Uitvoeringswet verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.
- Kenmerk
- W06.22.0052/III
- Datum aanhangig
- 24 maart 2022
- Datum vastgesteld
- 4 mei 2022
- Datum advies
- 4 mei 2022
- Datum publicatie
- 9 mei 2022
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2021/22, 36105, nr. 4
- Financiën
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 24 maart 2022, no.2022000684, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Faillissementswet en enige andere wetten ter uitvoering van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen (Uitvoeringswet verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.22.0052/III
- In de toelichting dan wel de transponeringstabel aangeven hoe artikel 3, zesde lid, van de verordening is geïmplementeerd.
- In de transponeringstabel aanpassen dat artikel 90 van de verordening is geïmplementeerd door voorgesteld Artikel I, onderdeel F.
- Gelet op artikel 93 van de verordening, in artikel 3A:2 van de Wet op het financieel toezicht opnemen dat het hoofdstuk niet van toepassing is op rechtspersonen waaraan ook een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 14 van de EMIR-verordening.
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 mei 2022
De redactionele opmerkingen zijn verwerkt.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om nog een aantal verbeteringen in het wetsvoorstel aan te brengen.
- Het opschrift van de wet is aangevuld met ook het verordeningsnummer.
- In de wijziging van artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel b, Wft is een zinsnede toegevoegd om te duiden dat geen instemming van de verkrijger ingevolge artikel 3A:6, eerste lid, Wft nodig is indien er een overdracht aan houders van rechten volgt uit hoofde van artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c, of artikel 3A:44, eerste lid, Wft.
- Artikel 3A:141 Wft is aangepast zodat het overeenkomt met het huidige 3A:6 Wft (de variant voor banken uit hoofdstuk 3A.1 Wft) waarvan dit een evenbeeld is.
- Artikel 213rr Fw is toegevoegd om artikel 10 Fw met betrekking tot het verzet tegen faillietverklaring niet van toepassing te laten zijn in het geval dat het faillissement van een centrale tegenpartij wordt uitgesproken.
De memorie van toelichting is hiermee in overeenstemming gebracht. Tevens zijn in de memorie van toelichting nog een aantal redactionele verbeteringen doorgevoerd.
Ik verzoek U, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Financiën