Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake de privileges en immuniteiten van verbindingsofficieren die door Oekraïne bij Europol gedetacheerd worden; Kiev, 20 september 2021 (Trb. 2021,121).
- Kenmerk
- W02.21.0308/II
- Datum aanhangig
- 14 oktober 2021
- Datum vastgesteld
- 3 november 2021
- Datum advies
- 3 november 2021
- Datum publicatie
- 31 januari 2022
- Vindplaats
- Staatscourant 2022, nr. 3236
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 14 oktober 2021, no.2021002052, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake de privileges en immuniteiten van verbindingsofficieren die door Oekraïne bij Europol gedetacheerd worden; Kiev, 20 september 2021 (Trb. 2021, 121), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het verdrag te overleggen aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W02.21.0308/II
- In de toelichting bij artikel 9 over de geschillenbeslechtingsprocedure tot uitdrukking brengen dat gekozen is voor ad hoc arbitrage nu Oekraïne anders dan Nederland geen partij is bij het Facultatieve Protocol (1961, met thans 70 verdragspartijen) inzake de verplichte beslechting van geschillen door het Internationaal Gerechtshof.
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 januari 2022
Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Aan de opmerking in de redactionele bijlage bij het advies is gevolg gegeven door aan de toelichting bij artikel 9 van het verdrag toe te voegen dat de geschillenbeslechtingsregeling in lijn is met eerdere verdragen inzake verbindingsofficieren die door het Koninkrijk der Nederlanden als vestigingsstaat zijn gesloten met lidstaten van Europol en derde landen. Er is echter geen verwijzing opgenomen naar het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer en het bijbehorende Facultatief protocol betreffende de verplichte regeling van geschillen (Wenen, 18 april 1961). In het geval de interpretatie of toepassing van het onderhavige bilaterale verdrag leidt tot een onderling geschil, zal worden uitgegaan van de geschillenbeslechtingsregeling zoals overeengekomen in het verdrag zelf (artikel 9). Dit is niet afhankelijk van ratificatie van en eventuele verwijzingen in het bilaterale verdrag naar andere verdragen met een eigen geschillenbeslechtingsregeling, zoals in dit geval het Verdrag van Wenen.
Ik verzoek U mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken