Besluit clementie.
- Kenmerk
- W18.20.0400/IV
- Datum aanhangig
- 4 november 2020
- Datum vastgesteld
- 13 januari 2021
- Datum advies
- 13 januari 2021
- Datum publicatie
- 17 februari 2021
- Vindplaats
- Staatscourant 2021, nr. 25612
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 4 november 2020, no.2020002253, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van regels met betrekking tot het verlenen van clementie voor geldboetes betreffende kartels (Besluit clementie), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 februari 2021
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid van het nader rapport is gebruik gemaakt door in artikel 13, tweede lid, van het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, alsmede in de toelichting bij dit artikel, te verduidelijken dat de Autoriteit Consument en Markt een marker vaststelt in het geval dat er een beknopt clementieverzoek wordt ingediend dat aan de gestelde voorwaarden voldoet. Tevens is aan de toelichting bij artikel 16 van het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur opgenomen dat de Autoriteit Consument en Markt het besluit tot het opleggen van een boete neemt met inachtneming van de clementietoezegging. Deze aanpassing dient ter verduidelijking van het karakter van de (voorwaardelijke) clementietoezegging, te weten een handeling zonder rechtsgevolg. Pas op het moment dat de Autoriteit Consument en Markt besluit tot het opleggen van een boete, is sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep open staan.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling het advies openbaar te maken.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat