Wijziging van de Wet Luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens.
- Kenmerk
- W17.25.00015/IV
- Datum aanhangig
- 10 januari 2025
- Datum vastgesteld
- 12 maart 2025
- Datum advies
- 12 maart 2025
- Datum publicatie
- 17 maart 2025
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2024/25, 36793, nr. 4
- Infrastructuur en Waterstaat
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 10 januari 2025, no.2025000031, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Staatssecretaris van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de bevoegdheidsverdeling voor buitenlandse luchthavens, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 juli 2025
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een redactionele wijziging in het opschrift van het wetsvoorstel door te voeren.
Ook zijn in de memorie van toelichting enkele redactionele wijzigingen doorgevoerd. Een schema is toegevoegd waarin de verschillende bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en van de Minister van Defensie in titel 8A.6 van de Wet luchtvaart zijn vermeld met de daarbij behorende voorgestelde wijzigingen. Tevens zijn enkele passages over handhaving geschrapt gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ten slotte is in de artikelsgewijze toelichting uitgelegd dat een onvolkomenheid wordt hersteld met de van overeenkomstige toepassing verklaring van artikel 8.9, eerste lid, van de Wet luchtvaart in artikel 8a.58, tweede lid, van de Wet luchtvaart.
Ik verzoek U mede namens de Staatssecretaris van Defensie het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat