Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (tweeëntwintigste tranche).
- Kenmerk
- W04.21.0204/I
- Datum aanhangig
- 13 juli 2021
- Datum vastgesteld
- 22 september 2021
- Datum advies
- 22 september 2021
- Datum publicatie
- 9 december 2021
- Vindplaats
- Staatscourant 2021, nr. 47798
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001401, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis-en herstelwet (tweeëntwintigste tranche)), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in een aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de in het ontwerpbesluit aan de raad van de gemeente Westland verleende bevoegdheid om bij verordening vrijstelling te verlenen van de in het Activiteitenbesluit milieubeheer neergelegde verplichting om gewasbeschermingsmiddelen uit afvalwater te zuiveren. In verband daarmee is aanpassing van het besluit en de toelichting wenselijk.
1. Experiment collectieve zuivering gewasbeschermingsmiddelen Westland
Sinds 1 januari 2018 zijn glastuinbouwbedrijven verplicht uit afvalwater dat gewasbeschermingsmiddelen bevat, door middel van een zuiveringsvoorziening tenminste 95% van de organische werkzame stoffen daarvan te verwijderen. (zie noot 1)
Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorziening een vrijstelling van die verplichting verlenen indien naar zijn oordeel aannemelijk is dat uiterlijk op 1 januari 2021 het afvalwater wordt geleid door een collectieve zuiveringsvoorziening die ten minste 95% van de organische werkzame stoffen daaruit verwijdert. (zie noot 2)
In de gemeente Westland is het initiatief genomen tot een experiment waarbij het Hoogheemraadschap van Delfland als dienst voor glastuinbouwers de zuivering zal gaan uitvoeren. Het afvalwater zal in de afvalwaterzuiveringsinstallatie Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland gezuiverd worden.
Glastuinbouwers kunnen deelnemen aan het initiatief van collectieve zuivering, maar zijn daartoe niet verplicht. Zij kunnen er ook voor kiezen hun afvalwater zelf te (blijven) zuiveren.
Het ontwerpbesluit regelt dat de gemeenteraad bij verordening regels kan stellen voor een voorziening van inzameling en transport voor afvalwater dat gewasbeschermingsmiddelen bevat. (zie noot 3) In die verordening kan een vrijstelling worden verleend van de verplichting om afvalwater te zuiveren. (zie noot 4) Gelet op de maximale werkingsduur van de voorgestelde bepalingen kan die vrijstelling tot uiterlijk 1 januari 2024 worden verleend. (zie noot 5)
De Afdeling maakt hierover de volgende opmerkingen.
a. Reikwijdte vrijstelling
In het Activiteitenbesluit milieubeheer is reeds voorzien in de mogelijkheid van oprichting en gebruik van een collectieve zuiveringsvoorziening. De in het Activiteitenbesluit geregelde bevoegdheid om bij maatwerkvoorschrift tijdelijk ontheffing te verlenen van de zuiveringsplicht, was onder meer opgenomen ten behoeve van de collectieve zuivering in het Westland. (zie noot 6) Voor de verwezenlijking daarvan is de voorgestelde regeling derhalve niet nodig.
Uit de toelichting volgt dat de collectieve waterzuiveringsinstallatie in het Westland eerst eind 2023 gereed zal zijn en om die reden (verder) uitstel van de zuiveringsverplichting noodzakelijk is. (zie noot 7) Voorts blijkt daaruit dat de aan de raad toe te kennen bevoegdheid om vrijstelling van de zuiveringsverplichting te verlenen uitsluitend bedoeld is voor glastuinbouwbedrijven die deelnemen aan het initiatief van collectieve zuivering.
De Afdeling merkt op dat de in het ontwerpbesluit geregelde bevoegdheid van de gemeenteraad om vrijstelling van de zuiveringsverplichting te verlenen, zich niet beperkt tot het verlenen van ontheffing aan glastuinbouwers die deelnemen aan het initiatief van collectieve zuivering. Die bevoegdheid maakt het namelijk ook mogelijk om (generiek) vrijstelling te verlenen aan alle glastuinbouwers in het Westland. Dit betekent een aanzienlijke verruiming ten opzichte van de voorheen bestaande bevoegdheid om bij maatwerkvoorschrift een ontheffing te verlenen aan glastuinbouwers waarvan aannemelijk is dat zij gebruik gaan maken van collectieve zuivering. (zie noot 8)
Nu het ontwerpbesluit in zoverre afwijkt van hetgeen daarmee volgens de toelichting is beoogd, adviseert de Afdeling het ontwerpbesluit op dit punt aan te passen en daarin te regelen dat vrijstelling uitsluitend betrekking kan hebben op glastuinbouwbedrijven waarvan aannemelijk is dat zij hun afvalwater via de nog te realiseren collectieve zuiveringsvoorziening zullen laten zuiveren.
b. Gevolgen voor de doelstelling voor de waterkwaliteit
In de toelichting wordt onderkend dat ten gevolge van de vrijstellingsregeling gedurende ten hoogste drie jaren emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater blijven optreden die er zonder die vrijstellingsregeling niet zouden zijn. In de toelichting wordt echter niet ingegaan op de gevolgen van die emissies voor het kunnen behalen van de voor waterkwaliteit gestelde doelstellingen. Die doelstellingen strekken tot een afname in 2023 van het aantal overschrijdingen van de milieukwaliteitsnormen voor gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater met 90% en een afname van het aantal overschrijdingen van drinkwaternormen met 95%, ten opzichte van 2013. (zie noot 9)
Nu volgens de toelichting ongeveer 25% van de Westlandse glastuinbouw, zijnde 12% van de Nederlandse glastuinbouw, deelneemt aan het initiatief van collectieve zuivering en mogelijk wordt vrijgesteld van de zuiveringsplicht, gaat het om het ongezuiverd lozen van afvalwater van een niet te verwaarlozen deel van alle glastuinbouwers. Negatieve gevolgen voor het behalen van de doelstellingen voor de waterkwaliteit zijn daarom niet op voorhand uitgesloten. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.21.0204/I
- In artikel I, onderdeel B, voorgesteld artikel 6p, vierde lid, de zinsnede ‘van 1 januari 2021’ schrappen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 oktober 2021
1. Experiment collectieve zuivering gewasbeschermingsmiddelen Westland
a. Reikwijdte vrijstelling
De Afdeling merkt terecht op dat uit de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit blijkt dat wordt beoogd om de gemeenteraad uitsluitend een bevoegdheid te verlenen om vrijstelling te kunnen verlenen van de zuiveringsverplichting waar het glastuinbouwbedrijven betreft die hun afvalwater via de nog te realiseren collectieve zuiveringsvoorziening zullen laten zuiveren. De Afdeling wijst er tevens terecht op dat de in het ontwerpbesluit geregelde bevoegdheid niet specifiek is beperkt tot glastuinbouwbedrijven die deelnemen aan het initiatief van collectieve zuivering. Om het ontwerpbesluit overeen te laten komen met de nota van toelichting, zal in het ontwerpbesluit worden verhelderd dat het experiment uitsluitend van toepassing is op glastuinbouwbedrijven in de gemeente Westland, die kunnen aantonen dat zij hun afvalwater via de nog te realiseren collectieve zuiveringsvoorziening bij de Nieuwe Waterweg zullen laten zuiveren.
b. Gevolgen voor de doelstelling voor de waterkwaliteit
Vooropgesteld is het uitgangspunt bij dit experiment dat het afvalwater niet ongezuiverd wordt geloosd op het lokale oppervlaktewater. Huidige regelgeving die hergebruik van water stimuleert, zoals emissienormen voor substraatteelten en recirculatieplichten voor zowel substraatteelt als grondgebonden teelt, blijft onverminderd van toepassing en houdt emissies van gewasbeschermingsmiddelen binnen de perken. Voorts is het experiment alleen mogelijk onder de voorwaarde dat voor de korte termijn al zoveel mogelijk compenserende en mitigerende maatregelen worden genomen. Het gaat om:
- Inspanning van het waterschap om de overbruggingstermijn te verkorten.
- Extra zuiveringsstap voor nutriënten op de AWZI bovenop de geldende eisen. De start van de extra zuivering van nutriënten hoeft niet te wachten op gereedkoming van de zuiveringsinstallatie voor gewasbeschermingsmiddelen.
- Bestaande zuiveringsinstallaties bij individuele glastuinbouwbedrijven blijven in gebruik tot de collectieve zuiveringsinstallatie gereed is.
- In beginsel zoveel mogelijk afvalwater mobiel zuiveren bij bedrijven met het grootste verbruik.
- Geen lozing op het lokale oppervlaktewater om het regionale watersysteem te ontzien.
- Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk beperken, dit gebeurt onder andere conform een plantgezondheidsprotocol. Daarnaast wordt tijdig natrium gemeten om zicht te houden op de mogelijkheden voor recirculatie. Indien een gewasbeschermingsmiddel wordt toegepast, wordt een zo lang mogelijke wachttijd aangehouden tussen het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel en het moment van lozen.
- Extra inzet regionale monitoring en handhaving van de waterkwaliteit.
Een deel van de gewasbeschermingsmiddelen wordt al op natuurlijke wijze afgebroken doordat het water zolang mogelijk circuleert in de kas (recirculatieplicht). Een deel van de gewasbeschermingsmiddelen breekt af tijdens de route via het riool en de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
De lozing van het afvalwater vindt niet plaats op lokaal oppervlaktewater, maar alleen via het vuilwaterriool - en dus via de bestaande rioolwaterzuiveringsinstallatie - op het oppervlaktewater van de Nieuwe Waterweg. Dit is geregeld in het rioollozingsprotocol. De rioolwaterzuiveringsinstallatie verwijdert een deel, maar is er nog niet op toegerust om 95% van de gewasbeschermingsmiddelen weg te zuiveren. Het restant komt voor de duur van het experiment vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie in de Nieuwe Waterweg terecht. Dit is echter een groter watersysteem dat deze lozing beter op kan vangen dan het lokale polderwater.
Vanuit de waterkwaliteitsdoelstelling wegen de voordelen op de lange termijn, te weten het door middel van een innovatieve techniek collectief zuiveren van afvalwater afkomstig van glastuinbouwbedrijven en (huishoudelijk) afvalwater uit de dorpskernen, waardoor ook medicijnresten en andere chemische microverontreinigingen worden gezuiverd, op tegen het restant aan gewasbeschermingsmiddelen dat tijdelijk uit de bestaande rioolwaterzuiveringsinstallatie op de Nieuwe Waterweg geloosd wordt. In de nota van toelichting is verhelderd dat gedurende het experiment emissies van gewasbeschermingsmiddelen via de rioolwaterzuivering naar de Nieuwe Waterweg zullen optreden en dat het experiment dus geen gevolgen heeft voor het lokale oppervlaktewater.
2. De door de Afdeling gemaakte opmerking in de redactionele bijlage is overgenomen.
Ambtshalve wijzigingen
Tot slot heb ik van de gelegenheid gebruikgemaakt om enkele ambtshalve wijzigingen door te voeren in het experiment Architect aan Zet, zoals opgenomen in artikel 6j van het Bu Chw. Met deze technische wijziging wordt geborgd dat het experiment tot 1 september 2025 kan worden voortgezet, waarbij rekening wordt gehouden met de scheiding tussen de technische en ruimtelijke bouwactiviteit, ook wel de knip genoemd. Onder de Omgevingswet zal de technische toets voor een aanzienlijk deel van de bouwwerken niet langer worden uitgevoerd door de gemeente, maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Dit nieuwe systeem van kwaliteitsborging wordt gefaseerd ingevoerd met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarvan de inwerkingtreding gekoppeld is aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Gelet op dit nieuwe systeem is het onwenselijk, zo vindt ook de gemeente Rotterdam, dat met het experiment Architect aan Zet daarvan wordt afgeweken door een eigen systeem van kwaliteitsborging met een architect in stand te houden. Het experiment wordt daarom zodanig aangepast dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de technische toets de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen blijft gelden.
Ik bied U hierbij in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Voetnoten
(1) Artikel 3.64a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
(2) Artikel 3.64b, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
(3) Artikel I, onderdeel E, voorgesteld artikel 7ak, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
(4) Artikel I, onderdeel E, voorgesteld artikel 7ak, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
(5) Artikel I, onderdeel E, voorgesteld artikel 7ak, zesde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
(6) Zie in dit verband ook paragraaf 5 van de Nota van toelichting bij het Besluit van 23 juni tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer in verband met de vermindering van emissies van gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw en open teelten. Daarin staat dat dat besluit het initiatief van de collectieve zuiveringsvoorziening in het Westland faciliteert.
(7) Nota van toelichting, hoofdstuk II, Artikelsgewijze toelichting.
(8) Zie voetnoot 2.
(9) Gezonde Groei, Duurzame Oogst, Tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023, Paragraaf 5.1. Kamerstukken II 2012/13, 27858, nr. 146, Bijlage 225179.