Wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES.
- Kenmerk
- W12.26.00008/III
- Datum aanhangig
- 19 januari 2026
- Datum vastgesteld
- 4 maart 2026
- Datum advies
- 4 maart 2026
- Datum publicatie
- 9 maart 2026
- Vindplaats
- Staatscourant 2026, 19786
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 19 januari 2026, no.2026000031, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (zie noot 1), bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES in verband met de invoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES, met nota van toelichting.
In Caribisch Nederland komen ouders van thuiswonende kinderen met een intensieve zorgbehoefte in aanmerking voor een verdubbeling van de kinderbijslag. Dit is bedoeld als een tegemoetkoming in de extra kosten die deze ouders maken.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid keert de dubbele kinderbijslag uit. (zie noot 2) Om te bepalen of er sprake is van een intensieve zorgbehoefte, wint de minister medisch advies in bij een daartoe aangewezen rechtspersoon. (zie noot 3)
Met dit ontwerpbesluit wordt in het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES een definitie gegeven van het begrip ‘intensieve zorg’. (zie noot 4) Daarnaast worden een aantal onderwerpen nader geregeld bij ministeriële regeling. (zie noot 5) Het gaat om:
- de wijze van inschakeling van de rechtspersoon;
- de wijze waarop wordt beoordeeld of er sprake is van intensieve zorg;
- de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het medisch advies wordt gebaseerd;
- de uitwisseling van gegevens tussen de rechtspersoon en de minister.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de keuze om de gegevensuitwisseling, die nodig is om te beoordelen of recht bestaat op dubbele kinderbijslag, bij ministeriële regeling nader uit te werken. Zij adviseert om dit ten minste te doen op het niveau van de algemene maatregel van bestuur (amvb).
In verband met daarmee is aanpassing wenselijk van het ontwerpbesluit en de toelichting.
Uitwisseling van gegevens tussen de rechtspersoon en de minister
De wet kinderbijslagvoorziening BES voorziet in een grondslag om bij of krachtens amvb nadere regels te stellen over de uitwisseling van gegevens tussen de rechtspersoon en de minister. (zie noot 6) Met dit ontwerpbesluit wordt ervoor gekozen om die gegevensuitwisseling nader uit te werken bij ministeriële regeling. De Afdeling adviseert dit ten minste op het niveau van een amvb te regelen.
Het gebruik van een ministeriële regeling dient te worden beperkt tot voorschriften van administratieve aard, uitwerking van de details van een regeling, voorschriften die dikwijls wijziging behoeven en voorschriften waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld. (zie noot 7) Als het gaat om het nader regelen van de uitwisseling van gegevens tussen de rechtspersoon en de minister, dan is geen van deze situaties van toepassing.
Eerst zal immers moeten worden bepaald welke gegevens uitgewisseld dienen te worden, zodat de minister in staat is te beoordelen of recht bestaat op dubbele kinderbijslag. Daarbij zal het ook gaan om bijzondere persoonsgegevens over de gezondheid. Dit brengt met zich mee dat aandacht zal moeten worden besteed aan de voorwaarden die zowel de Algemene verordening gegevensbescherming als de Wet bescherming persoonsgegevens BES stellen aan de verwerking van zulke gegevens. (zie noot 8) Er zal onder meer stilgestaan moeten worden bij het in die regelgeving neergelegde verbod op het verwerken van gezondheidsgegevens en de uitzonderingen daarop. Bovendien zullen er passende en specifieke waarborgen moeten worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkenen. (zie noot 9)
Omdat deze te regelen onderwerpen niet vallen onder één van de voornoemde situaties waarvoor normering in een ministeriële regeling passend is en de verwerking van gezondheidsgegevens bijzonder gevoelig is vanuit een oogpunt van het grondwettelijk recht op eerbiediging van het privéleven, adviseert de Afdeling om deze onderwerpen ten minste bij amvb te regelen en het ontwerpbesluit en de toelichting aan te passen.
In dit verband wijst zij er nog op dat dit ook in lijn is met de wijze waarop in Europees Nederland de gegevensuitwisseling ten behoeve van de dubbele kinderbijslag is geregeld en waarbij, zo volgt uit de toelichting bij dit ontwerpbesluit, beoogd is aan te sluiten. (zie noot 10)
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 mei 2026
Het kabinet heeft het advies ter harte genomen en op dit punt het besluit aangepast. De delegatiegrondslag voor het stellen bij ministeriële regeling van nadere regels met betrekking tot de uitwisseling van gegevens tussen de minister en de adviseurs is komen te vervallen. Ook is de nota van toelichting aangevuld met een uitwerking van de gegevensuitwisseling die zal plaatsvinden, het grondrechtelijke kader waarbinnen die verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens plaatsvindt en hoe de privacy van betrokkenen geborgd wordt.
Ook is een artikel toegevoegd aan het besluit dat was voorzien in lagere regelgeving. In dat artikel wordt nader ingegaan op de afspraken tussen de minister en de adviseur, waarin ook moet worden ingegaan op de borging van de privacy van betrokkenen, en de veilige verwerking van persoonsgegevens.
De Afdeling merkt op dat het advies om regels over de verwerking van persoonsgegevens ten minste bij amvb te regelen ook in lijn is met de wijze waarop in Europees Nederland de gegevensuitwisseling ten behoeve van de dubbele kinderbijslag is geregeld. Hierbij wordt verwezen naar artikel 9.1.3a van de Wet langdurige zorg.
Het kabinet merkt op dat dit artikel niet vergelijkbaar is met de situatie in Caribisch Nederland. Het artikel ziet op de automatische uitwisseling van gegevens tussen het CIZ en de SVB bij vaststelling van een wlz-indicatie, ten behoeve van het ambtshalve vaststellen van het recht op dubbele kinderbijslag. De wlz-indicatie – en deze gegevensuitwisseling – bestaan niet in Caribisch Nederland. Wanneer er geen sprake is van een wlz-indicatie, doet een ouder in Europees Nederland een aanvraag, en leidt dit tot een losse beoordeling door het CIZ van de zorgbehoefte van het kind in het kader van de verdubbeling van de kinderbijslag.
Deze werkwijze is de enige werkwijze voor de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES, die ook volgt uit artikel 5a van de Wet kinderbijslagvoorziening BES.
Naast aanpassingen die voortvloeien uit het advies van de Afdeling is van de gelegenheid gebruikgemaakt om enkele redactionele wijzigingen in de nota van toelichting door te voeren. Ook zijn de inwerkingtreding van het besluit en de toelichting daarop aangepast om de verhouding tussen de tijdelijke tegemoetkoming en de structurele verdubbeling van de kinderbijslag in verband met intensieve zorg te verduidelijken.
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Voetnoten
(1) In verband met de kabinetswisseling wordt het advies gezonden aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
(2) Het is de Rijksdienst Caribisch Nederland - unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid (RCN-unit SZW) die, namens de minister, het advies opvraagt bij de rechtspersoon en de dubbele kinderbijslag uitbetaald aan rechthebbenden.
(3) Artikel 5a, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES.
(4) Voorgesteld artikel 1a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES.
(5) Voorgesteld artikel 1a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES.
(6) Artikel 5a, derde lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES.
(7) Aanwijzing 2.24 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(8) Op gegevensverwerkingen door de minister is de Algemene verordening gegevensbescherming van toepassing, terwijl uitsluitend de Wet bescherming persoonsgegevens BES geldt voor gegevensverwerkingen door de rechtspersoon.
(9) Denk hierbij bijvoorbeeld aan artikel 10 van de Grondwet.
(10) Nota van toelichting, paragraaf 3; zie in dit verband ook artikel 9.1.3a van de Wet langdurige zorg.