Onteigening in de gemeente Westerkwartier voor het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden, dat onder meer voorziet in spoorverdubbeling en de aanpassing van de huidige overweg aan de Hogeweg (2e verzoek).
- Kenmerk
- W17.19.0397/IV
- Datum aanhangig
- 5 december 2019
- Datum vastgesteld
- 5 februari 2020
- Datum advies
- 5 februari 2020
- Datum publicatie
- 8 april 2020
- Vindplaats
- Staatscourant
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 3 december 2019, no.RWS-2019/42186, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Westerkwartier krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (aanvulling op een eerdere onteigening voor het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden, met bijkomende werken in de gemeente Westerkwartier).
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W17.19.0397/IV
- De tekst onder het kopje ‘Planologische grondslag’ aanpassen door daarin onder verwijzing naar de einduitspraak van de ABRvS van 27 november 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4017) tot uitdrukking te brengen dat het besluit van 16 november 2017 tot vaststelling van het Tracébesluit Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden weliswaar is vernietigd maar dat de rechtsgevolgen daarvan in stand zijn gelaten.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 februari 2020
De huidige spoorcapaciteit tussen Groningen en Leeuwarden is onvoldoende om de totale reizigersstroom afdoende af te wikkelen. Doordat er slechts één spoor is tussen Zuidhorn en Hoogkerk, kunnen treinen elkaar niet passeren en moeten zij op elkaar wachten. Dat leidt tot een lagere betrouwbaarheid van de dienstregeling, vertragingen en te korte overstaptijden of gemiste aansluitingen. Om deze problemen op te lossen en de verwachte toename van het aantal reizigers in goede banen te leiden, wordt uitvoering gegeven aan het project Extra Sneltrein Groningen-Leeuwarden. Het onderhavige onteigeningsverzoek heeft betrekking op het gedeelte van het project dat wordt gerealiseerd tussen km 70.850 en km 71.100 in de gemeente Westerkwartier.
Om het hierboven beschreven project mogelijk maken, heeft ProRail ook op 4 januari 2019 een onteigeningsverzoek bij Ons ingediend bij de ten aanzien van het perceel kadastraal bekend gemeente Aduard, sectie E, nummer 624. Daarop is een woning gesitueerd.
De eigenaren van deze woning hebben in maart 2019 gesteld dat zij krachtens verjaring de eigendom hebben verkregen van een naastgelegen perceelsgedeelte waarvan verzoeker kadastraal eigenaar is. Het gaat meer specifiek om 82 m² van het perceel kadastraal bekend gemeente Aduard, sectie E, nummer 830. Verzoeker meende echter dat zij de eigendom van de strook grond niet had verloren.
Om die reden heeft verzoeker bij dagvaarding (in kort geding) onder meer gevorderd dat de particulieren moesten worden veroordeeld om de strook grond ontruimd aan haar op te leveren. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland heeft die vordering van verzoeker evenwel afgewezen. De betwiste strook grond kan echter voor de realisatie van het project niet worden gemist en is onder meer benodigd voor de aanleg van een talud, zodat dit aanvullende verzoek om onteigening nodig is.
De Afdeling kan zich met het ontwerpbesluit verenigen. Met de door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen is in het ontwerpbesluit rekening gehouden.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT