Uitvoeringsbesluit verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen.
- Kenmerk
- W06.21.0259/III
- Datum aanhangig
- 30 augustus 2021
- Datum vastgesteld
- 22 september 2021
- Datum advies
- 22 september 2021
- Datum publicatie
- 12 november 2021
- Vindplaats
- Staatscourant 2021, nr. 47186
- Financiën
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 30 augustus 2021, no.2021001655, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit van tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten in verband met de uitvoering van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen en de verordening verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van banken en beleggingsondernemingen (Uitvoeringsbesluit verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen), met nota van toelichting.
Het uitvoeringsbesluit strekt ertoe uitvoering te geven aan de Europese verordening inzake een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen (de verordening). (zie noot 1) Met het uitvoeringsbesluit wordt De Nederlandsche Bank (DNB) als toezichthouder en als afwikkelingsautoriteit aangewezen, en kunnen bepaalde bepalingen uit de verordening door DNB gesanctioneerd worden.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de zelfstandige leesbaarheid van de toelichting bij het uitvoeringsbesluit en de planning van de uitvoeringswet. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting.
1. Vooruitlopen op de uitvoeringswet
Naast dit uitvoeringsbesluit wordt ook een voorstel voor een uitvoeringswet opgesteld. De grondslagen voor de wijzigingen in het uitvoeringsbesluit zijn reeds aanwezig in de Wet op het financieel toezicht (Wft), daarom wordt door de regering niet gewacht op de inwerkingtreding van de uitvoeringswet.
De Afdeling begrijpt deze aanpak. Wel wijst zij erop dat het uitvoeringsbesluit zelfstandig leesbaar dient te zijn. In de nota van toelichting kan niet worden verwezen naar een nog niet openbaar wetsvoorstel. Zo wordt in de toelichting bij het vereiste van onafhankelijkheid dat geldt voor DNB als afwikkelingsautoriteit verwezen naar de toelichting bij de uitvoeringswet. (zie noot 2) Dit komt de zelfstandige leesbaarheid van het uitvoeringsbesluit niet ten goede. De verwijzing naar de toelichting bij wetgeving inzake de herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen uit 2014 maakt dit niet anders.
Ook merkt de Afdeling op dat in het voorstel niet wordt ingegaan op de planning van de uitvoeringswet, terwijl dat het deel van de verordening dat betrekking heeft op de (beoordeling van) de herstelplannen met ingang van 12 februari 2022 van toepassing wordt.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.21.0259/III
- In de toelichting bij trapsgewijze toepassing van de verordening spreken over het "van toepassing worden" van de verschillende onderdelen van de verordening in plaats van het "in werking treden", aangezien de verordening reeds op 11 februari 2021 in werking is getreden.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 oktober 2021
1. Zoals de Afdeling in haar advies constateert is inderdaad gekozen voor het vooruitlopen van het uitvoeringsbesluit op de in voorbereiding zijnde uitvoeringswet, nu de grondslagen voor de bevoegdheidstoedeling aan DNB reeds aanwezig zijn in de Wet op het financieel toezicht (Wft). De Afdeling merkt daarbij op dat de nota van toelichting bij het onderhavige uitvoeringsbesluit door vooruitverwijzing naar de uitvoeringswet, die nog niet openbaar is, minder goed zelfstandig leesbaar is. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is de tekst in paragraaf 3 van het algemeen deel van de nota van toelichting aangevuld, zodat deze zelfstandig leesbaar is.
Tevens merkt de Afdeling op dat niet wordt ingegaan op de planning van de uitvoeringswet. In paragraaf 1 van het algemeen deel van de toelichting is een zin toegevoegd over de verwachte planning van de uitvoeringswet. De bevoegdheden van DNB voor het toezicht op de herstelplannen van centrale tegenpartijen (CTP’s) volgen rechtstreeks uit de verordening. Inwerkingtreding van de uitvoeringswet is derhalve niet nodig om ervoor te zorgen dat DNB haar taken in het kader van herstelplannen kan uitvoeren.
2. De redactionele opmerking van de Afdeling is overgenomen.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om nog een artikel uit Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2014, L 173) toe te voegen aan bijlagen 1 en 2 van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten (zie artikel I, onderdelen E, onder 2, en F, onder 2). Het betreft hier het herstel van een eerdere omissie.
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Financiën
Voetnoten
(1) Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132, (PbEU 2021 L 22).
(2) Nota van toelichting § 3. (Inhoud van het onderhavige uitvoeringsbesluit).