Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.21.0186/III

Wet op de Nederlandse Sportraad.

Kenmerk
W13.21.0186/III
Datum aanhangig
8 juli 2021
Datum vastgesteld
15 september 2021
Datum advies
15 september 2021
Datum publicatie
3 december 2021
Vindplaats
Kamerstukken II 2021/22, 35983, nr. 4
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2021, no.2021001362, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende instelling van een vast college van advies op het terrein van sport en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport (Wet op de Nederlandse Sportraad), met memorie van toelichting.

Met het wetsvoorstel wordt de Nederlandse Sportraad (hierna: Sportraad) ingesteld als een permanent adviescollege op het terrein van beleid ten aanzien van sport en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de motivering van het voorstel. In verband daarmee is aanpassing van de toelichting wenselijk.

1. Inleiding

In 2016 is de Nederlandse Sportraad ingesteld als tijdelijke adviescollege (zie noot 1) en in 2020 is de instelling met twee jaar verlengd. (zie noot 2) De oorspronkelijke taak van de Sportraad bij oprichting was te adviseren over het te voeren beleid op het gebied van sportevenementen. Het voorstel behelst een omzetting van de Sportraad naar een permanent adviescollege met een wettelijke adviestaak. Het wetsvoorstel formuleert de taak van de nieuwe Sportraad als volgt: "adviseren over beleid ten aanzien van sport en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport". (zie noot 3)

Het algemeen wettelijk kader waarbinnen de voorgestelde instelling van de Sportraad plaatsvindt en waarbinnen de Sportraad zijn taak kan uitoefenen, wordt gevormd door de Kaderwet adviescolleges. Begin jaren negentig van de vorige eeuw is besloten tot een herziening van het adviesstelsel, vanwege de grote aantallen adviesraden. (zie noot 4) Eén van de doelstellingen van de Kaderwet adviescolleges is versobering van het adviesstelsel. (zie noot 5) Sinds de herziening van het adviesstelsel is het streven van de regering om terughoudend te zijn met het instellen van nieuwe afzonderlijke adviescolleges. (zie noot 6) Uit artikel 1 van de Kaderwet adviescolleges blijkt dat de reikwijdte van die wet is beperkt tot externe adviescolleges en hun advisering aan regering en Staten-Generaal over algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van het Rijk. De Kaderwet adviescolleges is niet van toepassing op de interne (ambtelijke) adviescolleges van de regering. Colleges die voor meer dan de helft bestaan uit ambtenaren die werkzaam zijn bij een ministerie of een daaronder ressorterende instelling, dienst of bedrijf, en die in verband met hun werkzaamheden in dat college zitting hebben vallen niet onder deze wet. (zie noot 7)

2. Motivering van het voorstel

Volgens de toelichting is de kennis en expertise vanuit sport en bewegen gewenst en van daaruit een bredere blik op het sportbeleid in samenhang met maatschappelijke vraagstukken. Uit de evaluatie van de Sportraad volgt dat de Sportraad meerwaarde heeft als een adviescollege dat onafhankelijk en objectief adviseert, aldus de toelichting. Voorts stelt de toelichting dat de nieuwe Sportraad een functie zal innemen voor de regering, het parlement en de maatschappij als geheel. Deze functie kan volgens de regering niet worden gevonden in andere adviescolleges, in het bijzonder de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de Gezondheidsraad (GR), en legitimeert daarmee de instelling van een apart adviescollege.

De Afdeling merkt het volgende op:

a. Evaluatie
Het evaluatierapport concludeert dat de Sportraad zich in korte tijd een positie heeft weten te verwerven in het sportbestel en dat de meerwaarde op dit moment vooral is gelegen in de rol van bruggenbouwer en verbinder. (zie noot 8) De Afdeling constateert evenwel dat met het voorstel wordt gekozen voor een koers waarbij de Sportraad wordt gepositioneerd als adviesraad. Een gevolg daarvan kan zijn dat daarmee juist de rol als bruggenbouwer en verbinder op de achtergrond raakt.

b. Positionering
De toelichting vermeldt dat het om verschillende redenen niet mogelijk is gebleken om de taak van de Sportraad onder te brengen bij de GR of de RVS. Daarbij benadrukt de toelichting vooral de eigenheid van sport en de expertise van de leden van de Sportraad op dit specifieke terrein.

Gezien het uitgangspunt van de grote terughoudendheid om nieuwe adviescolleges in de zin van de Kaderwet adviescolleges in te stellen, is de noodzaak tot instelling van de Sportraad als permanent adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges met deze argumenten echter nog niet gegeven. Dat sport een bijzonder terrein is en de leden van de Sportraad deskundig zijn maakt niet dat voorbij kan worden gegaan aan het hiervoor genoemde uitgangspunt van terughoudendheid.

Daar komt bij dat - ook al is sport een aparte tak van sport - de adviestaak van de Sportraad voor een deel overlapt met de adviesterreinen van beide colleges. Immers, sport kan potentieel ingezet worden ter ondersteuning van doelen als gezondheid, welzijn, onderwijs en leefbaarheid. (zie noot 9) De vraag is hoe in dat geval de samenwerking en de coördinatie met zowel de GR en RVS als met medeoverheden en andere ministeries dan VWS zal plaatsvinden. Uit de toelichting blijkt bovendien niet dat deze adviescolleges zijn geconsulteerd en of dit ter sprake is gekomen.

De Afdeling adviseert in de toelichting nader op vorenstaande aspecten in te gaan en zo nodig het voorstel aan te passen.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 29 november 2021

2. Motivering van het voorstel

Naar aanleiding van bovenvermeld advies is de memorie van toelichting op onderhavig wetsvoorstel aangevuld. Zie hiervoor paragraaf 2. Wat betreft de rol van de Sportraad is onder het kopje Meerwaarde opgemerkt dat de onafhankelijke positie als adviescollege juist bijdraagt aan het leggen van verbindingen tussen de diverse veldpartijen. De rol van bruggenbouwer en verbinder zal derhalve niet op de achtergrond geraken. Voorts is in deze paragraaf (op pagina 2) nader ingegaan op de consultatie met de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving over de verhouding met de Sportraad, het eventueel onderbrengen van de Sportraad bij één van deze adviescolleges en de wijze van samenwerking tussen adviescolleges onderling.

Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport


Voetnoten

(1) Besluit van 20 mei 2016, Stb. 2016, 207.
(2) Besluit van 11 mei 2020, Stc. 2020, 30090.
(3) Zie het voorgestelde artikel 2 Wet op de Nederlandse Sportraad.
(4) Kamerstukken II 2001/02, 28101, nr. 1.
(5) Kamerstukken II 1995/96, 24503, nr. 3.
(6) Bijlage ‘Evaluatie Kaderwet Adviescolleges: Vierde staat van advies 2010 - 2015’ bij Kamerstukken II 2015/16, 28101, nr.15.
(7) Kamerstukken II 1995/96, 24503, nr. 3, Algemeen deel, paragraaf 3. De reikwijdte van het wetsvoorstel.
(8) Bijlage ‘Evaluatie Nederlandse Sportraad’ bij Kamerstukken II 2019/20, 30234, nr. 240, paragraaf 5.3. Overigens wordt in het rapport geconcludeerd dat er verschillende beelden leven over de opdracht, doelstelling en visie van de Sportraad.
(9) Zie in dit kader de bijlage ‘Sport en bewegen voor maatschappelijke impact - een inventarisatie’ bij Kamerstukken II 2016/17, 30234, nr. 150, p. 2.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon