Nota van wijziging op het voorstel van wet tot wijziging van de Infectieziektenwet en de Quarantainewet ter bestrijding van de gevaren van pokken (28868).
- Kenmerk
- W13.03.0297/III
- Datum aanhangig
- 16 juli 2003
- Datum vastgesteld
- 11 september 2003
- Datum advies
- 11 september 2003
- Datum publicatie
- 1 mei 2022
- Vindplaats
- Website Raad van State
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2003, no.03.002982, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging op het voorstel van wet tot wijziging van de Infectieziektenwet en de Quarantainewet ter bestrijding van de gevaren van pokken (28868), met toelichting.
Dit wetsvoorstel biedt een rechtsgrond voor maatregelen die kunnen worden getroffen om de gevaren van pokken of te wenden. De onderhavige nota van wijziging is erop gericht om dat wetsvoorstel zo aan te passen, dat de voor pokken voorgestelde maatregelen ook van toepassing zijn op en geschikt zijn voor de bestrijding van het "severe acute respiratory syndrome" (SARS) en andere ernstige infectieziekten van hoge mortaliteit en besmettelijkheid. Een wetsvoorstel tot wijziging van de Infectieziektenwet (hierna: lw) ter incorporatie van SARS is aan dit voorstel voorafgegaan. Het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel heeft tot aanpassing van het wetsvoorstel geleid. Over de huidige nota van wijziging maakt de Raad twee opmerkingen.
1. Afzondering, waarneming, medisch toezicht
Op grond van het thans voorgestelde artikel 18a, eerste lid, onder a, kan de burgemeester patiënten en personen die met de patiënt in contact zijn geweest, onderwerpen aan afzondering, waarneming of medisch toezicht.
Bedoeling van deze voorgestelde wijziging is, volgens de toelichting, de bewegingsvrijheid te kunnen beperken van niet alleen patiënten maar ook van personen die met de patiënt in nauw contact zijn geweest en thans zelf nog geen ziektesymptomen vertonen. Deze mogelijkheid wordt noodzakelijk geacht vanwege de mortaliteit en besmettelijkheid van SARS en andere plotseling opduikende, voorheen onbekende ziekten van hoge mortaliteit en besmettelijkheid.
De burgemeester mag deze maatregelen nemen, indien hij van oordeel is dat de onder a tot en met d cumulatief opgesomde omstandigheden zich voordoen. Een vergelijkbaar regime wordt voorgesteld voor artikel 13 van de Quarantainewet. De Raad van State plaatst de volgende opmerkingen bij deze bepalingen.
a. De opsomming onder a tot en met d van artikel 18a eerste lid, lw is letterlijk overgenomen uit artikel 14 lw, dat de bevoegdheid aan de burgemeester verleent om een persoon ter isolatie in een ziekenhuis op te nemen. De Raad is van mening dat de onder c genoemde voorwaarde niet goed past in artikel 18a lw, omdat in de drie genoemde maatregelen van afzondering, waarneming of medisch toezicht reeds een duidelijke keuzemogelijkheid zit. Het is daarom niet duidelijk wat bedoeld wordt met de omschrijving onder c, dat "dit gevaar niet op een andere wijze effectief kan worden afgewend".
b. Ook wat de Quarantainewet betreft, wordt het pakket voorwaarden uit artikel 14 lw overgenomen. Deze voorwaarden worden in een tweede lid toegevoegd aan artikel 13. Ook hier rijst twijfel of deze voorwaarden goed aansluiten bij de reeds bestaande bepaling. De maatregelen waar de bepaling zich volgens de toelichting op richt (het in quarantaine plaatsen van schepen, vliegtuigen, treinen en andere vervoermiddelen en de afzondering en ontsmetting van personen, die met die vervoermiddelen gereisd hebben), hebben betrekking op een groep mensen, terwijl de voorwaarden zijn toegespitst op een persoon (zoals in het bijzonder blijkt uit onderdeel a en onderdeel d).
De Raad is van mening dat de onderlinge afstemming van de genoemde voorwaarden en maatregelen opnieuw dient te worden bezien.
c. Het regime van artikel 18a lw wordt van toepassing verklaard op alle infectieziekten behorende tot groep A en groep B lw. De Raad merkt in dit verband ten eerste op dat de onder 18a genoemde maatregelen niet in verhouding staan tot de aard van alle in groep B genoemde aandoeningen. De Raad ziet niet in waarom een aandoening als acute voedselvergiftiging zou kunnen noodzaken tot de maatregelen van afzondering, waarneming of medisch toezicht met als doel om de verspreiding van deze ziekte tegen te gaan. Hij adviseert daarom om in de toelichting duidelijk te maken waarom alle infectieziekten uit groep B kunnen noodzaken tot het nemen van dergelijke maatregelen.
Voorts dient in ogenschouw genomen te worden, dat ingevolge artikel 2, onder b,
lw deze wet alleen van toepassing is op de ziekten uit categorie B voorzover vastgesteld bij personen werkzaam in de levensmiddelen- of horecasector, personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de verpleging en verzorging van anderen of voorzover vastgesteld door een arts bij twee of meer personen die binnen een tijdvak van 24 uur hetzelfde gegeten of gedronken hebben. De toelichting gaat op deze beperkingen niet in. De Raad is van mening dat gezien deze beperkingen, de van toepassing verklaring op alle ziekten uit categorie B nadere uitleg behoeft. Wellicht is beperking tot de meest infectueuze en dodelijke ziekten aangewezen. Het wetsvoorstel zou in die zin kunnen worden aangepast.
2. Meldingsplicht bij ministeriele regeling
Op grond van het voorgestelde artikel 4, zesde lid, geldt een speciaal meldings-regime voor pokken. De meldingsplicht bestaat niet binnen 24 uur maar treedt in werking op een bij ministeriele regeling te bepalen tijdstip. Volgens de toelichting bij wetsvoorstel 28 868 zou een onmiddellijke meldingsplicht leiden tot "een verstopping van het preventieve gezondheidszorgsysteem met gewone griep-meldingen". De meldingsplicht ten aanzien van pokken kan daarom pas van kracht worden "als er voldoende indicatoren zijn dat er een repel gevaar van pokken bestaat" (zie noot 1)
De toelichting bij het onderhavige voorstel maakt niet duidelijk waarom ervoor gekozen is om dit regime alleen te laten gelden voor pokken en niet voor SARS en andere dreigende aandoeningen. Niet duidelijk is, waarom een onmiddellijke meldingsplicht voor SARS en vergelijkbare aandoeningen niet op dezelfde wijze zou kunnen leiden tot een verstopping van het preventieve gezondheidszorgsysteem. De Raad adviseert om dit in de toelichting duidelijk te maken.
3. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft in overweging de nota van wijziging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 september 2003, no.W13.03.0297/III, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
Voorstel van wet
In de aanhef tot uitdrukking brengen dat het om een nota van wijziging gaat, niet een nieuw wetsvoorstel.
Nader rapport (reactie op het advies) van 20 oktober 2003
De Raad van State maakt een aantal opmerkingen waarop hieronder puntsgewijs wordt ingegaan.
1a. Bij nadere overweging ben ik met de Raad van mening dat de voorwaarde genoemd onder c van artikel 18a, eerste lid, van de Infectieziektenwet niet goed past binnen het artikel, mede vanwege de duidelijke keuzemogelijkheden aan maatregelen die het artikel biedt. Om deze reden wordt de voorwaarde geschrapt.
b. Overeenkomstig het advies van de Raad is de onderlinge afstemming tussen Quarantainewet en Infectieziektenwet nog eens bezien en de toelichting aangevuld met een passage dienaangaande. Met het wetsvoorstel, zoals dat komt te luiden na de verwerking van de nota van wijziging, wordt het pakket van mogelijke maatregelen op grond van de Quarantainewet in drie opzichten uitgebreid:
-de ziekten waartegen de maatregelen genomen kunnen worden, zijn niet langer beperkt tot de klassieke 'scheepsaandoeningen' (pest, cholera, gele koorts en pokken), maar tot alle ernstige infectieziekten die ingevolge de Infectieziektenwet tot groep A of B behoren en die gekenmerkt worden door hoge letaliteit en besmettelijkheid;
- de ziektewerende maatregelen zijn niet beperkt tot de internationale transport- en vervoermiddelen, maar strekken zich ook uit over de personen die zich op die transport- en vervoermiddelen bevinden;
- het arsenaal aan klassieke ziektewerende maatregelen (met name quarantaine en ontsmetting) wordt uitgebreid met die ingevolge de vernieuwde Infectieziektenwet.
Redenen om in artikel 13, tweede lid, Quarantainewet dezelfde voorwaarden te stellen als in artikel 14 Infectieziektewet.
c. Dit punt lijkt te berusten op een verkeerde lezing van de wettekst, waardoor de Raad ontgaat dat de door hem gewenste beperking al is opgenomen. Voor onderwerping aan de hier bedoelde maatregelen is namelijk niet alleen vereist dat de betrokken infectieziekte behoort tot groep A of B, maar bovendien dat hij ernstig is, tot uitdrukking komend in een hoge letaliteit en besmettelijkheid. Een en ander wordt zowel in het opschrift van §2a als in de aanhef van artikel 18a verwoord. Een eenvoudige voedselinfectie, hoewel in potentie bijzonder bedreigend voor de betrokken patiënt, voldoet niet aan deze criteria en kan dus geen aanleiding vormen voor toepassing van de hier bedoelde maatregelen. In de toelichting onder D is getracht een en ander te verduidelijken door een passage toe te voegen.
2. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is het voorgestelde artikel 4, zesde lid, verbreed.
3. De redactionele kanttekening is verwerkt.
Los van het advies van de Raad is het ontwerp op de volgende punten verbeterd. Het in opschrift, considerans en § 2a gebruikte begrip mortaliteit is vervangen door het medisch correctere letaliteit. Verder zijn enige ondergeschikte verbeteringen aangebracht in de begripsomschrijvingen van medisch toezicht en van waarneming. In de begripsomschrijving van waarneming is verduidelijkt dat deze maatregel slechts kan worden toegepast op in afzondering geplaatste personen. In de begripsomschrijving van medisch toezicht is 'gevaccineerde personen in de eerste ring' bij nader inzien vervangen door personen in de eerste ring, omdat uiteraard onzeker is of bij toekomstige, nu nog onbekende, ziekten van hoge letaliteit en besmettelijkheid vaccinatie een optie is. De volgorde van de beide begripsomschrijvingen is in overeenstemming gebracht met de chronologie waarin deze maatregelen in de praktijk aan de orde zullen komen: eerst medisch toezicht, daarna eventueel waarneming. Het voorgestelde artikel 4, zesde lid, over een afwijkende meldingsplicht, is verbreed. De toelichting op artikel I, onderdeel C, over de afwijkende meldingsplicht, en onder D, over medische toezicht en waarneming is hierop aangepast.
lk moge U verzoeken in te stemmen met toezending van de gewijzigde nota van wijziging en de gewijzigde toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Voetnoot
(1) Kamerstukken II 2002/03, 28 868, nr.3, blz.6 (Artikel I onder C).