Wijziging van het Besluit bodemkwaliteit in verband de versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor PFAS.
- Kenmerk
- W17.19.0393/IV
- Datum aanhangig
- 5 december 2019
- Datum vastgesteld
- 11 december 2019
- Datum advies
- 11 december 2019
- Datum publicatie
- 17 december 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2019, nr. 70174
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 5 december 2019, no.2019002569, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Milieu en Wonen, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bodemkwaliteit in verband met de versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor PFAS, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit maakt het tijdelijk mogelijk om de procedure in het Besluit bodemkwaliteit voor het vaststellen van lokale waarden voor de toepassing van grond en baggerspecie te versnellen, als het gaat om poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS).
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de inwerkingtreding van het besluit.
Het besluit zal in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Volgens de toelichting is de verwachting dat dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling zal geschieden.
De Afdeling wijst er op dat op de inwerkingtreding van het besluit artikel 92, tweede lid, van de Wet bodembescherming van toepassing is. Dat artikel schrijft voor dat het besluit niet eerder in werking treedt dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst. De Afdeling adviseert om hiermee rekening te houden bij het bepalen van het tijdstip van inwerkingtreding.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2019
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een opmerking bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden. De opmerking van de Afdeling ziet op het feit dat volgens de toelichting de verwachting is dat het ontwerpbesluit zo spoedig na de vaststelling in werking zal treden. De Afdeling wijst erop dat op de inwerkingtreding van het besluit artikel 92, tweede lid, van de Wet bodembescherming van toepassing is. Dat artikel schrijft voor dat het besluit niet eerder in werking treedt dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.
In dit specifieke geval zal vanwege de grote maatschappelijke gevolgen die de PFAS-problematiek met zich brengt worden afgeweken van artikel 92, tweede lid, van de Wet bodembescherming. Via een inwerkingtredingsbesluit zal worden bepaald dat het ontwerpbesluit in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het inwerkingtredingsbesluit is geplaatst. Dat is in dit geval mogelijk omdat artikel 92, tweede lid, zich richt op de relatie tussen regering en de Kamers en tot doel heeft de informatievoorziening richting de Kamers te garanderen met betrekking tot de vaststelling van een algemene maatregel van bestuur waarbij de Kamers in het kader van artikel 92, eerste lid, van de Wet bodembescherming bij de totstandkoming zijn betrokken (de ‘voorhang’). Aangezien deze bepaling, in tegenstelling tot bijvoorbeeld artikel 92, derde lid, niet beoogt de Kamers de mogelijkheid te geven inhoudelijk op de vastgestelde algemene maatregel van bestuur te reageren noch rechten toekent aan burgers, rechtvaardigen de genoemde maatschappelijke gevolgen van de PFAS-problematiek de versnelde inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit. Het ontwerpbesluit beoogt een tijdelijke voorziening te bieden waarvan tot 1 januari 2021 gebruik kan worden gemaakt. Het kabinet wil voor het oplossen van de PFAS-problematiek voortgang boeken. Het versnellen van de besluitvormingsprocedure is naar de mening van het kabinet een belangrijk onderdeel van het totale maatregelenpakket omtrent PFAS. Daarom is snelle inwerkingtreding van het besluit van belang. Daardoor kunnen projecten die door PFAS hinder ondervinden worden vlot getrokken, voor zover dat met inachtneming van alle relevante omstandigheden op verantwoorde wijze kan worden gedaan. In de nota van toelichting bij het inwerkingtredingsbesluit zal bovenstaande motivering worden opgenomen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Milieu en Wonen