Wjziging van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO in verband met de derde sluitingsperiode en een additionele tegemoetkoming voor de eerste en tweede sluitingsperiode.
- Kenmerk
- W12.22.00036/III
- Datum aanhangig
- 28 maart 2022
- Datum vastgesteld
- 6 april 2022
- Datum advies
- 7 april 2022
- Datum publicatie
- 26 april 2022
- Vindplaats
- Staatscourant 2022, nr. 12667
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 28 maart 2022, no.2022000715, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO in verband met de derde sluitingsperiode en een additionele tegemoetkoming voor de eerste en tweede sluitingsperiode, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 april 2022
Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbesluit en de nota van toelichting.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het algemeen deel van de nota van toelichting te verduidelijken dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de ouder die over de eerste of de tweede sluitingsperiode wel en over de andere sluitingsperiode niet een additionele tegemoetkoming krijgt, een beschikking stuurt die gaat over beide sluitingsperiodes (paragrafen 2.3.4 en 3.2). Een beschikking afgeven met daarin slechts informatie over één periode kan tot verwarring leiden bij de ouder. Om dat te voorkomen, wordt een beschikking afgegeven over beide periodes. In de beschikking over de sluitingsperiode waarover de ouder een additionele tegemoetkoming krijgt zal ook staan dat deze over de andere periode geen additionele tegemoetkoming krijgt. Daarmee worden extra handelingen voor zowel de ouder als de SVB voorkomen. Tegen de beschikking kan de ouder bij de Belastingdienst/Toeslagen in bezwaar. Vanwege een gebrek aan ervaring met deze werkwijze is het moeilijk in te schatten wat precies de gevolgen voor de te verwachten bezwaarprocedures zijn, maar de Belastingdienst/Toeslagen heeft aangegeven dat het aantal extra bezwaren naar verwachting beperkt zal zijn (paragraaf 4.1.1).
Daarnaast is de wijze van de verantwoording door de SVB van de uitvoering van het besluit in overeenstemming gebracht met de praktijk. Hiertoe is een wijziging ingevoegd van artikel 8a, vijfde en zesde lid, van het besluit (artikel I, onderdeel D). De SVB zal een specifiek inhoudelijk en financieel verslag uitbrengen dat is voorzien van een controleverklaring. Deze verantwoording vindt plaats buiten het reguliere traject van het jaarverslag als bedoeld in artikel 49, eerste lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. In het algemeen deel van de nota van toelichting is toegelicht dat de uitvoering van dit besluit qua moment van bevoorschotting en verantwoording afwijkt van de structurele wetten die de SVB uitvoert (paragraaf 4.3). Gelet op de afwijkende en tijdelijke aard van dit besluit kan deze verantwoording uitvoeringstechnisch niet worden ingepast in de reguliere planning- en controlecyclus en het reguliere verantwoordingstraject. Daarom is de uitvoering van dit besluit steeds separaat verantwoord en zal dit ook gebeuren inzake de tegemoetkoming over de derde sluitingsperiode en de additionele tegemoetkoming. Op grond van het separate verslag rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten met betrekking tot dit besluit en de krachtens dit besluit gestelde regels af.
Verder is rekenvoorbeeld 1 over de berekening van de additionele tegemoetkoming over de eerste sluitingsperiode aangepast, zodat wordt gerekend met de gehele eerste sluitingsperiode en niet met slechts een deel daarvan (paragraaf 2.3.6).
Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog enkele redactionele wijzigingen door te voeren in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting.
Ik bied U hierbij mede namens de Staatssecretaris van Financiën het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid