumenten in te zetten.
3. Leesbaarheid wetsvoorstel
Mocht de regering niettemin vasthouden aan het wetsvoorstel, dan adviseert de Afdeling om de leesbaarheid van het wetsvoorstel te vergroten. Het wetsvoorstel voegt een apart hoofdstuk voor Caribisch Nederland toe aan de Woningwet die nu alleen voor Europees Nederland geldt. Dit hoofdstuk bestaat vooral uit verwijzingen naar andere bepalingen in de Woningwet en is dus niet zelfstandig leesbaar.
In consultatiereacties is opgemerkt dat dit resulteert in ‘omvangrijke, gecompliceerde en niet op zichzelf leesbare regelgeving’. (zie noot 29) Een hoofdstuk in de Woningwet doet volgens de regering meer recht aan de volwaardige positie van toekomstige Caribische toegelaten instellingen. Daarnaast is hierdoor geborgd dat bij toekomstige wijzigingen van deze wet de regelgeving voor Caribisch Nederland automatisch ook gewijzigd wordt.
Er zijn andere mogelijkheden voor de vormgeving van de regeling, zoals een zelfstandige Woningwet voor Caribisch Nederland of een hoofdstuk in de Woningwet voor Caribisch Nederland met uitgeschreven bepalingen toegespitst op de lokale situatie. Ook deze varianten hebben echter hun beperkingen. Zo worden toekomstige wijzigingen van de Woningwet niet automatisch meegenomen in een aparte Woningwet BES of is het uitgeschreven hoofdstuk dat aan de Woningwet wordt toegevoegd zo omvangrijk dat dit de leesbaarheid van de wet evenmin ten goede komt. Hoewel de in het wetsvoorstel gekozen vormgeving niet ideaal is, hebben alternatieven dus ook nadelen.
Het voorgaande laat onverlet dat rechten en plichten die voortvloeien uit het wetsvoorstel voor betrokkenen kenbaar moeten zijn. Deze kwestie is besproken met partijen op Bonaire. Daarin is toegezegd om een geconsolideerde versie van de wet te maken. (zie noot 30) De Afdeling merkt hierbij op dat meer mogelijk is om de kenbaarheid te vergroten.
Zo is het wetsvoorstel voorzien van een uiterst summiere artikelsgewijze toelichting. Zeker als het wetsvoorstel zelf niet zelfstandig leesbaar en technisch complex is, is het - zowel voor de parlementaire behandeling als de uitvoering en de rechtspraktijk - belangrijk dat de artikelsgewijze toelichting meer houvast biedt. (zie noot 31)
Daarnaast wijst de Afdeling op het belang van een goede informatievoorziening over wat deze wet betekent voor betrokken partijen - naast de woningstichtingen ook huurders en de lokale overheden. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat het Engels of het Papiaments de voertaal is op de eilanden en dus niet iedereen het Nederlands (goed) beheerst.
De Afdeling adviseert de artikelsgewijze toelichting uit te breiden en daarnaast toe te lichten op welke wijze wordt gezorgd dat het wetsvoorstel voldoende kenbaar is op de eilanden.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen, tenzij het is aangepast.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Toelichting, paragraaf 1.1 Aanleiding en probleembeschrijving.
(2) Zie uitgebreider de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050, Gerichte groei, juli 2024. Volgens de commissie wordt de bevolkingsgroei vooral veroorzaakt door migratie uit Midden- en Zuid-Amerika. Europees Nederland is daarna het belangrijkste herkomstland.
(3) Op Saba de Own Your Own Home Foundation (OYOHF) en op Sint Eustatius de Statia Housing Foundation (SHF).
(4) Toelichting, paragraaf 1.1 Aanleiding en probleembeschrijving.
(5) Toelichting, paragraaf 1.2.1 Doeltreffendheid en doelmatigheid.
(6) Toelichting, paragraaf 2 Inhoud van het voorstel.
(7) Advies van de Afdeling advisering inzake de 12e wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving, 8 november 2023, W16.23.00190/II.
(8) Toelichting, paragraaf 2 Inhoud van het voorstel, onder ‘Comply or explain’. Een andere oorzaak is de aanscherping van de regels in de Woningwet 2015 naar aanleiding van misstanden bij corporaties (onder andere Vestia).
(9) Voor woningstichtingen in Caribisch Nederland geldt dit niet voor het vermogen, zie voorgesteld artikel 106, eerste lid.
(10) Toelichting, paragraaf 2.2.4 De jaarrekening, het jaarverslag en het volkshuisvestingsverslag.
(11) Een ontwerp voor het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting voor de BES (Btiv-Bes) is in voorbereiding. Ook worden regels nader uitgewerkt in een ministeriële regeling (Rtiv-Bes). Verder zullen voorschriften gelden op grond van onder meer een gezamenlijk beoordelingskader van de Aw en het WSW (plus hun eigen toetsingskaders), een accountantsprotocol en een toetsingskader voor de integriteit en geschiktheid van bestuurders en intern toezichthouders.
(12) Het streven is voorgesteld artikel 2.4 per 1 januari 2030 in werking te laten treden. Zie ook de toelichting, paragraaf 2.3.1 Relatie met de Openbare lichamen.
(13) Toelichting, paragraaf 1.2.1 Doeltreffendheid en doelmatigheid.
(14) Toelichting, paragraaf 1.1 Aanleiding en probleembeschrijving.
(15) Toelichting, paragraaf 8.5 Reactie van het openbaar lichaam Saba. De openbare lichamen Bonaire en Sint Eustatius hebben niet schriftelijk gereageerd.
(16) Toelichting, paragraaf 4.2 Gevolgen voor burgers, professionals en decentrale overheden.
(17) Toelichting, paragraaf 1.1 Aanleiding en probleembeschrijving.
(18) Toelichting, paragraaf 1 Inleiding.
(19) In de consultatie noemt de FCB het wetsvoorstel ‘nodeloos gecompliceerd en omvangrijk’ doordat de Europees-Nederlandse wetgeving als uitgangspunt is genomen.
(20) Vergelijk aanwijzing 2.2 (‘noodzaak van regelgeving’) van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(21) Zie ook het advies om in (onder meer) Caribisch Nederland als uitgangspunt te nemen dat als ongewenste verschillen optreden of onvoldoende met de specifieke regionale omstandigheden rekening wordt gehouden, bestaand beleid en/of de desbetreffende investeringslogica aan te passen, in: Rapport van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen, Samen bouwen aan resultaten. Vijf bouwstenen voor toekomstbestendige interbestuurlijke verhoudingen, november 2025, p. 14.
(22) Zie bijvoorbeeld de Garantie Ondernemingsfinanciering: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/go.
(23) Toelichting, paragraaf 2.5.2 De borgingsvoorziening. Ter vergelijking: in Europees Nederland staan ook gemeenten voor 50% garant. Voor de openbare lichamen wordt een dergelijke regeling financieel en juridisch niet haalbaar geacht.
(24) Artikel 19 van de Woningwet bepaalt dat een instelling alleen wordt toegelaten als deze uitsluitend werkzaam is op het gebied van de volkshuisvesting en financiële middelen uitsluitend inzet in het belang van de volkshuisvesting. Dit biedt beperkte ruimte voor investeringen in maatschappelijk vastgoed (zoals een buurthuis) of kleinschalig commercieel vastgoed. Zie ook de toelichting, paragraaf 2.2.4 en 2.3.2.
(25) Zie in het bijzonder de rapporten van de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland uit 2023 en van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 uit 2024. Uit deze rapporten blijkt ook dat de sociaaleconomische en demografische problematiek verschilt tussen de eilanden.
(26) De bouwopgaven zijn vastgelegd in de Woondeal Bonaire, de Letter of Intent Social Housing Sint Eustatius en de Letter of Intent Social Housing Saba, zie de toelichting, paragraaf 1.1 Aanleiding en probleemstelling.
(27) Zie over differentiatie van wetgeving binnen Caribisch Nederland de voorlichting van de Afdeling advisering uit 2019 over de bestaande vormgeving tussen Caribisch en Europees Nederland en de coördinerende rol van BZK, W04.18.0286/I/Vo, bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 35300-IV, nr. 11.
(28) Naast toegang tot financiering spelen er meer problemen in de sociale huursector, zoals de hoge bouwkosten en de betaalbaarheid van sociale huren voor de laagste inkomens.
(29) Toelichting, paragraaf 8.6 Andere partijen.
(30) Toelichting, paragraaf 8.6 Andere partijen.
(31) Zie ook aanwijzing 4.48 (‘opbouw toelichting’) van de Aanwijzingen voor de regelgeving en punt 6 van het advies van de Afdeling advisering over de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, W17.19.0422/IV, Kamerstukken II 2020/21, 35720, nr. 4.