Luchthavenbesluit Eelde.
- Kenmerk
- W17.25.00156/IV
- Datum aanhangig
- 3 juli 2025
- Datum vastgesteld
- 8 oktober 2025
- Datum advies
- 8 oktober 2025
- Datum publicatie
- 13 oktober 2025
- Vindplaats
- Staatscourant 2025, nr. 37924
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 3 juli 2025, no.2025001475, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot vaststelling van een luchthavenbesluit voor de luchthaven Eelde (Luchthavenbesluit Eelde), met nota van toelichting.
Dit ontwerpbesluit betreft een luchthavenbesluit op grond van de Wet luchtvaart voor de luchthaven Eelde. (zie noot 1) Voor het in bedrijf hebben van de luchthaven Eelde is een luchthavenbesluit vereist. Met een luchthavenbesluit kan de exploitant de beoogde ontwikkeling en exploitatie van de luchthaven realiseren. Luchthaven Eelde is aangewezen als luchthaven van nationale betekenis. (zie noot 2)
De luchthaven opereert nu op grond van de Omzettingsregeling luchthaven Eelde, een ministeriële regeling die in juli 2012 is vastgesteld op grond van het overgangsrecht in de Wijzigingswet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (Wet RBML). De Omzettingsregeling vormt een overgangsregeling tussen het aanwijzingsbesluit dat in het verleden op grond van de Luchtvaartwet is vastgesteld en het luchthavenbesluit dat op grond van de huidige Wet Luchtvaart moet worden vastgesteld voor exploitatie. (zie noot 3)
Op basis van de Wet RBML had uiterlijk op 1 november 2014 een luchthavenbesluit moeten worden vastgesteld voor de luchthaven. (zie noot 4) Vanwege het uitblijven van een luchthavenbesluit stelde de Vereniging Omwonenden Luchthaven Eelde (VOLE) in 2021 beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak. van de Raad van State. Dit beroep is gegrond verklaard. In de uitspraak is overwogen dat de minister weinig voortvarend te werk was gegaan bij het zetten van stappen in de richting van een besluit. In de uitspraak is de Kroon opgedragen om uiterlijk op 31 december 2024 het luchthavenbesluit vast te stellen. (zie noot 5)
Met dit ontwerpbesluit wordt aan de wettelijke verplichting een luchthavenbesluit vast te stellen alsnog voldaan. (zie noot 6) Het gevolg hiervan is dat de omzettingsregeling zal komen te vervallen. (zie noot 7)
Ten opzichte van de omzettingsregeling wordt een aantal wijzigingen voorgesteld. Het gaat om:
- Verruiming van de openingstijden: voorgesteld wordt de openingstijden op weekdagen voor commercieel passagiersverkeer te verruimen naar 06.00 uur tot 00.00 uur in plaats van 06.30 uur tot 23.00 uur, en in het weekend en op feestdagen naar 07.30 uur tot 00.00 uur in plaats van 07.30 uur tot 23.00 uur.
- Wijziging van het baangebruik: voorgesteld wordt om een bepaalde baan niet meer als start- en landingsbaan op te nemen in het luchthavenbesluit. Deze baan is door de exploitant sinds september 2017 buiten gebruik gesteld en is nu in gebruik als taxibaan. (zie noot 8)
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de verhouding met hoger recht. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting van het ontwerpbesluit.
De vaststelling van het besluit heeft gevolgen voor omwonenden van de luchthaven. In de toelichting wordt daarom ingegaan op de belangen van omwonenden en worden deze afgewogen, onder meer waar het de verruiming van de openingstijden van de luchthaven betreft. Daarbij wordt onder andere het effect van de verruimde openingstijden op de nachtrust bij de direct omwonenden genoemd. (zie noot 9)
In dit kader gaat de toelichting echter niet in op de verhouding van het besluit met hoger recht, in het bijzonder het recht van omwonenden op bescherming van het privéleven, zoals vastgelegd in onder meer artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 7 Handvest van de grondrechten van de EU (EU-Handvest). (zie noot 10) Hierdoor is onduidelijk of en in welke mate volgens de regering deze fundamentele rechten door het besluit worden geraakt en, als daarvan sprake is, welke rechtvaardiging daarvoor wordt gegeven.
De Afdeling overweegt hierbij dat uit rechtspraak volgt dat lawaai, emissies, stank en andere vormen van interferentie, mits voldoende ernstig, een inmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven en de eigen woning kunnen bewerkstelligen. Als daadwerkelijk sprake is van een dergelijke inmenging moet een fair balance worden gevonden tussen de belangen van de betrokken individuen en de samenleving als geheel. (zie noot 11)
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de verhouding van het besluit en de daarin vastgelegde verruiming van de openingstijden met hoger recht, in het bijzonder het recht van omwonenden op bescherming van het privéleven.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Artikel 8.70, eerste lid, Wet luchtvaart.
(2) Artikel 8.1, derde lid, van de Wet luchtvaart. Andere luchthavens van nationale betekenis zijn de luchthavens Lelystad, Maastricht en Rotterdam. Voor de luchthaven Schiphol geldt een bijzonder regime.
(3) Toelichting, paragraaf 1.1 (Aanleiding).
(4) Artikel XIII, tweede lid, Wet RBML en Stb. 2009, 438.
(5) Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:835. De toelichting vermeldt deze uitspraak overigens niet.
(6) Artikel 8.1a, derde lid, en artikel 8.70, eerste lid, Wet luchtvaart.
(7) Artikel X, achtste lid, Wet RBML.
(8 )Toelichting, paragraaf 1.1 (Aanleiding).
(9) Toelichting, paragraaf 8.5 (Afweging en overweging van de verruiming van de openingstijden).
(10) Zie ook Rechtbank Den Haag 20 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3734 en het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 23 april 2025 over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (W17.25.00077/IV).
(11) Zie ten aanzien van artikel 8 EVRM onder meer EHRM 8 juli 2003 (GK), Hatton e.a. t. Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2003:0708JUD003602297, punt 96-99; 10 juni 2014, Eckenbrecht en Ruhmer t. Duitsland, ECLI:CE:ECHR:2014:0610DEC002533010, punt 27-31; 24 juli 2014, Udovičić t. Kroatië, ECLI:CE:ECHR:2014:0424JUD002731009, punt 136-138; 13 juli 2017, Jugheli t. Georgië, ECLI:CE:ECHR:2017:0713JUD003834205, punt 62-64.