Wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit in verband met de regulering van smaken voor e-sigaretten.
- Kenmerk
- W13.21.0202/III
- Datum aanhangig
- 13 juli 2021
- Datum vastgesteld
- 1 september 2021
- Datum advies
- 1 september 2021
- Datum publicatie
- 16 juni 2022
- Vindplaats
- Staatscourant 2022, nr. 32183
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001403, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit in verband met de regulering van smaken voor e-sigaretten, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit beoogt smaken anders dan tabak in vloeistoffen voor e-sigaretten te verbieden. Daartoe wordt enkel nog het gebruik van additieven toegestaan die relatief vaker in vloeistoffen met een tabakssmaak voorkomen dan in andere, vooral zoete, smaken.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over het moment van notificatie van het ontwerpbesluit bij de Europese Commissie. In verband daarmee is aanpassing van de toelichting en zo nodig het ontwerpbesluit wenselijk.
In de toelichting is opgemerkt dat het ontwerpbesluit zal worden aangemeld bij de Europese Commissie ter voldoening aan artikel 5, eerste lid, van de Notificatierichtlijn. (zie noot 1) In algemene zin wijst de Afdeling erop dat voorgenomen regelgeving, die technische voorschriften bevat, moet worden genotificeerd op een zodanig moment dat gelegenheid bestaat de ontwerpregeling zo nodig op een tijdig moment in de wetgevingsprocedure aan te passen. In dit geval vindt notificatie pas plaats geruime tijd nadat het voorstel voor advies aan de Afdeling is voorgelegd.
De Afdeling adviseert in de toelichting te vermelden wanneer notificatie heeft plaatsgevonden en in te gaan op de uitkomsten van de notificatieprocedure. Indien de notificatieprocedure leidt tot wijzigingen van ingrijpende aard, adviseert de Afdeling om haar het ontwerpbesluit opnieuw ter advisering voor te leggen. De Afdeling wijst er ten overvloede op dat een technisch voorschrift niet in werking mag treden voordat de Europese Commissie in de gelegenheid is geweest eventuele opmerkingen over het ontwerp te maken. (zie noot 2)
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 november 2022
Naar aanleiding van bovenvermeld advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: Afdeling advisering) is de nota van toelichting bij het besluit aangevuld. In hoofdstuk 5, paragraaf 5.6 is vermeld dat het ontwerpbesluit op 29 september ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 is voorgelegd aan de Europese Commissie. Daarbij is aangegeven dat in het kader van de notificatieprocedure geen reacties zijn binnengekomen. Omdat de notificatieprocedure niet heeft geleid tot wijzigingen, wordt het ontwerpbesluit - in lijn met de hierover gemaakte opmerking door de Afdeling advisering - niet opnieuw ter advisering voorgelegd aan de Afdeling advisering.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om enkele wijzigingen in het ontwerpbesluit en nota van toelichting door te voeren.
In artikel 2.4, derde lid, is "maximum aantal en een maximale hoeveelheid worden gesteld" vervangen door "minimum- of een maximumaantal te combineren smaakbepalende additieven en een minimum- of een maximumhoeveelheid van smaakbepalende additieven worden gesteld". Er zal worden gemonitord dat met de aangewezen ingrediënten niet een smaak anders dan tabak kan worden gecreëerd dan wel dat door het weglaten van de aangewezen smaakbepalende ingrediënten er een smaak anders dan tabak kan worden gecreëerd. Het derde lid schrijft voor die gevallen voor dat voor de aangewezen additieven een minimum- en een maximumaantal te combineren en een minimum- en een maximumhoeveelheid kan worden bepaald.
In artikel 2.4, vierde lid, is "worden methoden van onderzoek aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of aan de in het tweede lid gestelde eisen is voldaan" vervangen door "kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen en andere onderdelen van elektronische dampwaar al dan niet aan de krachtens het tweede of derde lid gestelde eisen is voldaan", zodat de mogelijkheid wordt opgelaten in de ministeriële regeling nog geen methoden van onderzoek bij uitsluiting aan te wijzen en eerst de praktijk te laten uitwijzen welke methoden van onderzoek het meest geschikt zijn.
Artikel 2.4, vijfde lid, is komen te vervallen. Het verbod om nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen en andere onderdelen van elektronische dampwaar in de handel te brengen waarbij de bij ministeriële regeling aangewezen niet toegestane smaakbepalende additieven op de verpakkingseenheid of buitenverpakking of in de bijsluiter zijn vermeld zal worden opgenomen in de ministeriële regeling, omdat andere voorschriften over (buiten)verpakkingen of de bijsluiter ook in de Tabaks- en rookwarenregeling zijn opgenomen. Dit komt ten goede aan de eenduidigheid en overzichtelijkheid in de regelgeving. Het verbod om niet toegestane smaakbepalende additieven van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen en andere onderdelen van de elektronische dampwaar in het common entry gate (EU-CEG) op te geven is komen te vervallen. Blijkens overweging 13 bij Richtlijn 2014/40/EU (zie noot 3) (hierna: Tabaksproductenrichtlijn) in samenhang met artikel 20, tweede lid, van de Tabaksproductenrichtlijn hebben de lidstaten en de Commissie volledige informatie over de ingrediënten en emissies van e-sigaretten nodig, om hun regelgevende taken te kunnen uitvoeren. Bij een dergelijke informatiefunctie past niet een verbod op het opgeven van een ingrediënt in het EU-CEG, maar heeft dit systeem juist een signalerende functie over het gebruik van niet toegestane additieven.
De nota van toelichting is op het voorgaande ook op aangepast. Ten slotte is in de nota van toelichting een aantal wijzigingen van redactionele aard doorgevoerd.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Voetnoten
(1) Nota van toelichting, Algemeen deel, paragraaf 5.6; Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241).
(2) Richtlijn (EU) 2015/1535, artikel 6.