Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W17.20.0001/IV

Wijziging van het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart in verband met het herstel van een omissie (lozen zeeschepen).

Kenmerk
W17.20.0001/IV
Datum aanhangig
10 januari 2020
Datum vastgesteld
12 februari 2020
Datum advies
12 februari 2020
Datum publicatie
30 april 2020
Vindplaats
Staatcourant 2020, nr. 23525
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 10 januari 2020, no.202000009, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart in verband met het herstel van een omissie (lozen zeeschepen), met nota van toelichting.

In het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart (Scheepsafvalstoffenbesluit) is nu voor zeeschepen geen vrijstelling opgenomen van het in de Waterwet opgenomen verbod om stoffen in een oppervlaktewaterlichaam te brengen. (zie noot 1) Bij de invoering van de Waterwet is de voorheen bestaande vrijstelling abusievelijk vervallen. (zie noot 2) Het ontwerpbesluit strekt ertoe die omissie te herstellen.

De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over het aan het lozen van bedrijfsafvalwater, door zeeschepen waarop minder dan 50 personen aan boord aanwezig kunnen zijn, gestelde vereiste dat het ontvangende oppervlaktewater door de lozing niet zichtbaar of ruikbaar wordt verontreinigd. In verband daarmee is aanpassing van de toelichting dan wel het ontwerpbesluit wenselijk.

In het ontwerpbesluit wordt geregeld dat het lozen van bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimte en bijkeukens (grijs water) afkomstig van zeeschepen waarop minder dan 50 personen aanwezig kunnen zijn, is toegestaan indien het ontvangende oppervlaktewater door de lozing niet zichtbaar of ruikbaar wordt verontreinigd. (zie noot 3)

In het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn en binnenvaart is een verbod op het lozen van zwart water (toiletwater) en grijs water opgenomen. Daarin is tevens bepaald dat dit verbod niet geldt voor zeeschepen in zeehavens aan zeetoegangswegen die moeten voldoen aan de bepalingen annex IV van het Marpol. (zie noot 4) Zoals in de toelichting is opgemerkt zijn in het Marpol geen vereisten gesteld aan het lozen van grijs water. Het ontwerpbesluit stelt daarmee een verdergaand vereiste dan het Marpol.

In de toelichting ontbreekt een motivering voor het opnemen van het vereiste dat lozing van grijs water het ontvangende oppervlaktewaterlichaam niet zichtbaar of ruikbaar mag verontreinigen. In het verslag van een schriftelijk overleg wordt daarover gesteld dat het nu al een wettelijke eis is dat lozingen niet zichtbaar of ruikbaar zijn. (zie noot 5) Indien dat zo is, roept dat de vraag op waarom dat vereiste hier wordt opgenomen. Voorts roept het de vraag op waarom dat vereiste wel wordt opgenomen voor zeeschepen waarop minder dan 50 personen aanwezig kunnen zijn, maar niet voor andere schepen waarop minder dan 50 personen aanwezig kunnen zijn.

De Afdeling adviseert in de toelichting de noodzaak voor het opnemen van het vereiste dat lozing van grijs water door zeeschepen waarop minder dan 50 personen aanwezig kunnen zijn het ontvangende oppervlaktewaterlichaam niet zichtbaar of ruikbaar mag verontreinigen, dragend te motiveren. Indien dat niet mogelijk is, adviseert zijn van het opnemen daarvan af te zien.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State



Nader rapport (reactie op het advies) van 20 april 2020

In het ontwerpbesluit wordt aan het lozen van bedrijfsafvalwater door zeeschepen waarop minder dan 50 personen aanwezig zijn, het vereiste gesteld dat het ontvangende oppervlaktewater door de lozing niet zichtbaar of ruikbaar verontreinigd mag worden. In het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (hierna: Scheepsafvalstoffenverdrag) is een verbod opgenomen op het lozen van zwart water (toiletwater) en grijs water. Daarin wordt tevens bepaald dat het verbod niet van toepassing is op zeeschepen in zeehavens aan zeetoegangswegen die moeten voldoen aan de bepalingen van Annex IV van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen. In dat verdrag worden geen eisen gesteld aan de lozing van grijs water. Het ontwerpbesluit stelt daarmee een verdergaand vereiste dan Marpol.

De Raad van State merkt op dat in de toelichting een motivering voor het opnemen van dit vereiste ontbreekt. In het verslag van het schriftelijk overleg wordt gesteld dat het nu al een wettelijke eis is dat lozingen niet zichtbaar of ruikbaar mogen zijn. Indien dat zo is roept dat de vraag op waarom dat vereiste hier wordt opgenomen. Verder roept het de vraag op waarom de eis wel aan zeeschepen met minder dan 50 personen aan boord wordt gesteld en niet aan andere schepen met minder dan 50 personen aan boord.

In voorschrift 11.1.2 van Annex IV van Marpol, dat ziet op het lozen van sanitair afvalwater (zwart water) is de eis opgenomen dat het ontvangende oppervlaktewater door de lozing niet zichtbaar verontreinigd mag worden, opgenomen. Dit voorschrift luidt als volgt: “het schip een installatie voor het behandelen van sanitair afval in gebruik heeft, die door de Administratie is gecertificeerd teneinde te voldoen aan de operationele vereisten bedoeld in voorschrift 9.1.1 van deze Bijlage, en het geloosde effluent geen zichtbare drijvende vaste deeltjes veroorzaakt noch verkleuring van het omringende water”.

Deze eis geldt voor alle zeeschepen ongeacht het aantal personen aan boord.

In artikel 9.01, vijfde lid, van het Scheepsafvalstoffenverdrag is bepaald dat het in het derde lid van dat artikel opgenomen verbod niet geldt voor zeeschepen in zeehavens aan zeetoegangswegen die moeten voldoen aan Marpol. Zeeschepen moeten daarom, naast de eisen die artikel 77 van het ontwerp-besluit stelt, op die locaties tevens voldoen aan voorschrift 11.1.2 van Annex IV van Marpol wat betreft de lozing van zwart water.

De in artikel 77, derde lid, van het ontwerp-besluit, opgenomen eis dat het oppervlaktewater als gevolg van de lozing van grijs water niet zichtbaar of ruikbaar mag worden verontreinigd, wordt geschrapt. Deze eis is ook niet aan andere schepen, zoals binnenvaartschepen, opgelegd en er zijn geen redenen om aan de in artikel 77, van het ontwerp-besluit, bedoelde schepen strengere eisen op te leggen. Temeer daar ook Marpol geen eisen stelt aan de lozing van grijs water.

Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is het ontwerp-besluit en de nota van toelichting gewijzigd.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Voetnoten

(1) Artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet.

(2) Die vrijstelling op de lozingsvergunningplicht was opgenomen in artikel 4, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit artikel 1, derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

(3) Artikel I, voorgesteld artikel 77, derde lid, van het Scheepsafvalstoffenbesluit.

(4) Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, Londen, 02-11-1973.

(5) Kamerstukken II 2019/20, 25 868, nr. 24, blz 5.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon