Wijziging van het Tuchtrechtbesluit BIG in verband met het terugbrengen van het aantal regionale tuchtcolleges van vijf naar drie.
- Kenmerk
- W13.22.00004/III
- Datum aanhangig
- 1 februari 2022
- Datum vastgesteld
- 9 februari 2022
- Datum advies
- 10 februari 2022
- Datum publicatie
- 1 maart 2022
- Vindplaats
- Staatscourant
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 1 februari 2022, no.2022000206, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Tuchtrechtbesluit BIG in verband met het terugbrengen van het aantal regionale tuchtcolleges van vijf naar drie, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 22 februari 2022
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Van de gelegenheid van dit nader rapport is gebruikgemaakt om één extra wijziging in het besluit op te nemen. Het betreft een wijziging van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige 2008. Vastgelegd is dat van de vijf episiotomieën die verloskundigen-in-opleiding voor het afronden van de stages moeten zetten en hechten, ten hoogste twee episiotomieën in een gesimuleerde setting mogen worden verricht. Hiermee is aangesloten bij de ontwikkeling in de praktijk waarin episiotomieën minder vaak plaatsvinden, terwijl tegelijkertijd geborgd blijft dat verloskundigen-in-opleiding voldoende ervaring opdoen met het zetten en hechten van episiotomieën.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport