Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W16.25.00376/II

Wet aanscherping taakstrafverbod.

Kenmerk
W16.25.00376/II
Datum aanhangig
24 december 2025
Datum vastgesteld
25 februari 2026
Datum advies
25 februari 2026
Datum publicatie
2 maart 2026
Vindplaats
Website Raad van State
  • Justitie en Veiligheid
  • Wet

Toon inhoud

  • Samenvatting
  • Volledige tekst
Samenvatting

Advies over wetsvoorstel om taakstrafverbod uit te breiden

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 25 februari 2026 het advies vastgesteld over de Wet aanscherping taakstrafverbod. Het advies is op 2 maart 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Inhoud van het wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel wil de regering het bestaande taakstrafverbod uitbreiden door onder andere alle vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers binnen het bereik van het taakstrafverbod te brengen. Het wetsvoorstel omvat ook twee versoepelingen van het taakstrafverbod. Bij het toepassen van het taakstrafverbod mag een taakstraf namelijk wel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel worden opgelegd. Verder kan de rechter in bijzondere gevallen een uitzondering maken op het taakstrafverbod bij iemand die eerder al een taakstraf heeft gehad.

Taakstrafverbod bij geweld tegen hulpverleners en handhavers

De Afdeling advisering benadrukt dat geweld tegen hulpverleners en handhavers in alle gevallen onacceptabel is en dat hier hard tegen moet worden opgetreden. Maar bij het bepalen van de bandbreedtes waarbinnen gestraft kan worden, dient de wetgever voldoende ruimte te laten aan de rechter om in individuele gevallen maatwerk te leveren. Dit wetsvoorstel perkt de beoordelingsvrijheid van de rechter en de officier van justitie verder in. Het bestaande taakstrafverbod heeft betrekking op zwaardere gevallen van mishandeling. Door dit uit te breiden naar de lichtste vormen kan de bestraffing in sommige gevallen disproportioneel zijn. Ook kan de bestraffing minder effectief zijn, omdat de rechter niet de straf kan opleggen die het beste past bij de strafdoelen, waaronder het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Daarom adviseert de Afdeling advisering het taakstrafverbod niet uit te breiden.

Een beperkte uitzondering bij lichte recidive

De rechter krijgt met het wetsvoorstel de mogelijkheid om bij lichte recidive een uitzondering te maken op het taakstrafverbod als het opleggen van een gevangenisstraf niet gepast is. De Afdeling vraagt of het behoud van het taakstrafverbod bij lichte recidive noodzakelijk en wenselijk is. Zij geeft de regering in overweging dit onderdeel van het taakstrafverbod te schrappen.

Conclusie

De Afdeling advisering adviseert de regering om het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.

Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 24 december 2025, no.2025002959, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de aanscherping van het taakstrafverbod (Wet aanscherping taakstrafverbod), met memorie van toelichting.

Samenvatting

Inhoud van het wetsvoorstel
Met het wetsvoorstel wil de regering het bestaande taakstrafverbod uitbreiden door onder andere alle vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers binnen het bereik van het taakstrafverbod te brengen. Het wetsvoorstel omvat ook twee versoepelingen van het taakstrafverbod. Bij het toepassen van het taakstrafverbod mag een taakstraf namelijk wel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel worden opgelegd. Verder kan de rechter in bijzondere gevallen een uitzondering maken op het taakstrafverbod bij iemand die eerder al een taakstraf heeft gehad.

Taakstrafverbod bij geweld tegen hulpverleners en handhavers
De Afdeling advisering van de Raad van State benadrukt dat geweld tegen hulpverleners en handhavers in alle gevallen onacceptabel is en dat hier hard tegen moet worden opgetreden. Maar bij het bepalen van de bandbreedtes waarbinnen gestraft kan worden, moet de wetgever voldoende ruimte laten aan de rechter om in individuele gevallen maatwerk te leveren. Dit wetsvoorstel perkt de beoordelingsvrijheid van de rechter en de officier van justitie verder in.

Het bestaande taakstrafverbod heeft betrekking op zwaardere gevallen van mishandeling. Door dit uit te breiden naar de lichtste vormen kan de bestraffing in sommige gevallen disproportioneel zijn. Ook kan de bestraffing minder effectief zijn, omdat de rechter niet de straf kan opleggen die het beste past bij de strafdoelen, waaronder het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Daarom adviseert de Afdeling het taakstrafverbod niet uit te breiden.

Een beperkte uitzondering bij lichte recidive
De rechter krijgt met het wetsvoorstel de mogelijkheid om bij lichte recidive een uitzondering te maken op het taakstrafverbod als het opleggen van een gevangenisstraf niet gepast is. De Afdeling advisering vraagt of het behoud van het taakstrafverbod bij lichte recidive noodzakelijk en wenselijk is. Zij geeft de regering in overweging dit onderdeel van het taakstrafverbod te schrappen.

In verband met deze opmerkingen dient het wetsvoorstel nader te worden overwogen.

Advies

1. Inhoud van het wetsvoorstel

Met dit wetsvoorstel wordt het bestaande taakstrafverbod aangescherpt. Het bestaande taakstrafverbod bepaalt dat er geen "kale" taakstraf mag worden opgelegd in geval van ernstige seksuele en geweldsmisdrijven en in geval van recidive bij minder ernstige misdrijven als binnen vijf jaar daaraan voorafgaand al een taakstraf is verricht voor een soortgelijk misdrijf. In deze gevallen mag een taakstraf alleen worden opgelegd als er ook een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd. (zie noot 1)

De voorgestelde aanscherping van het taakstrafverbod houdt in dat er nog een geval bijkomt waarin een "kale" taakstraf niet mogelijk is: de lichtere vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers. Het gaat volgens de voorgestelde wettekst om de verschillende vormen van mishandeling zoals omschreven in de artikelen 300 tot en met 303 van het Wetboek van Strafrecht. (zie noot 2) De genoemde artikelen betreffen mishandelingen van verschillende ernst. Doordat de ernstigste varianten al onder het huidige taakstrafverbod vallen, ziet de voorgestelde aanscherping feitelijk alleen op de lichtere vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers.

De Afdeling heeft eerder geadviseerd over vergelijkbare voorstellen: het voorstel Wet uitbreiding taakstrafverbod ingediend in juli 2020 en het initiatiefvoorstel Wet uitbreiding taakstrafverbod ingediend in februari 2025. (zie noot 3) Het eerste voorstel is in oktober 2022 in de Eerste Kamer verworpen, het tweede voorstel is na het advies van de Afdeling nog niet verder in behandeling gebracht.

Naast de bovengenoemde aanscherping wordt met het wetsvoorstel het taakstrafverbod op enkele andere punten gewijzigd. Zo wordt in de wet expliciet vastgelegd dat bij toepasselijkheid van het taakstrafverbod ook geen "kale" geldboete mag worden opgelegd of strafbeschikking mag worden uitgevaardigd. Daarnaast wordt de bepaling dat een taakstraf toch mag worden opgelegd als dat in combinatie is met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel uitgebreid naar een combinatie met een voorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Hiermee krijgt de rechter meer mogelijkheid tot maatwerk.

Tot slot wordt een "hardheidsclausule" geïntroduceerd, waardoor de rechter de mogelijkheid krijgt om bij recidive van minder ernstige misdrijven in uitzonderlijke gevallen toch een "kale" taakstraf op te leggen. (zie noot 4)

Leeswijzer
Hierna staat de Afdeling eerst stil bij het belang van maatwerk in het strafrecht (punt 2). Vervolgens gaat de Afdeling in op de aanscherping van het taakstrafverbod met mishandeling van hulpverleners en handhavers (punt 3), de uitsluiting van de "kale" geldboete (punt 4) en de voorgestelde "hardheidsclausule" (punt 5).

2. Het belang van maatwerk

Binnen de Nederlandse staatsrechtelijke verhoudingen bepaalt de wetgever bij welke normovertredingen de inzet van het strafrecht gerechtvaardigd en proportioneel is. Daarbij bepaalt de wetgever ook de bandbreedte waarbinnen bestraffing kan plaatsvinden. Vervolgens is het aan de rechter om te beoordelen of in het concrete geval sprake is van een normovertreding en welke sanctie in dat geval passend is.

De door de wetgever gekozen bandbreedte voor de bestraffing moet zodanig zijn dat de strafrechter voldoende ruimte heeft om in individuele gevallen tot een passende en op het individu toegesneden straf te komen. Met bestraffing kunnen immers verschillende doelen worden gediend, zoals vergelding, generale preventie, speciale preventie en resocialisatie. Juist met maatwerk kunnen deze doelen effectief worden bereikt. De strafrechter houdt rekening met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de gevolgen van het feit voor het slachtoffer en de maatschappij, en de persoon van de dader. De straftoemetingsvrijheid van de rechter waarborgt dat de op te leggen sanctie recht doet aan al deze factoren.

Het huidige taakstrafverbod beperkt de ruimte die de rechter heeft voor maatwerk. De voorgestelde uitbreiding van het taakstrafverbod naar lichte mishandeling van hulpverleners en handhavers beperkt deze ruimte nog meer, net als de uitsluiting van een "kale" geldboete bij toepasselijkheid van het taakstrafverbod (zie verder onder punt 4).

Gelet op de verhouding tussen wetgever en rechter en het grote belang van straftoemetingsvrijheid van de rechter, is de Afdeling kritisch op de voorgestelde uitbreiding. Zij wijst op de gebleken effectiviteit van taakstraffen en de aanbeveling in het WODC-onderzoek naar korte vrijheidsstraffen om de discretionaire bevoegdheid van rechters om verschillende typen straffen op te leggen niet in te perken. (zie noot 5)

Daarnaast biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid om een taakstraf te kunnen combineren met een voorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel en een "hardheidsclausule" introduceert bij de recidivebepaling. Dit waardeert de Afdeling positief.

Tegen deze achtergrond maakt de Afdeling enkele opmerkingen over specifieke onderdelen van het wetsvoorstel.

3. Aanscherping taakstrafverbod bij mishandeling van hulpverleners en handhavers

a. Inhoud van de aanscherping
Met het wetsvoorstel worden de misdrijven omschreven in de artikelen 300 tot en met 303 Wetboek van Strafrecht die worden begaan tegen hulpverleners en handhavers onder het taakstrafverbod gebracht. Het gaat dan om mishandeling van ambtenaren van politie en andere ambtenaren met een politietaak, medewerkers van de brandweer en medewerkers in de gezondheidszorg die ten tijde van de mishandeling hulp of acute zorg verleenden, of de rechtsorde handhaafden. (zie noot 6)

De artikelen 300 tot en met 303 van het Wetboek van Strafrecht betreffen mishandelingen van verschillende ernst. De vormen waarop een gevangenisstraf van meer dan zes jaren is gesteld en het geweld dat tot een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit heeft geleid, vallen al onder het huidige taakstrafverbod. (zie noot 7) Het gaat dan om mishandeling die de dood tot gevolg heeft, mishandeling met voorbedachte raad die zwaar letsel of de dood tot gevolg heeft, zware mishandeling en zware mishandeling met voorbedachte raad. (zie noot 8)

Wat met het wetsvoorstel aan het taakstrafverbod wordt toegevoegd, zijn de lichtere vormen van mishandeling begaan tegen hulpverleners en handhavers, waaronder de eenvoudige mishandeling die geen of enig lichamelijk letsel tot gevolg heeft. (zie noot 9) Ook de pogingen tot de verschillende vormen van mishandeling worden toegevoegd, met uitzondering van de poging tot eenvoudige mishandeling omdat deze niet strafbaar is. (zie noot 10)

b. Noodzaak van de aanscherping
De Afdeling stelt voorop dat geweld tegen hulpverleners en handhavers bijzonder ernstig is. Hulpverleners en handhavers verrichten essentieel werk, vaak onder moeilijke omstandigheden en met alle risico’s van dien. Geweld tegen hen is niet alleen schadelijk voor de slachtoffers zelf, maar ondermijnt ook het openbaar gezag en belemmert de handhaving van de openbare orde. Het is daarom van groot belang om dit geweld tegen te gaan. Het is echter de vraag of daarvoor het inperken van de straftoemetingsvrijheid van de rechter noodzakelijk en effectief is. (zie noot 11)

De toelichting is niet specifiek gericht op deze aanscherping van het taakstrafverbod, maar breder ingestoken. Zij onderbouwt de noodzaak van een taakstrafverbod voor alle vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers, dus ook die vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers die al onder het huidige taakstrafverbod vallen. (zie noot 12) Op de toegevoegde waarde van specifiek de aanscherping wordt onvoldoende ingegaan.

Het is daarom de vraag waarom het nodig en gewenst is om ook voor de lichtere vormen van mishandeling van hulpverleners en handhavers een taakstrafverbod in te voeren boven op de bestaande mogelijkheden voor zwaardere bestraffing. Nu al is het uitgangspunt in het beleid van het Openbaar Ministerie (OM) dat in zaken waarin sprake is van een slachtoffer dat een publieke taak uitoefende een strafverhoging van 200% dient te worden toegepast (Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen). (zie noot 13)

In de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) is bij sommige delicten aangegeven dat strafverzwaring mogelijk is als het slachtoffer een publieke taak uitoefende. (zie noot 14) Voor specifiek mishandeling van ambtenaren bepaalt artikel 304 Wetboek van Strafrecht dat de wettelijk gestelde maximumduur van de gevangenisstraf met een derde kan worden verhoogd.

Dit alles drukt al uit dat geweld tegen een hulpverlener of handhaver de dader zwaarder wordt aangerekend dan vergelijkbaar geweld tegen andere personen, en dat dit geweld als ernstiger wordt gezien en ook zwaarder bestraft kan worden, ook als het om de lichtere vormen van geweld gaat.

Met het uitsluiten van een "kale" taakstraf (en een "kale" geldboete, zie punt 4) bij de relatief lichte gevallen van mishandeling van hulpverleners en handhavers, zonder hierop een uitzondering toe te staan, lijkt de wetgever te veronderstellen dat de taakstraf in deze gevallen nooit proportioneel is. Daarmee miskent de wetgever dat zich omstandigheden kunnen voordoen, bijvoorbeeld in de persoon van de dader, waarbij een "kale" maar serieuze taakstraf juist een passende en proportionele sanctie zou zijn. De wetgever beperkt op deze manier de mogelijkheid van de strafrechter om maatwerk te leveren. De Afdeling merkt op dat dit kan leiden tot disproportionele bestraffing, vooral wanneer de handelingen nauwelijks pijn of letsel hebben veroorzaakt maar wel als een vorm van mishandeling kwalificeren. (zie noot 15)

c. Effectiviteit van de aanscherping
Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat voor alle gevallen waarin het taakstrafverbod toepasselijk is, wel een taakstraf in combinatie met een (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel mag worden opgelegd. (zie noot 16) Bij de lichtere vormen van mishandeling begaan tegen hulpverleners en handhavers zal dit een korte (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zijn.

Uit onderzoek blijkt echter dat korte vrijheidsstraffen niet in grotere mate dan andere straffen ervoor zorgen dat de strafdoelen worden bereikt. Het generaal afschrikwekkende effect van (korte) vrijheidsstraffen ten opzichte van andere typen straffen lijkt klein of zelfs afwezig te zijn. Ook zijn er aanwijzingen dat de kans op recidive juist groter is na een korte vrijheidsstraf dan na een niet-vrijheidsbenemende straf, zoals een taakstraf. Daarnaast blijkt dat de korte vrijheidsstraf niet de enige straf is die proportionele afkeuring kan uitdrukken. (zie noot 17)

Voor een afschrikwekkende werking van de aanscherping van het taakstrafverbod moeten daders bekend zijn met het feit dat mishandeling van hulpverleners en handhavers met (on)voorwaardelijke vrijheidsbeneming wordt bestraft en hier gevoelig voor zijn. Dit vereist dus een weloverwogen beslissing van de dader voordat de mishandeling wordt begaan. Daar zal lang niet altijd sprake van zijn, bijvoorbeeld in het geval dat de dader een verward persoon is. (zie noot 18)

Daarnaast laat recent onderzoek zien dat motieven van verdachten/daders van agressie en geweld tegen hulpverleners divers zijn, maar dat expressief of emotioneel geweld (zoals reacties vanuit frustratie, machteloosheid, ervaren van onrecht of uitzichtloosheid) vaak voorkomt. Ook blijkt dat situationele escalaties van ongepland geweld tijdens een interactie met hulpverleners een grote rol spelen. Met name alcohol- en drugsgebruik en groepsdruk versterken dit risico. (zie noot 19)

d. Conclusie
De Afdeling benadrukt dat geweld tegen hulpverleners en handhavers niet getolereerd moet worden en dat hier hard tegen opgetreden moet worden. Bij het bepalen van de bandbreedtes waarbinnen gestraft kan worden, dient de wetgever echter voldoende ruimte te laten aan de rechter om in individuele gevallen maatwerk te leveren.

De Afdeling wijst erop dat de verdere inperking van de beoordelingsvrijheid van de rechter en de officier van justitie door de aanscherping van het taakstrafverbod kan leiden tot disproportionele en minder effectieve bestraffing bij de lichtste vormen van mishandeling. Het beoogde normerende en afschrikwekkende effect van deze aanscherping is daarentegen beperkt. Om deze redenen adviseert de Afdeling van deze aanscherping van het taakstrafverbod af te zien.

4. Geen taakstraf, geen geldboete

Met het wetsvoorstel wordt expliciet in de wet vastgelegd dat bij toepasselijkheid van het taakstrafverbod ook geen "kale" geldboete kan worden opgelegd. Volgens de toelichting is dit een verduidelijking van hetgeen al geldt en geen aanscherping. Dit zou namelijk al volgen uit het huidige wettelijke systeem. Artikel 9 van het Wetboek van Strafrecht somt in het eerste lid, onderdeel a, de hoofdstraffen als volgt op: gevangenisstraf; hechtenis; taakstraf; geldboete. Volgens artikel 61, eerste lid, van hetzelfde wetboek geeft deze volgorde de betrekkelijk zwaarte van de hoofdstraffen weer. De geldboete is dus een relatief lichtere hoofdstraf dan de taakstraf. In die gevallen waarin het taakstrafverbod geldt zou dan logischerwijs ook geen "kale" geldboete mogen worden opgelegd, aldus de toelichting. (zie noot 20)

Deze uitleg van de reikwijdte van het taakstrafverbod volgt echter niet als zodanig uit het Wetboek van Strafrecht. (zie noot 21) Uit de wettelijke volgorde van de hoofdstraffen kan niet worden afgeleid dat bepaalde sancties niet mogen worden opgelegd of gecombineerd, behalve als dit expliciet in de wet is geregeld. (zie noot 22) Bovendien stelde de minister bij de totstandkoming van het initiële taakstrafverbod dat de rechter bij de toepasselijkheid van het taakstrafverbod de mogelijkheid heeft om een voorwaardelijke gevangenisstraf te combineren met een geldboete. (zie noot 23)

De bepaling dat bij toepasselijkheid van het taakstrafverbod ook geen "kale" geldboete mag worden opgelegd, is dan ook een aanscherping van het bestaande taakstrafverbod. (zie noot 24) De noodzaak en proportionaliteit voor deze aanscherping worden in de toelichting niet expliciet overwogen. Tot slot vereist de aanscherping dat het wetsvoorstel voorziet in overgangsrecht. Dat is nu nog niet gedaan.

De Afdeling adviseert in de toelichting de noodzaak voor en de evenredigheid van het uitsluiten van de geldboete dragend te motiveren, en te voorzien in overgangsrecht.

5. "Hardheidsclausule" bij lichte recidive

Het wetsvoorstel introduceert een "hardheidsclausule" waarmee een uitzondering kan worden gemaakt op het taakstrafverbod bij lichte recidive. Het huidige taakstrafverbod geldt onder andere voor gevallen waarin iemand wordt veroordeeld wegens een misdrijf en in de vijf jaren voorgaand aan dat misdrijf een taakstraf heeft gehad. (zie noot 25) De "hardheidsclausule" maakt het mogelijk dat de rechter in deze gevallen een "kale" taakstraf oplegt als een vrijheidsbenemende sanctie leidt tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard wegens uitzonderlijke omstandigheden die zich ten tijde van of na het begaan van het misdrijf hebben voorgedaan, dan wel die de persoon van de veroordeelde betreffen. (zie noot 26)

In de toelichting wordt beschreven dat rechters het taakstrafverbod bij lichte recidive in sommige gevallen als knellend ervaren. (zie noot 27) Als voorbeeld wordt een geval genoemd waarin een sociaal kwetsbaar persoon een eenvoudige winkeldiefstal pleegt. Het opleggen van een vrijheidsbenemende sanctie kan de rechter disproportioneel achten. Het kan er tevens toe leiden dat iemand verder afglijdt en opnieuw recidiveert.

Een ander voorbeeld in de toelichting betreft het geval waarin een beroep op een strafuitsluitingsgrond niet slaagt, maar de hiervoor relevante omstandigheden normaal gesproken wel zouden leiden tot strafvermindering. Weer andere voorbeelden gaan over gevallen waarin de verdachte detentieongeschikt is, getroffen is door een ernstige ziekte of een ongeval, of is opgenomen in een instelling. De Afdeling maakt hierover twee opmerkingen.

Ten eerste volgt uit de Aanwijzingen voor de regelgeving dat een hardheidsclausule is bedoeld voor onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te voorziene gevallen of groepen gevallen. (zie noot 28) De voorbeelden in de toelichting komen binnen het strafrecht met enige regelmaat voor. Deze kunnen derhalve niet als ‘niet te voorzien’ worden aangemerkt. Daardoor wringt de kwalificatie van de voorgestelde uitzondering als een hardheidsclausule in wetstechnische zin. Het lijkt eerder te gaan om een nieuwe, beperkte uitzondering op het taakstrafverbod. De Afdeling adviseert daarom deze terminologie te hanteren in de toelichting en niet te spreken van een hardheidsclausule.

Ten tweede roept de constatering dat het taakstrafverbod bij lichte recidive als (te) knellend wordt ervaren de fundamentele vraag op of het behoud van dit onderdeel van het taakstrafverbod noodzakelijk en wenselijk is. Dit wordt versterkt doordat a contrario uit de toelichting kan worden afgeleid dat dit onderdeel van het taakstrafverbod kennelijk niet tot de kern van het taakstrafverbod behoort.

De gedachte achter dit onderdeel was dat een vrijheidsstraf geboden is als een eerdere taakstraf kennelijk niet tot gedragsverandering van de betrokkene heeft geleid. (zie noot 29) De eerdere taakstraf kan echter te kort zijn geweest om de gewenste gedragsverandering te bereiken. In sommige gevallen kan voor het nieuwe strafbare feit dan een langer durende taakstraf passender zijn dan een vrijheidsstraf, te meer omdat onderzoek laat zien dat kortdurende vrijheidsstraffen niet bijdragen aan het voorkomen van recidive.

Met de voorgestelde wettelijke uitzondering lijkt echter geen uitweg te worden geboden voor dergelijke gevallen. Derhalve zou ook overwogen kunnen worden de rechter meer ruimte voor maatwerk te geven door dit onderdeel van het taakstrafverbod te laten vervallen.

De Afdeling adviseert de schrapping van het taakstrafverbod te overwegen bij de lichte recidive. Indien dit onderdeel van het taakstrafverbod wordt behouden adviseert de Afdeling in de toelichting te spreken over een "beperkte uitzondering" die op dit onderdeel kan worden gemaakt, in plaats van een "hardheidsclausule".

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen, tenzij het is aangepast.

De waarnemend vice-president van de Raad van State

Voetnoten

(1) Artikel 22b Wetboek van Strafrecht (Sr). Zie HR 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:202.
(2) Artikel 1, A (nieuw artikel 22b, eerste lid, sub c, Sr).
(3) Advies Raad van State van 24 juni 2020, kenmerk W16.20.0104/II en Advies Raad van State van 16 april 2025, kenmerk W16.25.00023/II.
(4) Artikel I, A en B, en Memorie van Toelichting, Algemeen deel, paragraaf 1. Inleiding.
(5) S. Boschman, S. Verweij, G. Weijters, Korte vrijheidsstraffen. Een literatuuronderzoek naar het bereiken van strafdoelen met korte vrijheidsstraffen ten opzichte van andere straffen, WODC, 2023.
(6) Artikel I, A (nieuw artikel 22b, eerste lid, sub c, Sr).
(7) Artikel 22b eerste lid, sub a, Sr.
(8) Respectievelijk artikel 300, derde lid Sr; artikel 301, tweede en derde lid, Sr; artikel 302 Sr; artikel 303 Sr.
(9) Artikel 300, eerste lid, Sr.
(10) Memorie van Toelichting, Artikelsgewijs deel, Artikel I, A.
(11) Zie ook de consultatiereactie van de NOvA, 11 juli 2025, p. 2; de consultatiereactie van de reclassering, 22 september 2025, p. 1 t/m 4; de consultatiereactie van het OM, 13 oktober 2025, p. 3; en de consultatiereactie van de Rvdr, 15 oktober 2025, p. 2 t/m 6.
(12) Memorie van Toelichting, Artikelsgewijs deel, Artikel I, A.
(13) Memorie van Toelichting, Algemeen deel, paragraaf 3.1.Uitbreiding taakstrafverbod bij mishandeling van handhavers en hulpverleners.
(14) Memorie van Toelichting, Algemeen deel, paragraaf 4. Adviezen, onder Nut, noodzaak en alternatieven.
(15) In haar eerdere advies van 16 april 2025, kenmerk W16.25.00023/II, noemde de Afdeling enkele voorbeelden.
(16) Artikel 1, A (wijziging artikel 22b, derde lid, Sr).
(17) S. Boschman, S. Verweij, G. Weijters. Korte vrijheidsstraffen. Een literatuuronderzoek naar het bereiken van strafdoelen met korte vrijheidsstraffen ten opzichte van andere straffen. WODC, 2023.
(18) Zie ook Aanhangsel van de Handelingen II, 2025-2026, 861, Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel van Zembla waaruit blijkt dat de 200% verhoging van de strafeis nauwelijks wordt opgelegd bij geweldsdelicten jegens medewerkers met een publieke taak (ingezonden 21 november 2025).
(19) M. Abraham, L. Klein Kranenburg, S. Konaté en L. Krouwel, Meer dan de dader Samenhangende inzichten over agressie en geweld tegen hulpverleners, DSP-groep, november 2025.
(20) Memorie van Toelichting, Algemeen deel, paragraaf 3.2 Taakstrafverbod, geldboete en strafbeschikking en paragraaf 4. Adviezen, onder Taakstrafverbod, geldboete en strafbeschikking.
(21) Zie ook Advies Raad van State van 16 april 2025, kenmerk W16.25.00023/II, onder 6.
(22) Zie de regeling voor eendaadse samenloop (artikel 55 Sr) en voortgezette handeling (artikel 56 Sr).
(23) Kamerstukken II 2009/10, 32169, 7, p. 16.
(24) Deze lezing wordt gesteund door de reclassering, het OM en de Rvdr, zie de consultatiereactie van de reclassering, 22 september 2025, p. 4; de consultatiereactie van het OM, 13 oktober 2025, p. 7-8; en de consultatiereactie van de Rvdr, 15 oktober 2025, p. 7-8.
(25) Artikel 22b, tweede lid, Sr.
(26) Artikel I, onderdeel A, vierde lid.
(27) Memorie van toelichting, Algemeen deel, paragraaf 3.4 Hardheidsclausule taakstrafverbod bij recidive en Artikelsgewijze toelichting bij Artikel I, onderdeel A, vierde lid.
(28) Toelichting bij Aanwijzing 5.25 voor de regelgeving.
(29) Kamerstukken 2009/10, 32169, nr. 3, p. 4.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon