Wijziging van de Woningwet in verband met aanpassing van het saneringskader.
- Kenmerk
- W04.21.0194/I
- Datum aanhangig
- 12 juli 2021
- Datum vastgesteld
- 15 september 2021
- Datum advies
- 15 september 2021
- Datum publicatie
- 11 maart 2022
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2021/22, 36055, nr. 4
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2021, no.2021001385, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Woningwet in verband met aanpassing van het saneringskader, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.21.0194/I
- Geef de ‘Adviescommissie noodzakelijk daeb’ een kenbare naam zodat voor partijen helder is wat deze commissie inhoudt.
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 maart 2022
Naar aanleiding van de redactionele kanttekening van de Afdeling advisering wordt voorgesteld om de in te stellen adviescommissie (het voorgestelde artikel 56a van de Woningwet) aan te duiden als: Adviescommissie noodzakelijke werkzaamheden toegelaten instellingen.
Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een verduidelijking van artikel 21d, tweede lid, van de Woningwet in het wetsvoorstel op te nemen teneinde duidelijkheid te scheppen over de reikwijdte van de beperking die artikel 21d, tweede lid, van de Woningwet legt op de mogelijkheden om zekerheidsrechten te vestigen op het zogenoemde daeb-bezit van toegelaten instellingen.
Ten slotte zijn in het wetsvoorstel en in de memorie van toelichting enkele redactionele verbeteringen aangebracht.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening