Wijziging van een aantal Warenwetbesluiten in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/787.
- Kenmerk
- W13.22.00145/III
- Datum aanhangig
- 3 november 2022
- Datum vastgesteld
- 14 december 2022
- Datum advies
- 14 december 2022
- Datum publicatie
- 19 december 2022
- Vindplaats
- Staatscourant 2023, nr. 3207
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 3 november 2022, no.2022002362, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van een aantal Warenwetbesluiten in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/787, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van Verordening (EU) 2019/787 betreffende de definitie, omschrijving, presentatie en etikettering van gedistilleerde dranken, het gebruik van de namen van gedistilleerde dranken in de presentatie en etikettering van andere levensmiddelen en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken, en het gebruik van ethylalcohol en distillaten uit landbouwproducten in alcoholhoudende dranken (de verordening gedistilleerde dranken). (zie noot 1)
Het ontwerpbesluit wijzigt enkele bepalingen uit het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen en het Warenwetbesluit gereserveerde aanduidingen om nadere uitwerking te geven aan deze verordening die een verordening gedistilleerde dranken uit 2008 vervangt. De verordening is van toepassing met ingang van 25 mei 2021.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de handhaafbaarheid van het ontwerpbesluit en de nieuwe verordening. In verband daarmee is aanpassing van de toelichting wenselijk.
Ter beoordeling van de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van de voorgestelde wijzigingen is het ontwerpbesluit aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voorgelegd. De NVWA acht het ontwerpbesluit uitvoerbaar en vermeldt geen problemen ten aanzien van de fraudebestendigheid. Wel merkt het op dat het ontbreekt aan capaciteit om toezicht te houden op de verordening. (zie noot 2)
Volgens de NVWA zijn de voorgestelde aanpassingen in de warenwetbesluiten overwegend technisch van aard en leveren zij een gering aantal nieuwe taken op. De NVWA wijst echter op de structurele onbalans tussen taken en middelen en de daardoor ontstane handhavingstekorten. In verband daarmee is de NVWA genoodzaakt steeds strakker te prioriteren waarbij risicogericht toezicht wordt toegepast. Het geeft prioriteit aan regelgeving die de consument beoogt te beschermen tegen ernstige risico’s voor diens gezondheid of veiligheid. Volgens de NVWA behoren de regels van de verordening daar niet toe. Daarom kent het een lage prioriteit toe aan de controle op de naleving van de verordening.
De Afdeling merkt op dat het bevreemding wekt dat de toelichting in het ontwerpbesluit in het geheel voorbij gaat aan deze handhavingsproblematiek. De toelichting vermeldt alleen dat de NVWA problemen voorziet met de handhaafbaarheid, terwijl dit belangrijke vragen oproept.
Ten eerste is de vraag of de regering met de NVWA in overleg is getreden om te bezien hoe aan de genoemde problemen tegemoet kan worden gekomen en wat daaruit is voortgekomen. Overigens is het aan de regering om tijdig in het (Europese) wetgevingsproces te onderkennen welke effecten kunnen optreden voor de handhaving, ook bezien in relatie tot reeds bestaande taken. Ten tweede is de vraag in hoeverre, met de voorgestelde vorm van beperkt toezicht, nog wordt voldaan aan de Unierechtelijke verplichting om te voorzien in effectieve toepassing en handhaving van de verordening. Op basis van het beginsel van Unietrouw zijn lidstaten immers verplicht om alle passende maatregelen te nemen om de doeltreffende toepassing van het Unierecht te verzekeren. (zie noot 3)
De Afdeling adviseert, gelet op het voorgaande, om in de toelichting nader in te gaan op deze handhavingsproblematiek en daarnaast op de verhouding tot de verplichting om te voorzien in effectieve handhaving van de verordening.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 10 januari 2023
Naar aanleiding van bovenvermeld advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: Afdeling advisering) is de nota van toelichting bij het ontwerp-besluit aangevuld. De beoordeling van het ontwerp-besluit door de NVWA op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid heeft ertoe geleid dat met de NVWA in overleg is getreden om te bezien hoe aan de voorziene handhavingsproblemen tegemoet zou kunnen worden gekomen. Mede gelet op de ervaren onbalans tussen taken en middelen, zijn in 2022 extra Regeerakkoordmiddelen voor de NVWA beschikbaar gesteld. Deze middelen stellen de NVWA niet alleen in de gelegenheid om stabiliteit en focus in het takenpakket aan te brengen, maar ook om de balans tussen taken en middelen op orde te brengen en daarmee een toekomstbestendige en innovatieve toezichthouder te worden. De NVWA is in 2022 gestart met extra investeringen in een aantal urgente (beleids)thema’s, zoals het kunnen voldoen aan Europese wet- en regelgeving.
Ik moge U hierbij het ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Voetnoten
(1) PbEU 2019, L 130.
(2) HUF-toets op het conceptbesluit voor de uitvoering van de Verordening (EU) 2019/787, brief van 17 juni 2021.
(3) Artikel 4, derde lid, Verdrag betreffende de EU en HvJ 21 september 1989, 68/88, Commissie/Griekenland, ECLI:EU:C:1989:339. Zie ook artikel 43, eerste lid, van Verordening (EU) 2019/787.