Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.25.00176/III

Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie.

Kenmerk
W06.25.00176/III
Datum aanhangig
10 juli 2025
Datum vastgesteld
20 augustus 2025
Datum advies
20 augustus 2025
Datum publicatie
25 augustus 2025
Vindplaats
Kamerstukken II 2025/26, 36822, nr. 4
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 10 juli 2025, no.2025001570, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Faillissementswet en de Bankwet 1998 in verband met aanpassingen van het crisisraamwerk voor banken en beleggingsondernemingen ter aanvulling op de implementatie van Richtlijn 2014/59/EU en Richtlijn (EU) 2019/879 betreffende het kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie), met memorie van toelichting.

Het wetsvoorstel betreft een nadere uitvoering van Europese regelgeving in het kader van het Europeesrechtelijk afwikkelingskader voor banken en beleggingsondernemingen. (zie noot 1) Er worden onder andere wijzigingen voorgesteld in bepalingen uit de Wet op het financieel toezicht over de afwikkeling van banken en bepaalde beleggingsondernemingen. De aanleiding van het wetsvoorstel is gelegen in de constatering van zowel De Nederlandsche Bank als de Europese Commissie dat de wetgeving op enkele punten onduidelijkheden bevat en wetstechnische verbetering behoeft.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de positie van de bestuurder bij een bank in afwikkeling. In verband met die opmerking is aanpassing wenselijk van het wetsvoorstel en de toelichting.

Het voorgestelde artikel 3A:49 van de Wet op het financieel toezicht stelt regels over het aanstellen van een bijzonder bestuurder door De Nederlandsche Bank bij een bank in afwikkeling. Dit betreft de implementatie van onder andere artikelen 34 en 35 van de BRRD-richtlijn.

Artikel 35 van de BRRD-richtlijn bepaalt dat de afwikkelingsautoriteit, in dit geval De Nederlandsche Bank, een bijzonder bestuurder kan aanstellen ter vervanging van het leidinggevend orgaan. De bijzonder bestuurder heeft, zo blijkt uit het tweede lid van dat artikel, alle bevoegdheden van de aandeelhouders en het leidinggevend orgaan van de instelling.

Uit artikel 34 van de BRRD-richtlijn volgt dat de afwikkelingsautoriteit het leidinggevend orgaan en het hogere management van de instelling in afwikkeling geheel of, in de gevallen waarin het aanblijven van het leidinggevend orgaan en het hogere management of een deel ervan, naargelang van de omstandigheden, voor het verwezenlijken van de afwikkelingsdoelstellingen noodzakelijk wordt

geacht, gedeeltelijk kan vervangen. Bij gedeeltelijke vervanging blijft een deel van het leidinggevend orgaan en het hogere management aan. (zie noot 2) Dit gaat dan bijvoorbeeld over een lid van het bestuur of van de raad van commissarissen van een bank in afwikkeling.

De Afdeling merkt in dit verband op dat de omstandigheid dat de bijzonder bestuurder ingevolge artikel 35 van de BRRD-richtlijn alle bevoegdheden heeft van de aandeelhouders en het leidinggevend orgaan, meebrengt dat overgebleven leden van het bestuur verantwoording verschuldigd zijn aan de bijzonder bestuurder.

De toelichting vermeldt dat er een "spanningsveld" kan ontstaan tussen de taken van het leidinggevend orgaan en de taken van de bijzonder bestuurder. Vertegenwoordigers van de entiteit in afwikkeling dienen aan de ene kant alle medewerking te verlenen aan de bijzonder bestuurder. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met besluiten van de bijzonder bestuurder. (zie noot 3)

Aan de andere kant kunnen verplichtingen, inclusief mogelijke hoofdelijke aansprakelijkheid, op het aangebleven lid van het bestuur of de raad van commissarissen rusten die niet per definitie in lijn zijn met de besluiten van de bijzonder bestuurder. Dit kan bijvoorbeeld gaan om verplichtingen voortkomend uit Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. (zie noot 4) De toelichting vermeldt dat een heldere vastlegging in het afwikkelingsbesluit van de bevoegdheidsverdeling tussen de bijzonder bestuurder en de overgebleven leden van het bestuur of de raad van commissarissen, "uitermate van belang" is. (zie noot 5)

De Afdeling onderkent dat het van belang is dat helder wordt vastgelegd wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van de overgebleven bestuurders. Gelet op artikel 35 BRRD-richtlijn is het aan de bijzonder bestuurder - en zo nodig op aanwijzing van de afwikkelingsautoriteit, bijvoorbeeld in het afwikkelingsbesluit - om duidelijkheid te creëren wat betreft de vastlegging van de taakuitoefening en verantwoordelijkheden van het aangebleven lid van het bestuur of de raad van commissarissen van de bank in afwikkeling en de verhouding tussen de bijzonder bestuurder en de aangebleven bestuurder. De Afdeling adviseert dit in de wettekst te expliciteren.

De Afdeling adviseert de wettekst en de toelichting aan te passen.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.


De vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 22 september 2025

Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State is artikel 3A:49, vijfde lid, Wft aangepast. Hierin is opgenomen dat De Nederlandsche Bank, indien het geval zich voordoet dat zij in een afwikkelingscasus een bijzonder bestuurder aanstelt op grond van artikel 3A:49 Wft en tevens een deel van het leidinggevend orgaan van de entiteit in afwikkeling laat aanblijven, de bevoegdheidsverdeling tussen de bijzonder bestuurder en het zittenblijvend leidinggevend orgaan duidelijk omschrijft. Dit is van belang voor de aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 3A:49, zesde lid, Wft van het zittenblijvend leidinggevend orgaan voor de handelingen die zij verricht. Dit is ook toegelicht in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het wetsvoorstel en memorie van toelichting op enkele plekken aan te passen:

  • De artikelen 3A:20d en 3A:52 Wft zijn beperkt aangepast. De implementatie van artikel 33 bis, derde lid, en artikel 69, vijfde lid, derde alinea, BRRD was niet geheel juist, doordat een discretionaire bevoegdheid was toegekend aan DNB bij het gebruik van een lidstaatoptie. Deze lidstaatoptie biedt de mogelijkheid om, als er opschorting van betalings- of leveringsverplichtingen wordt uitgeoefend ten aanzien van bepaalde deposito’s, te bepalen dat de afwikkelingsautoriteit ervoor moet zorgen dat depositohouders toegang blijven houden tot een deel van hun deposito’s. Nederland heeft deze lidstaatoptie gebruikt. Het waarborgen van de toegang tot een passend bedrag is echter niet optioneel, maar dient gewaarborgd te worden. Door aanpassing van de artikelen 3A:20d en 3A:52 Wft wordt dit nu duidelijk gemaakt.
  • In artikel 3A:49, zesde lid, onderdeel c, Wft is verduidelijkt welke rechtshandelingen vernietigbaar zijn door te verwijzen naar het besluit tot aanstelling van de bijzonder bestuurder of de besluiten van een bijzonder bestuurder die daarmee verband houden. Hiermee wint de wettekst aan scherpte en wordt tevens een aanbeveling uit de consultatiereacties opgevolgd.
  • Daarnaast zijn enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd.

Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde

memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Financiën

Voetnoten

(1) Richtlijn 2014/59/EU (Bank Recovery and Resolution Directive I) en Richtlijn (EU) 2019/879 tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU (Bank Recovery and Resolution Directive II). Hierna gezamenlijk te noemen: BRRD-richtlijn.
(2) Artikel 34, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de BRRD-richtlijn.
(3) Voorgesteld artikel 3A:49, zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
(4) Zie bijvoorbeeld artikelen 2:129, vijfde lid, 2:140, tweede lid, 2:239, vijfde lid en 2:250, tweede lid, BW.
(5) Toelichting, paragraaf 7, onder punt 5.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon