Wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (modernisering van het waarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte).
- Kenmerk
- W04.24.00065/I
- Datum aanhangig
- 2 april 2024
- Datum vastgesteld
- 29 mei 2024
- Datum advies
- 29 mei 2024
- Datum publicatie
- 3 juni 2024
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Samenvatting adviezen besluiten betaalbare huur en modernisering waarderingsstelsel onzelfstandige woonruimte
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 29 mei 2024 haar adviezen vastgesteld over de ontwerpbesluiten betaalbare huur en modernisering waarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte. De adviezen zijn op 3 juni 2024 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Beide ontwerpbesluiten hangen samen met het wetsvoorstel betaalbare huur (dat momenteel wordt behandeld door de Eerste Kamer). Het besluit betaalbare huur gaat over de huurprijzen voor woonruimtes in de middenhuur en geeft invulling aan de maatregelen uit het wetsvoorstel betaalbare huur. Dit besluit wijzigt de rekenwijze voor de bepaling van de (maximale) huur van een woonruimte, vastgelegd in het zogenoemde woningwaardestelsel (WWS).
Voor onzelfstandige woonruimten geldt een eigen woonwaarderingsstelsel (WWSO). Dit stelsel is al in 1979 ingevoerd. Beide stelsels worden met het wetsvoorstel betaalbare huur dwingend gemaakt voor verhuurders. Daarom moet ook de WWSO worden gemoderniseerd. Daarover gaat het besluit modernisering WWSO.
Besluit betaalbare huur
Bij het ontwerpbesluit betaalbare huur maakt de Afdeling advisering opmerkingen over de definitie van een zelfstandige woning. Hiervan is volgens het besluit onder meer sprake als er een ‘duurzaam gemeenschappelijk huishouden’ woont. Voor de Afdeling advisering is vooralsnog niet duidelijk toegelicht wanneer hiervan sprake is. Daarbij kunnen er volgens de Afdeling advisering ongunstige (financiële) consequenties optreden, omdat mensen die géén duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren, maar wegens de krapte op de woningmarkt wel samenwonen, onder een ander regime zouden kunnen gaan vallen. Ook is geen sprake van overgangsrecht. Dit betekent dat er geen regeling is voor bestaande situaties waarin mensen geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.
Besluit modernisering WWSO
De Afdeling advisering begrijpt dat het WWSO bij de tijd gebracht moet worden. De maximale huurprijs wordt met het besluit verhoogd met 25 procent. Op het oog is dit een forse verhoging en voor de Afdeling advisering is vooralsnog niet duidelijk waarop deze is gebaseerd. Daarbij wijst de Afdeling advisering erop dat de regering op dit moment beide stelsels (WWS en WWSO) grondig herziet en dat niet duidelijk is hoe deze herzieningen op elkaar ingrijpen.
De Afdeling advisering heeft een aantal opmerkingen bij de ontwerpbesluiten en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
Bij Kabinetsmissive van 2 april 2024, no.2024000842, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (Modernisering van het waarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte), met nota van toelichting.
Het waarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte is sinds de introductie in 1979 niet fundamenteel gewijzigd. De regering acht het daarom noodzakelijk het stelstel te actualiseren, zodat bijvoorbeeld beter rekening wordt gehouden met de energieprestaties. Daarnaast wordt de maximale huurgrens met 25 procent verhoogd omdat de huidige maxima niet aansluiten bij de marktontwikkelingen en nieuwbouw van onzelfstandige woonruimten niet rendabel is. Dit wordt problematisch geacht omdat het aanbod voor studenten en arbeidsmigranten sterk achterblijft bij de vraag.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft begrip voor het voornemen van de regering om het stelsel bij de tijd te brengen. Ook ligt het in de rede de maximale huurgrens te verhogen om de investeringen in nieuwbouw aantrekkelijker te maken. De toelichting motiveert voldoende dat een verhoging van de maximale huurgrens in dit verband noodzakelijk is, mede op basis van een uitgevoerde verkenning. (zie noot 1)
Het is de Afdeling echter niet duidelijk waarom voor een - op het oog forse - verhoging van 25 procent is gekozen. (zie noot 2) Het voorstel voorziet niet in kwantitatieve informatie waarop dit percentage is gebaseerd. Zonder deze informatie kan niet worden beoordeeld of een goede balans is getroffen tussen een grotere investeringsbereidheid enerzijds, en de betaalbaarheid voor de huurders anderzijds.
Wat betreft de investeringskant is in dit verband onduidelijk of de verhoging voldoende is om de nieuwbouw daadwerkelijk te stimuleren. Voor de betaalbaarheid voor huurders (vooral studenten en arbeidsmigranten (zie noot 3)) veronderstelt de regering dat de huidige wettelijke maxima in de praktijk al fors worden overschreden. Tegelijk zal er ook een groep zijn die zich wel aan deze maxima houdt. Huurders in die laatste groep zouden (bij een nieuw contract) mogelijk aanzienlijk meer gaan betalen.
Tot slot wijst de Afdeling op het belang om inzicht te hebben in de gevolgen van mogelijke verschuivingen tussen de stelsels voor zelfstandige en onzelfstandige woonruimte. Beide stelsels worden op dit moment grondig herzien, maar hoe de gevolgen van beide, bijvoorbeeld voor beschikbaarheid, betaalbaarheid en investeringsmogelijkheden, op elkaar ingrijpen, blijft onduidelijk. De regering voert in dit verband aan niet over gegevens te beschikken om kwantitatieve uitspraken te doen over verschuivingseffecten. (zie noot 4) Gezien de onzekerheden, ook voor groepen huurders met weinig financiële middelen, is een nadere motivering noodzakelijk.
De Afdeling adviseert de toelichting op deze punten te voorzien van een nadere motivering.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Stec, 2022, Verkenning mogelijke effecten aanpassen WWSO.
(2) De consultatieversie ging nog uit van 20 procent. De verhoging vindt haar beslag in de tabel opgenomen in de (te wijzigen) Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte.
(3) Daarnaast noemt de toelichting in paragraaf 1.2 als doelgroep: personen die uitstromen uit zorginstellingen, dak- en thuisloze mensen en statushouders.
(4) Toelichting, paragraaf 6.4.