Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.20.0416/III

Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz in verband met de uitwerking van de in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg opgenomen criteria.

Kenmerk
W13.20.0416/III
Datum aanhangig
16 november 2020
Datum vastgesteld
20 januari 2021
Datum advies
20 januari 2021
Datum publicatie
11 maart 2021
Vindplaats
Staatscourant 2021, nr. 12454
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 16 november 2020, no.2020002331, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz in verband met de uitwerking van de in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg opgenomen criteria die bepalen wanneer een professionele standaard of voorgedragen kwaliteitsstandaard mogelijke substantiële financiële gevolgen heeft en aanpassing van de situaties waarin zorgaanbieder in bezit moet zijn van verklaring van goed gedrag, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan enkele bepalingen ingevolge de Wet financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden (zie noot 1) (hierna: wijzigingswet) en worden de criteria om te bepalen of de voorgedragen kwaliteitsstandaarden substantiële financiële gevolgen hebben, nader geconcretiseerd.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de vraag of het ontwerpbesluit voldoende duidelijkheid biedt voor alle betrokken partijen wanneer een voorgedragen kwaliteitsstandaard voldoet aan de criteria van risico’s op substantiële financiële gevolgen. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting.

1. Inleiding

Met de wijzigingswet is mogelijk gemaakt dat kwaliteitsstandaarden met mogelijk substantiële financiële gevolgen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (dan wel de Minister voor Medische Zorg) politiek worden gewogen voordat zij van kracht worden. Aan de hand van risicocriteria moet het Zorginstituut Nederland (hierna: Zin) beoordelen of zich substantiële financiële gevolgen voordoen. In het voorliggende ontwerpbesluit zijn nadere regels gesteld over wat wel en wat niet verstaan moet worden onder mogelijke substantiële financiële gevolgen en wordt een aantal risicocriteria als bedoeld in de wijzigingswet nader geconcretiseerd.

2. Beoordeling substantiële financiële gevolgen

Het ontwerpbesluit beoogt het aantal voorgedragen kwaliteitsstandaarden dat in aanmerking komt voor politieke toestemming, te beperken tot kwaliteitsstandaarden waarvan substantiële meerkosten verwacht worden. Inperking van de vrijheid van medisch handelen moet niet verder gaan dan strikt noodzakelijk en onnodige administratieve lasten moeten worden voorkomen. Omwille van de rechtszekerheid en toepasbaarheid moet voldoende duidelijk zijn wanneer een voorgedragen kwaliteitsstandaard voldoet aan de risicocriteria met betrekking tot substantiële meerkosten. (zie noot 2)

Echter, het ontwerpbesluit bepaalt enerzijds tamelijk precies wanneer er geen sprake is van substantiële financiële gevolgen. Anderzijds geeft het ontwerpbesluit aan het Zin beoordelingsruimte om een eigen afweging op basis van nadere criteria te maken. (zie noot 3) Er lijkt aldus een stapeling van criteria: in de wet, in de memorie van toelichting, in dit voorgestelde besluit en bij het Zin. Voor betrokken partijen wordt het zo niet duidelijker waaraan een kwaliteitsstandaard zal worden getoetst.

De Afdeling adviseert in de toelichting nader op het voorgaande in te gaan.

3. Voorhangprocedure

Het ontwerpbesluit is op 21 september 2020 voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal. De toelichting vermeldt dat in het kader van de voorhangprocedure vragen zijn gesteld door verschillende Tweede Kamerfracties en verwijst daarbij naar de in de voetnoot genoemde kamerstukken. Op de antwoorden daarop van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaat de toelichting niet in. Dat laatste was ook niet mogelijk omdat het ontwerpbesluit reeds op 16 november 2020 bij de Afdeling aanhangig is gemaakt, terwijl de antwoorden van de Minister pas op 8 december 2020 naar de Kamer zijn gestuurd. (zie noot 4)

De Afdeling wijst op het uitgangspunt dat zij als adviseur in laatste instantie dient te beschikken over complete en definitieve (wetsvoorstellen en) ontwerp algemene maatregelen van bestuur. Dat betekent dat eerst de antwoorden op de in de voorhangprocedure gestelde vragen in de toelichting en zo nodig in de regeling zelf dienen te zijn verwerkt, voordat de ontwerpregeling aan de Afdeling voorgelegd kan worden. Ten behoeve van de zelfstandige leesbaarheid van de toelichting kan daarbij niet volstaan worden met enkele verwijzing in een voetnoot naar de Kamerstukken waaruit de vragen en antwoorden blijken. De toelichting dient zelfstandig leesbaar te zijn en daarom een gestructureerd verslag te bevatten van de uitkomsten van de voorhangprocedure. De Afdeling heeft hier reeds eerder op gewezen. (zie noot 5)

De Afdeling gaat er van uit dat dit in de toekomst in acht wordt genomen en dat de toelichting dienovereenkomstig wordt aangevuld.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State

Nader rapport (reactie op het advies) van 26 februari 2021

2. Beoordeling substantiële financiële gevolgen

Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: Afdeling) is in samenspraak met Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) afgesproken dat op de website van het Zorginstituut alle criteria overzichtelijk bij elkaar zullen worden geplaatst. Zo zal voor de betrokken partijen duidelijk zijn waaraan een kwaliteitsstandaard precies wordt getoetst. Dit is in de nota van toelichting aangegeven.

3. Voorhangprocedure

Ik deel het uitgangspunt dat de Afdeling als adviseur in laatste instantie dient te beschikken over definitieve wetsvoorstellen en ontwerp algemene maatregelen van bestuur. Tegelijkertijd kunnen er omstandigheden zijn waardoor dit uitgangspunt niet altijd ten volle nagekomen kan worden.

In het voorliggende geval is er voor gekozen niet de verzending van de beantwoording van de vragen van de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport af te wachten, vanwege de beoogde inwerkingtredingsdatum van de Wet financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden (zie noot 6) (hierna: de wijzigingswet) en het voorliggende wijzigingsbesluit. Als gevolg van de COVID-19 pandemie, heeft de voortgang van de wijzigingswet en het wijzingsbesluit vertraging opgelopen. Inwerkingtreding op 1 juli 2021 zou onhaalbaar zijn als niet tijdig advies verkregen zou zijn. Nog latere inwerkingtreding heeft allerlei negatieve gevolgen. Zo zal de interimperiode (zonder wettelijke basis) langer voortduren. Ook zullen de regels voor onderdelen van de professionele standaard een nog langere periode van terugwerkende kracht hebben, wat gezien de rechtszekerheid onwenselijk is. Ook de actualisatie van het toetsingskader kwaliteitsstandaarden en meetinstrumenten door het Zorginstituut wordt vertraagd in afwachting van stabiele wetgevingsproducten.

Uiteraard is geprobeerd zo min mogelijk inbreuk te plegen op het eerder genoemde uitgangspunt. Zo is gewacht met het verzoek om advies aan de Afdeling totdat de vragen van de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bekend en geanalyseerd waren. Toen bleek dat de vragen verduidelijkend van aard waren en niet zouden leiden tot aanpassing van het ontwerpbesluit, is er voor gekozen de officiële beantwoording niet af te wachten.

Ik merk ten overvloede op dat natuurlijk de wettelijke voorhangtermijn in acht is genomen. Het ontwerpbesluit is op 21 september 2020 overgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal. Uit artikel 1, negende lid van de wijzigingswet volgt dat de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur zoals het voorliggende wijzigingsbesluit niet eerder wordt gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Hieraan is gevolg gegeven door het ontwerpbesluit pas op 16 november 2020 voor te leggen aan de Afdeling.

Dit gezegd hebbende, neem ik het verzoek van de Afdeling om het genoemde uitgangspunt in acht te nemen, zoveel mogelijk ter harte.

Aan de aanbeveling van de Afdeling om in de nota van toelichting op gestructureerde wijze verslag te doen van de voorhangprocedure en daarbij aan te geven tot welke wijzigingen in het ontwerpbesluit dan wel de nota van toelichting dat heeft geleid, is gevolg gegeven. Dat heeft geleid tot aanpassingen in de paragraaf ‘Voorhangprocedure’.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele aanpassingen in het ontwerpbesluit en de nota van toelichting door te voeren.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport



Voetnoten

(1) Wet tot Wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg in verband met het creëren van een bevoegdheid voor Onze Minister om een voorgedragen kwaliteitsstandaard vanwege financiële gevolgen niet in het openbaar register op te nemen (financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden) (Stb. 2020, 346). Voor de volledigheid zij nog opgemerkt dat het ontwerpbesluit ook een wijziging bevat inzake de VOG, die los staat van de wijzigingswet.
(2) Toelichting, paragraaf 1.
(3) Zie bijvoorbeeld voorgesteld artikel 2.1c, derde lid.
(4) Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 8 december 2002 betreffende beantwoording vragen schriftelijk overleg over amvb financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden.
(5) Zie het advies van 15 maart 2019 over het Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid mondhygiënist, punt 5, Stcrt. 2019, nr. 31615.
(6) Wet van 9 september 2020 tot wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg in verband met het creëren van een bevoegdheid voor Onze Minister om een voorgedragen kwaliteitsstandaard vanwege financiële gevolgen niet in het openbaar register op te nemen (Stb. 2020, 346)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting.

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon