Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W12.25.00292/III

Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met beroepsziekten en het Steunpunt RI&E.

Kenmerk
W12.25.00292/III
Datum aanhangig
13 oktober 2025
Datum vastgesteld
28 januari 2026
Datum advies
28 januari 2026
Datum publicatie
2 februari 2026
Vindplaats
Website Raad van State
  • Sociale zaken en Werkgelegenheid
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 13 oktober 2025, no.2025002292, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met beroepsziekten en het Steunpunt RI&E, met memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel regelt in de Arbeidsomstandighedenwet grondslagen voor een drietal beleidsontwikkelingen. Het gaat in de eerste plaats om het reeds bestaande Steunpunt RI&E. De twee andere ontwikkelingen betreffen de problematiek van beroepsziekten. Met een samenwerkingsverband van instellingen die een kennisprogramma beroepsziekte ontwikkelen en uitvoeren wordt bevordering van de kennis op dit gebied beoogd. En met een grondslag voor al in ontwikkeling zijnde tegemoetkomingsregelingen voor beroepsziekten wordt beoogd de erkenning van getroffenen beter te regelen.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de voorgestelde grondslag voor een tegemoetkomingsregeling. Ten eerste merkt zij op dat erkenning van leed meer omvat dan alleen een financiële tegemoetkoming. In de toelichting wordt niet ingegaan op andere relevante aspecten van erkenning van leed. Het is daarmee niet duidelijk of met een financiële tegemoetkoming voldoende wordt voorzien in de vorm van erkenning waaraan de doelgroep behoefte heeft, of dat (ook) andere maatregelen nodig zijn.

Daarnaast merkt de Afdeling op dat de uitwerking van de tegemoetkomingsregeling volledig wordt gedelegeerd aan de minister. Nu reeds ervaring is opgedaan met dergelijke regelingen is het vastleggen van de hoofdlijnen in een wettelijke regeling mogelijk. Dit is ook wenselijk om het doel van het codificeren in een wettelijke regeling tot zijn recht te laten komen. Bovendien worden hierdoor onnodige en onwenselijke verschillen tussen de bestaande regelingen weggenomen. In het verlengde hiervan vraagt de Afdeling of een tegemoetkomingsregeling voor beroepsziekten naar haar aard niet beter past in de Wet WIA dan in de Arbeidsomstandighedenwet.

De Afdeling maakt verder een opmerking over de voorgestelde wettelijke definitie van beroepsziekte. Tot slot adviseert de Afdeling in de toelichting nader te motiveren waarom de subsidie aan het samenwerkingsverband niet leidt tot staatssteun. Daarnaast adviseert zij de taak die bij ministeriële regeling wordt toegekend aan de SER vorm te geven als een DAEB en de subsidieverstrekking aan de SER daarop af te stemmen.

In verband hiermee is aanpassing wenselijk van het wetsvoorstel en de toelichting.

1. Inhoud en achtergrond wetsvoorstel

a. Inhoud
Het wetsvoorstel voorziet in een wettelijke grondslag voor drie beleidsontwikkelingen, die in de praktijk al voor een deel zijn ingevoerd. De drie grondslagen worden geregeld in de Arbeidsomstandighedenwet.

Dit betreft in eerste plaats een grondslag voor het reeds bestaande Steunpunt RI&E (risico-inventarisatie en evaluatie) en een structurele verlening van subsidie aan deze organisatie. Het Steunpunt RI&E, waarvan het secretariaat is ondergebracht bij de Sociaal-Economische Raad (SER), ondersteunt bedrijven en branches met informatie en hulpmiddelen bij het voldoen aan hun RI&E-verplichtingen.

In de tweede plaats wordt een subsidiegrondslag voorgesteld voor een samenwerkingsverband van instellingen die kennisactiviteiten verrichten ter voorkoming of beperking van beroepsziekten. Het kennisprogramma zal verder worden uitgewerkt in een subsidieregeling en een daarbij te voegen hoofdlijnennotitie. Er zal steeds voor een periode van vijf jaar aan een samenwerkingsverband een subsidie worden toegekend.

Ten slotte wordt een grondslag voor tegemoetkomingsregelingen voor beroepsziekten voorgesteld. Volgens het voorstel kan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een tegemoetkoming toekennen aan personen die lijden aan een beroepsziekte. De uitwerking hiervan vindt plaats bij ministeriële regeling. Uit de toelichting blijkt dat twee bestaande tegemoetkomingsregelingen op deze nieuwe grondslag zullen worden gebaseerd. (zie noot 1)

b. Omgaan met beroepsziekte
In het kader van de verplichting van werkgevers om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor hun werknemers moeten zij een risico-inventarisatie en -evaluatie uitvoeren. Als werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stoffen, gelden daarbij aanvullende vereisten. (zie noot 2) Ondanks het bestaan van deze verplichtingen komt het voor dat (voormalige) werkenden een beroepsziekte oplopen. Dat is een ziekte die het gevolg is van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden. (zie noot 3)

De kennis over beroepsziekten is in Nederland nog onvoldoende ontwikkeld, aldus de toelichting. Dit wordt toegeschreven aan de in Nederland gehanteerde systematiek om arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toe te kennen op basis van het zogeheten ‘risque social’ (Wet WIA). Daarbij wordt niet gekeken naar de vraag of de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door het werk, waardoor over deze oorzaak van arbeidsongeschiktheid in Nederland minder kennis wordt verzameld. Ook wordt volgens de toelichting de wel bestaande kennis over beroepsziekten in de praktijk onvoldoende toegepast. Dit bemoeilijkt preventie, vroege signalering en de medische diagnostiek. (zie noot 4)

In het Nederlandse systeem zijn (voormalige) werkenden die een beroepsziekte oplopen (afgezien van socialezekerheidsuitkeringen) (zie noot 5) voor een schadevergoeding aangewezen op het civiele aansprakelijkheidsrecht. Als gevolg van de geleidelijke versobering van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en aanscherping van de voorwaarden voor uitkering is deze route relatief belangrijker geworden. Claims op basis van beroepsziekten zijn echter vaak ingewikkeld en leiden, mede daardoor, tot langdurige aansprakelijkheidsprocedures. Voor zieke werknemers vormt dit een belemmering om hun werk- of opdrachtgever aansprakelijk te stellen. (zie noot 6)

c. Commissie VSAB
De afgelopen ruim twintig jaar zijn diverse regelingen getroffen om buiten het aansprakelijkheidsrecht om een tegemoetkoming te verstrekken aan werknemers en/of zelfstandigen met een bepaalde beroepsziekte. Dit gold bijvoorbeeld voor aan asbest gerelateerde ziekten, mede gelet op de soms lange incubatieperiode van deze ziekten. Daardoor waren de aansprakelijkheidsprocedures vaak niet toereikend. Daarna gebeurde hetzelfde met andere beroepsziekten, waaronder die als gevolg van het werken met chroom-6 bij onder meer Defensie.

De problematiek rond het werken met chroom-6 vormde aanleiding om in 2019 de commissie Vergemakkelijking Schadeafhandeling bij Beroepsziekten (VSAB) in te stellen (commissie-Heerts). De commissie werd gevraagd te adviseren over een betere organisatie van schadeafhandeling bij beroepsziekten door stoffen en daartoe verbetervoorstellen te doen.

De commissie concludeert in haar advies dat vooral onder werkgevers geen draagvlak bestaat voor een fundamenteel andere inrichting van de praktijk van schadecompensatie bij beroepsziekten. (zie noot 7) Omdat de commissie wilde komen met een breed gedragen voorstel, is dat niet geadviseerd. In plaats daarvan werd aanbevolen om de preventie en handhaving te verbeteren, kennisontwikkeling te stimuleren en te voorzien in een algemene tegemoetkoming voor werkenden met een stoffenziekte, uit te voeren door een speciaal fonds.

In vervolg op het advies van de commissie VSAB heeft de Minister van SZW in 2023 op basis van de Kaderwet SZW-subsidies een ministeriële regeling getroffen die werkenden met een stoffengerelateerde beroepsziekte recht geeft op een financiële tegemoetkoming. (zie noot 8) Ook is aan het samenwerkingsverband Landelijk expertisecentrum stoffengerelateerde beroepsziekten (Lexces) een subsidie verstrekt voor een eerste werkprogramma naar beroepsziekten door gevaarlijke stoffen.

Door te voorzien in wettelijke grondslagen voor deze ontwikkelingen vormt het wetsvoorstel het sluitstuk van de uitwerking van het advies van de commissie VSAB, aldus de toelichting. (zie noot 9)

2. Tegemoetkomingsregeling

De Afdeling onderschrijft de noodzaak van maatregelen om de naleving van RI&E-verplichtingen te verbeteren en de ontwikkeling van kennis over beroepsziekten te stimuleren. Dit komt niet alleen zieke werkenden ten goede, maar is ook nodig voor betere preventie. Wel roept de voorgestelde regeling van tegemoetkomingsregelingen vragen op.

a. Erkenning bieden
Uit de toelichting volgt dat de bestaande tegemoetkomingsregelingen zijn bedoeld om erkenning te bieden aan werkenden die lijden aan een beroepsziekte. Eerder heeft de minister van SZW bij de invoering van de tegemoetkomingsregeling voor stoffengerelateerde beroepsziekten gezegd dat hiermee "een korte en snelle route naar erkenning" wordt geboden. (zie noot 10) Met een wettelijke grondslag voor deze regelingen wil de regering deze erkenning beter regelen. (zie noot 11) De werkgever is en blijft verantwoordelijkheid voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. (zie noot 12)

Dat burgers vragen om, en hechten aan, erkenning van de uitzonderlijke, belastende omstandigheden waarin zij door ziekte terecht zijn gekomen, valt te begrijpen. Verlies van gezondheid gaat vaak hand in hand met verlies van werk en sociale contacten, met verlies van inkomen, hoge medische kosten, afhankelijkheid van zorg door derden en vormt een belasting voor de naasten. (zie noot 13) In zulke diepingrijpende situaties luistert het bieden van erkenning nauw. De vraag is of hierbij kan worden volstaan met het toekennen van een tegemoetkoming.

De Afdeling merkt op dat erkenning op veel verschillende manieren kan worden geboden. Inzicht in de behoeften van de doelgroep, bijvoorbeeld door met hen in gesprek te gaan, is van groot belang bij de afweging van passende, doeltreffende en doelmatige maatregelen. Een snelle, eenzijdig bepaalde oplossing is daarom niet wenselijk. Dit heeft als risico dat de maatregel niet wordt opgevat als erkenning van leed, maar als een administratieve handeling. Dit geldt in het bijzonder als voor een financiële tegemoetkoming wordt gekozen.

In de toelichting wordt niet ingegaan op de relevante vragen en afwegingen die erkenning van leed meebrengt. (zie noot 14) Daarmee is niet duidelijk of met een financiële tegemoetkoming wordt voorzien in de erkenning waaraan de doelgroep behoefte heeft. Dat het vooralsnog gaat om een grondslag voor bestaande regelingen van tegemoetkomingen doet hieraan niet af. Integendeel, uit onderzoek blijkt dat gedupeerden bij eerdere regelingen een gebrek hebben ervaren aan inspraak en daadwerkelijk luisteren. Ook was er ontevredenheid over de uitkomst. (zie noot 15)

Van belang is dat erkenningsmaatregelen bijdragen aan het herstel van de waardigheid van de getroffen burgers. In veel gevallen willen zij eerst en vooral worden gehoord. Ook is zorgvuldige communicatie vanuit de overheid cruciaal om onrealistische verwachtingen te voorkomen, bijvoorbeeld over de aard en hoogte van de tegemoetkoming. Verder geldt dat het verstrekken van een financiële tegemoetkoming aan betekenis wint wanneer dit wordt gecombineerd met een of meer andere vormen van erkenning. Uit de toelichting blijkt niet of, en zo ja, hoe de regering voornemens is op andere manieren erkenning te bieden of daarvoor werkgevers of brancheorganisaties verantwoordelijkheid te geven.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de relevante vragen en afwegingen die erkenning van leed meebrengt. Zij adviseert in dat verband nader te motiveren of met een financiële tegemoetkoming voldoende wordt voorzien in de erkenning waaraan de doelgroep behoefte heeft, of dat hiervoor (ook) andere maatregelen nodig zijn.

b. Wettelijke tegemoetkomingsregeling
Het voorstel regelt een wettelijke grondslag voor een financiële tegemoetkoming aan personen die lijden aan een beroepsziekte. De Afdeling onderschrijft de noodzaak van een specifieke wettelijke bevoegdheid. Een betaling door de overheid behoeft immers een geldige rechtsgrond. (zie noot 16) De uitwerking hiervan wordt in het voorstel echter volledig gedelegeerd aan de minister. Dit beperkt de waarde van een formeel wettelijke regeling, nu de democratische legitimatie slechts ziet op de toekenning van bevoegdheden en niet op de inhoudelijke vormgeving van de financiële tegemoetkoming.

De gekozen rechtstreekse delegatie aan de minister strookt ook niet met de Aanwijzingen voor de regelgeving. De algehele uitwerking van een financiële tegemoetkoming vergt inhoudelijke, normatieve keuzes en is daarom niet beperkt tot voorschriften van administratieve aard of tot details. (zie noot 17) Weliswaar volgt uit de toelichting dat het voorstel eerst en vooral beoogt om bestaande tegemoetkomingsregelingen van een toereikende wettelijke basis te voorzien, maar toekomstige aanpassingen van deze regelingen en de invoering van nieuwe regelingen worden expliciet niet uitgesloten en vallen ook te verwachten.

Inmiddels is met de bestaande tegemoetkomingsregelingen voldoende ervaring opgedaan om de belangrijkste aspecten hiervan in de wet te kunnen regelen. Dit is temeer wenselijk omdat tussen (eerdere) tegemoetkomingsregelingen voor beroepsziekten allerlei verschillen bestaan, bijvoorbeeld in de voorwaarden waaronder aanspraak wordt gemaakt op een tegemoetkoming of in de uitkomsten van de regeling. (zie noot 18) Dat heeft er vooral mee te maken dat er geen vooraf bepaalde (wettelijke) kaders of vereisten zijn voor deze regelingen. Het gevolg hiervan is dat dat de rechtspositie van de benadeelde partij verschilt per regeling. Dit kan ongelijkheid en onzekerheid onder benadeelden in de hand werken.

Deze knelpunten worden met de voorgestelde grondslag niet ondervangen en opgelost. Dit onderstreept de noodzaak en het belang van een op wetsniveau te geven nadere uitwerking van een tegemoetkomingsregeling voor beroepsziekten. Niet alleen worden de belangrijkste inhoudelijke keuzes dan voluit democratisch gelegitimeerd. Ook biedt een uniforme wettelijke tegemoetkomingsregeling meer rechtszekerheid en rechtsgelijkheid aan gedupeerden, en wordt nieuwe aanwas van ad hoc-regelingen voorkomen. Hierbij kan worden geput uit bestaande tegemoetkomingsregelingen. (zie noot 19) Voor zover op onderdelen behoefte bestaat aan meer flexibiliteit, zoals wat betreft de door de regeling bestreken ziekten, is een algemene maatregel van bestuur daarvoor het aangewezen instrument.

Meer in het algemeen geldt dat voor een structurele verbetering van schadecompensatie bij beroepsziekten andere maatregelen nodig zijn dan een tegemoetkomingsregeling. Te denken valt aan een verplichte directe verzekering, al dan niet binnen sectoren waar het risico op beroepsziekten groter is, of aan aanpassingen van het aansprakelijkheidsrecht. Het belang van draagvlak voor zulke maatregelen onder werkgevers dient hierbij afgewogen te worden tegen de knelpunten waar zieke werkenden tegenaan lopen. In de toelichting blijven zulke maatregelen buiten beschouwing.

De Afdeling adviseert op het niveau van de wet te voorzien in een op hoofdlijnen uitgewerkte tegemoetkomingsregeling voor beroepsziekten en deze nader uit te werken bij algemene maatregel van bestuur. Daarnaast adviseert zij in de toelichting in te gaan op maatregelen die getroffen kunnen worden om de vergoeding van schade als gevolg van beroepsziekten structureel te verbeteren.

c. Financiering, uitvoering en inpassing in het wettelijk stelsel
De werkgever dan wel opdrachtgever is verantwoordelijk voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Zoals ook de toelichting opmerkt, doet een tegemoetkomingsregeling aan deze verantwoordelijkheid niets af. (zie noot 20) Werkgevers en opdrachtgevers moeten zich blijven inspannen voor goede arbeidsomstandigheden. Als werkgevers en opdrachtgevers hun zorgplicht niet nakomen, zijn zij in beginsel aansprakelijk voor de schade.

Gelet op deze verantwoordelijkheid van de werkgever of opdrachtgever acht de Afdeling het van belang dat de tegemoetkomingen voor beroepsziekten ten minste gedeeltelijk worden gefinancierd door werkgevers en opdrachtgevers gezamenlijk. Dit aandeel zou kunnen verschillen per beroepsziekte waarvoor een tegemoetkoming wordt verstrekt. Ook de commissie VSAB adviseerde om werkgevers te laten meebetalen aan het fonds voor de uitvoering en financiering van de tegemoetkomingsregeling opgericht zou moeten worden. (zie noot 21)

De Afdeling merkt op dat de financiering en uitvoering van de tegemoetkomingen niet wordt geregeld in dit voorstel. De toelichting verschaft hier geen informatie over, anders dan door verwijzing naar de bestaande regelingen en later te nemen beslissingen van de minister. Het gaat hier echter om wezenlijke elementen van een tegemoetkomingsregeling, die daarom op wettelijk niveau geregeld dienen te worden. Daarbij is ook aandacht nodig voor de rol van de werkgevers en opdrachtgevers bij de financiering van de tegemoetkomingen.

In het verlengde hiervan merkt de Afdeling op dat keuze voor regeling in de Arbeidsomstandighedenwet niet wordt gemotiveerd in de toelichting. Zij wijst er op dat een regeling voor een door de overheid verschafte tegemoetkoming voor beroepsziekten raakvlakken vertoont met de regeling van uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid in het kader van de sociale zekerheid. Daarentegen ziet de Arbeidsomstandighedenwet primair op het bevorderen van veiligheid en gezondheid binnen ondernemingen. Inpassing van de regeling in de Wet WIA kan daarom ook in de rede liggen. (zie noot 22)

De Afdeling adviseert de financiering van de tegemoetkomingen, en de rol van werkgevers en opdrachtgevers daarbij, op wettelijk niveau te regelen. Daarnaast adviseert zij om, gelet op bovenstaande, de keuze voor regeling van een tegemoetkoming voor beroepsziekten in de Arbeidsomstandighedenwet nader te motiveren.

3. Definitie beroepsziekte

Het voorstel definieert een beroepsziekte als een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden. (zie noot 23) Deze definitie is ontleend aan de definitie van beroepsziekte in de Arbeidsomstandighedenregeling. Daar wordt de definitie gebruikt om af te bakenen in welke gevallen een bedrijfsarts of arbodienst melding moet doen van een beroepsziekte aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. (zie noot 24)

De Afdeling merkt op dat in de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten een beroepsziekte wordt gedefinieerd als een ernstige aandoening die vermeld is op bij deze regeling behorende Lijst beroepsziekten. (zie noot 25) In lijn met het advies van de commissie VSAB is in deze regeling verder een van de voorwaarden voor de aanspraak op een tegemoetkoming dat voorshands aannemelijk is dat de ernstige aandoening in het geval van de aanvrager het gevolg is van blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van de arbeid. (zie noot 26)

In de toelichting wordt niet ingegaan op de vraag hoe de voorgestelde wettelijke definitie zich verhoudt tot andere gehanteerde definities van beroepsziekte. Voor de praktijk is een uniforme en helder afgebakende definitie, die passend is voor alle gevallen waarop zij van toepassing is, van groot belang. Omdat de definitie van beroepsziekte mede bepalend is voor de toekenning van een tegemoetkoming, is ook aandacht nodig voor de gevolgen die eventuele verschillen in definities hiervoor kunnen hebben. In dat verband adviseert de Afdeling ook om duidelijk te maken of het criterium ‘voorshands aannemelijk’ de maatstaf blijft voor de aanspraak op een tegemoetkoming.

De Afdeling adviseert om gelet op het voorgaande de voorgestelde wettelijke definitie van beroepsziekte nader te motiveren en zo nodig aan te passen.

4. Staatssteun

Het voorstel bevat twee grondslagen voor subsidieverstrekking. Het gaat om een subsidie aan de SER, waaraan de taak zal worden toebedeeld om bedrijven en branches met informatie en hulpmiddelen te ondersteunen met betrekking tot de risico-inventarisatie en -evaluatie. Daarnaast betreft het een subsidie aan een samenwerkingsverband van instellingen voor het verrichten van kennisactiviteiten ter voorkoming of beperking van beroepsziekten. Volgens de toelichting is bij deze subsidieverstrekkingen geen sprake van staatssteun.

De Afdeling merkt op dat de staatssteunanalyses in de toelichting zeer beknopt zijn. (zie noot 27) Voor de subsidie aan het samenwerkingsverband geldt in het bijzonder dat de redenering die ten grondslag ligt aan de vermelde conclusies niet inzichtelijk is. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt uit te breiden. Van belang is dat de subsidie aan het samenwerkingsverband (alleen) bestemd is voor de bundeling, ontwikkeling en verspreiding van wetenschappelijk gefundeerde kennis. Daarmee wordt de afstand tot de markt bewaard en gaat het niet om economische activiteiten. (zie noot 28)

Wat betreft de subsidie aan de SER merkt de Afdeling op dat, anders dan de toelichting stelt, de activiteiten van het Steunpunt economisch van aard lijken te zijn. Zoals volgt uit de toelichting is er een markt van zakelijke dienstverleners die ondernemingen ondersteunen met het opstellen van een RI&E, maar faalt deze markt voor kleine en middelgrote ondernemingen. De activiteiten van het Steunpunt zijn vooral gericht op deze ondernemingen, wat maakt dat een subsidie aan de SER kan leiden tot een indirect economisch voordeel voor die groep ondernemingen. Dit roept de vraag op of de conclusie gerechtvaardigd is dat geen sprake is van staatssteun.

Tenzij voor deze conclusie een dragender motivering kan worden gegeven, adviseert de Afdeling de subsidie robuuster vorm te geven. Zij wijst op de mogelijkheid om de taak die aan de SER wordt toebedeeld, vorm te geven als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB). In dat geval kan gebruik worden gemaakt van een van de vrijstellingsmogelijkheden voor DAEB-steun. Daarvoor is nodig dat de ministeriële regeling waarbij de taak aan de SER wordt verleend en de financiering daarvoor wordt verstrekt, afgestemd wordt op de dan geldende vrijstellingsvoorwaarden voor steun aan een DAEB. (zie noot 29) De Afdeling adviseert om hier in de toelichting nader op in te gaan.

De Afdeling adviseert in de toelichting nader te motiveren waarom de subsidie aan het samenwerkingsverband niet leidt tot staatssteun. Daarnaast adviseert zij de taak die bij ministeriële regeling wordt toegekend aan de SER vorm te geven als een DAEB en de subsidieverstrekking aan de SER daarop af te stemmen.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.



De vice-president van de Raad van State

Voetnoten

(1) Memorie van toelichting, paragraaf 1.1 en 5. Het gaat om de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten en de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014.
(2) Zie artikel 4.13 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
(3) Zie voorgesteld artikel 1, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
(4) Memorie van toelichting, paragraaf 1.2.
(5) Inkomensverlies wordt voor werknemers deels gedekt door de loondoorbetaling bij ziekte en door uitkeringen op grond van de Wet WIA. Ziektekosten worden voor alle inwoners grotendeels gedekt door de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.
(6) Memorie van toelichting, paragraaf 2.
(7) Commissie Vergemakkelijking Schadeafhandeling Beroepsziekten, ‘Stof tot nadenken’, maart 2020, p. 9, 26-27 (bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 25883, nr. 385).
(8) Regeling Tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (Stcrt. 2022, 31978).
(9) Memorie van toelichting, paragraaf 3.
(10) Kamerstukken II 2020/21, 25883, nr. 417.
(11) Memorie van toelichting, paragraaf 1.2.
(12) Memorie van toelichting, paragraaf 16.2.
(13) Commissie VSAB, ‘Stof tot nadenken’, p. 71.
(14) Zie hiervoor ‘Tegemoetkomen doe je niet zomaar. Een afwegingskader voor onverplicht handelen van de overheid bij klemmende situaties’ (advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 7 mei 2025, W01.25.00121/I, www.raadvanstate.nl).
(15) A.M. Overheul, ‘Compensatieregelingen voor beroepsziekten. Een empirisch-juridisch onderzoek naar ervaren rechtvaardigheid en de relatie met het aansprakelijkheidsrecht’ (diss. UU), Den Haag: Boom juridisch 2025, par. 7.3.2.
(16) Zie ook afweging 7 van het afwegingskader ‘Tegemoetkomen doe je niet zomaar’.
(17) Zie aanwijzing 2.25 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Het is in dit verband evenmin aannemelijk dat het gaat om voorschriften die dikwijls wijziging behoeven of waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld.
(18) A.M. Overheul, ‘Compensatieregelingen voor beroepsziekten’, paragraaf 7.2.1.
(19) In algemene zin geldt dat een financiële tegemoetkoming bij voorkeur een vast bedrag is, dat relatief beperkt is maar betekenisvol. In de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten wordt een bedrag van ongeveer € 25.000 gehanteerd. Verder is een laagdrempelige aanvraagprocedure en de betrokkenheid van medische experts bij de uitvoering van de tegemoetkomingsregeling van groot belang.
(20) Memorie van toelichting, paragraaf 16.2.
(21) Commissie VSAB, ‘Stof tot nadenken’, p. 78.
(22) Dit mede gelet op de financiering van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten, waaraan werkgevers bijdragen via een licht verhoogde Aof-premie.
(23) Zie voorgesteld artikel 1, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
(24) Zie artikel 9, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet jo. artikel 1.11 van het Arbeidsomstandighedenregeling.
(25) Artikel 1 van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten.
(26) Zie artikel 4, eerste lid, sub a, onder 2, van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten.
(27) Zie memorie van toelichting, paragraaf 9.5 en 9.6.
(28) Vergelijk de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun" in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01), paragraaf 2.5, nr. 31 en 32.
(29) Zie het Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon