Besluit plantgezondheid.
- Kenmerk
- W11.20.0232/IV
- Datum aanhangig
- 9 juli 2020
- Datum vastgesteld
- 26 augustus 2020
- Datum advies
- 26 augustus 2020
- Datum publicatie
- 4 november 2020
- Vindplaats
- Staatscourant
- Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2020, no.2020001381, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende bepalingen in verband met plantgezondheid (Besluit plantgezondheid), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit maakt onderdeel uit van de uitvoering van de verplichtingen uit de EU-verordeningen 2016/2031 (zie noot 1) en 2017/625 (zie noot 2). In het ontwerpbesluit worden privaatrechtelijke zelfstandige bestuursorganen aangewezen als bevoegde autoriteit voor specifieke taken en bevoegdheden. Daarnaast worden nadere regels gesteld over het in rekening brengen van tarieven van retributies door de minister en worden boetecategorieën vastgesteld voor overtredingen.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de toelichting op de herverdeling van bevoegdheden en het Europese verbod op delegatie van taken. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting.
De toelichting over de verantwoordelijkheden van de minister in relatie tot de NVWA en diens taken onder het Verdrag voor de bescherming van planten (IPPC) en het uitvoeringstoezicht op plantaardige keuringsdiensten is moeilijk te volgen. (zie noot 3) De Afdeling adviseert daarom in de toelichting van het ontwerpbesluit duidelijker uiteen te zetten hoe de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de Minister zich verhoudt tot die van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (de NVWA).
Tevens adviseert de Afdeling in de toelichting van het ontwerpbesluit de strekking van het in de EU-Verordening (zie noot 4) opgenomen verbod van delegatie van taken en de verhouding ervan tot de gekozen herverdeling van bevoegdheden te verduidelijken, aangezien dit verbod in de toelichting een "mandaatverbod" wordt genoemd.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Voetnoten
(1) Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad.
(2) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles).
(3) Paragraaf 2.2 Bevoegde autoriteit en coördinerende instantie.
(4) Artikel 31, derde lid, verordening (EU) 2017/625.