Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps.
- Kenmerk
- W05.20.0371/I
- Datum aanhangig
- 15 oktober 2020
- Datum vastgesteld
- 4 november 2020
- Datum advies
- 4 november 2020
- Datum publicatie
- 3 december 2020
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2020/21, 35658, nr. 4
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2020, no.2020002112, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels ter uitvoering van de EU-verordening
betreffende het programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en de EU-verordening betreffende het programma Europees Solidariteitskorps (uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps), met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel bevat regels voor de uitvoering van het Erasmusprogramma en het programma Europees Solidariteitskorps bij de start van een nieuwe periode (2021-2027) van deze programma’s. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de Erasmusverordening (zie noot 1) en de Verordening Europees Solidariteitskorps (zie noot 2). Het voorstel regelt de aanwijzing van de nationale autoriteiten, namelijk de Minister van OCW voor een deel van het Erasmusprogramma en de Minister van VWS voor het andere deel van het Erasmusprogramma en het programma Europees Solidariteitskorps. (zie noot 3) Het voorstel bevat daarnaast een wettelijke grondslag voor de aanwijzing van de nationale agentschappen die belast zijn met het beheer van de uitvoering van deze programma’s. (zie noot 4)
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat uit de toelichting duidelijk zou moeten blijken dat het wenselijk is om alsnog een wettelijke grondslag te creëren voor het aanwijzen van de nationale agentschappen, nu deze al geruime tijd belast zijn met de betreffende taken. In verband daarmee is een aanvulling op de toelichting wenselijk.
1. Aanleiding wetsvoorstel
De Afdeling onderschrijft de noodzaak om in de nationale wetgeving regels te stellen voor de uitvoering van het Erasmusprogramma en het programma Europees Solidariteitskorps. De programma’s lopen al geruime tijd, onder beheer van de nationale agentschappen bij Nuffic en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Uit de toelichting zou moeten blijken dat het nodig is om alsnog een wettelijke grondslag te creëren voor aanwijzing van deze organisaties. Daarbij zou tevens moeten worden toegelicht waarom gekozen wordt voor het instellen van privaatrechtelijke zelfstandige bestuursorganen. (zie noot 5)
De Afdeling adviseert met inachtneming van het voorgaande de aanleiding voor het wetsvoorstel nader toe te lichten.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W05.20.0371/I
- In voorgesteld artikel 3, zesde lid, ook bepalen dat artikel 19, derde lid, van de Kaderwet zbo’s niet van toepassing is.
Nader rapport (reactie op het advies) van 30 november 2020
De Afdeling onderschrijft de noodzaak om in de nationale wetgeving regels te stellen voor de uitvoering van het Erasmusprogramma en het programma Europees Solidariteitskorps.
De Afdeling adviseert in de toelichting toe te lichten dat het nodig is om alsnog een wettelijke grondslag te creëren voor het aanwijzen van de nationale agentschappen en daarbij tevens toe te lichten waarom gekozen wordt voor het instellen van privaatrechtelijke zelfstandige bestuursorganen. Naar aanleiding van deze opmerkingen van de Afdeling is de toelichting op deze punten aangevuld.
De redactionele opmerking van de Afdeling bij het voorgestelde artikel 3, zesde lid, is overgenomen.
Ik moge U, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Voetnoten
(1) Pb L pm. Verordening (EU) nr. pm van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Erasmus"; het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport.
(2) Pb L pm. Verordening (EU) nr. pm van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma "Europees Solidariteitskorps".
(3) Voorgesteld artikel 2.
(4) Voorgesteld artikel 3.
(5) Memorie van toelichting, paragraaf 4 ‘Kaderwet zelfstandige bestuursorganen’.