Wijziging van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerking scheepvaart ter uitvoering van de zogenoemde EMSWe-verordening..
- Kenmerk
- W17.25.00359/IV
- Datum aanhangig
- 9 december 2025
- Datum vastgesteld
- 4 februari 2026
- Datum advies
- 4 februari 2026
- Datum publicatie
- 9 februari 2026
- Vindplaats
- Staatscourant 2026, 10696
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 9 december 2025, no.2025002810, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart in verband met de invoering van het Maritime National Single Window, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van de verordening tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem (zie noot 1). Met deze verordening worden de regels over het doen van een melding bij aankomst van een schip in een haven geharmoniseerd, zodat voortaan in elke Europese haven op eenzelfde wijze melding kan worden gedaan.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de gevallen waarin melding moet worden gedaan van de opvarenden van passagiersschepen. Beoogd wordt om dit te regelen in de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart, maar hiervoor bestaat geen grondslag in het huidige besluit. In dit licht adviseert de Afdeling om een toereikende delegatiegrondslag in het ontwerpbesluit op te nemen.
De Afdeling merkt daarnaast op dat de transponeringstabel in de toelichting bij het ontwerpbesluit niet volledig is. De Afdeling adviseert de transponeringstabel aan te vullen met de ontbrekende bepalingen.
In verband met deze opmerkingen is aanpassing van het ontwerpbesluit en de toelichting wenselijk.
1. Achtergrond en inhoud van het ontwerpbesluit
Met het ontwerpbesluit wordt uitvoering gegeven aan de verordening tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem (hierna: EMSWe-verordening). Deze verordening strekt tot harmonisatie van de regels voor het doen van meldingen in de haven, met name door ervoor te zorgen dat de gegevens in elke Europese haven op dezelfde wijze kunnen worden gemeld. Daarbij is het idee dat schepen bij het aandoen van een Europese haven informatie slechts eenmalig hoeven te melden en dat de informatie daarna voor verschillende doeleinden kan worden gebruikt en wordt doorgestuurd naar relevante partijen.
Voordat de verordening op 15 augustus 2025 in werking trad waren lidstaten al verplicht om een nationaal maritiem éénloketsysteem op te zetten, op grond van Richtlijn 2010/65. (zie noot 2) Omdat dit echter niet leidde tot de beoogde afname van de administratieve lasten, wordt nu gekozen voor verdergaande harmonisatie en het opzetten van een Europees maritiem éénloketsysteem dat in alle lidstaten gelijk is. Daarmee wordt het mogelijk om in elke haven op eenzelfde manier de verplichte meldingen te doen. Met de verordening wordt Richtlijn 2010/65 ingetrokken.
Ter uitvoering van de verordening wordt in het ontwerpbesluit geregeld dat bij ministeriële regeling een nationaal coördinator voor het EMSWe wordt aangewezen. Verder worden verwijzingen naar de richtlijn die komt te vervallen uit het besluit gehaald, en wordt een aantal andere technische wijzigingen en implementaties doorgevoerd.
2. Melding van opvarenden van passagiersschepen
Met het ontwerpbesluit wordt artikel 3a van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart (Bmgs) aangepast. (zie noot 3) Dit artikel regelt dat melding moet worden gedaan door de kapitein, exploitant of agent van een passagiersschip over de opvarenden, wanneer dat schip vertrekt uit een Nederlandse haven of vertrekt uit een buiten de EU gelegen haven en op weg is naar een Nederlandse haven.
Met het ontwerpbesluit wordt het artikel zo aangepast dat in het artikel niet meer wordt geregeld wanneer een melding moet worden gedaan. Uit de toelichting blijkt dat hiervoor is gekozen omdat het artikel nu een onvolledige opsomming van de situaties waarin gegevens moeten worden gemeld bevat. De minister is daarom voornemens om de verdere technische uitwerking te regelen in de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart. (zie noot 4)
Het Bmgs bevat echter geen delegatiegrondslag op grond waarvan in een ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over wanneer een melding van opvarenden van passagiersschepen moet worden gedaan. (zie noot 5) Het is daarom op dit moment niet mogelijk om in de Regeling meldingen en communicatie scheepvaart te regelen in welke gevallen een melding moet worden gedaan.
De Afdeling adviseert om in het ontwerpbesluit te voorzien in een toereikende delegatiegrondslag.
3. Transponeringstabel
Met het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan Unierecht. Het is in dat geval gebruikelijk dat de toelichting een transponeringstabel bevat waaruit blijkt hoe uitvoering wordt gegeven aan de afzonderlijke bepalingen van de desbetreffende verordening. (zie noot 6) In de toelichting bij het ontwerpbesluit is een dergelijke transponeringstabel opgenomen, maar daarin worden maar vijf bepalingen uit de EMSWe-verordening genoemd. Het is daarmee niet duidelijk op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de overige bepalingen uit de verordening. (zie noot 7)
Daarbij is ten aanzien van een aantal bepalingen die niet in de transponeringstabel worden genoemd de vraag of er niet toch op enigerlei wijze implementatie in regelgeving nodig is. Zo is bijvoorbeeld onduidelijk of artikel 14, tweede lid, van de verordening, dat regelt dat de lidstaten ervoor zorgen dat de gegevens aan de EMSWe-scheepsdatabank worden verstrekt op basis van de door melders bij het nationaal maritiem éénloketsysteem ingediende gegevens, implementatie vereist. Hetzelfde geldt voor artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van de verordening.
In het licht van het voorgaande adviseert de Afdeling om de transponeringstabel in de toelichting bij het ontwerpbesluit aan te vullen met de ontbrekende bepalingen uit de verordening.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 maart 2026
2. Melding van opvarenden van passagiersschepen
Er is een wijziging aangebracht in onderdeel C, dat artikel 3a, tweede lid, van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart wijzigt. In de opsomming is toegevoegd ‘de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste lid moet plaatsvinden’. Hiermee wordt een delegatiegrondslag opgenomen op grond waarvan in een ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over in welke gevallen een melding van opvarenden van passagiersschepen moet worden gedaan.
3. Transponeringstabel
Deze opmerking is verwerkt in het ontwerpbesluit. De transponeringstabel is aangevuld met de ontbrekende artikelen die gericht zijn aan de lidstaat.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de bevoegde autoriteit voor het afvalontvangstbewijs toe te voegen. Niet eerder is een bevoegde autoriteit aangewezen aan wie de melding afvalontvangstbewijs moet worden gemeld. De havenbeheerder beschikt al over dergelijke informatie op grond van andere regelgeving. De houders van havenontvangstvoorzieningen gebruiken voor het afvalontvangstbewijs het al bestaande S-formulier dat is opgenomen bij de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. Het afschrift van het ontvangstbewijs dient op grond van de Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen aan de havenbeheerder te worden gestuurd. Hiervoor is de havenbeheerder dus al een rol toegekend. In het kader van efficiëntie wordt de havenbeheerder bij ministeriële regeling als bevoegde autoriteit aangewezen voor het afgeven en doorzenden van het afvalontvangstbewijs aan SafeSeaNet.
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom aan en verzoek u overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat
Voetnoten
(1) Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot instelling van een Europees maritiem één loketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU.
(2) Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG.
(3) Artikel I, onderdeel C, van het ontwerpbesluit.
(4) Nota van toelichting, Artikelsgewijze toelichting, artikel I, onderdeel C.
(5) Op grond van artikel 3a Bmgs is het op dit moment slechts mogelijk om bij ministeriële regeling regels te stellen met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder vrijstelling of ontheffing van de meldplicht mogelijk is en de wijze waarop en het moment waarop de melding plaatsvindt.
(6) Zie ook Aanwijzing 9.12 (Transponeringstabel EU-implementatieregeling) van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(7) Dit geldt bijvoorbeeld voor artikel 4, eerste lid, artikel 5, vierde lid, en artikel 11, eerste lid, van de EMSWe-verordening.