Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië.
- Kenmerk
- W02.21.0027/II/K
- Datum aanhangig
- 4 februari 2021
- Datum vastgesteld
- 3 maart 2021
- Datum advies
- 3 maart 2021
- Datum publicatie
- 28 mei 2021
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2020/21, 35847, nr. B/2
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 4 februari 2021, no.2021000214, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië, zoals gewijzigd bij het Protocol van 15 december 1987, het Protocol van 25 juli 1998 en het Protocol van 23 juli 2010; Denpasar, 24 februari 1976 (Trb. 2021, 12), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten te overleggen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 29 april 2021
Het verdrag geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de toelichtende nota te actualiseren. De regering van Sint Maarten heeft inmiddels aangegeven medegelding te wensen.
Ik verzoek U, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken