Wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met de implementatie van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector en Richtlijn (EU) 2017/159.
- Kenmerk
- W12.19.0337/III
- Datum aanhangig
- 28 oktober 2019
- Datum vastgesteld
- 13 november 2019
- Datum advies
- 13 november 2019
- Datum publicatie
- 24 januari 2020
- Vindplaats
- Staatscourant 2020, nr. 5250
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 28 oktober 2019, no.2019002233, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met de implementatie van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector en Richtlijn (EU) 2017/159, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 december 2019
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Wel is van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog twee kleinere wijzigingen door te voeren in artikel I, onderdeel M, van het ontwerpbesluit en de inwerkingtredingsbepaling aan te passen.
In de toelichting is, bij artikel I, onderdeel F, nog een passage opgenomen over zelfstandige vissers die tevens werkgever zijn.
Met betrekking tot artikel I, onderdeel M, bleek in de eerste plaats dat het bij nader inzien beter was om de ontheffingsmogelijkheid van artikel 6A.3:2, onderdelen a en b, te vervangen door een vrijstellingsmogelijkheid. Verdrag en richtlijn staan toe onder bepaalde voorwaarden alternatieve normen voor arbeids- en rusttijden te hanteren. Uit nader overleg met de branche (Stichting Sectorraad Visserij) kwam naar voren dat er een gerede kans bestaat dat bepaalde deelsectoren binnen de zeevisserij van deze mogelijkheid gebruik zullen willen gaan maken. In een dergelijke situatie is een vrijstellingsregeling een geschikter middel om dit te regelen dan een serie ontheffingen voor individuele bedrijven.
In de tweede plaats bleek bij nadere bestudering van het Verdrag en de richtlijn, dat in artikel 14, tweede en derde lid, van het Verdrag in wezen hetzelfde geregeld wordt als in artikel 11, vijfde en zesde lid, van de richtlijn. Om die reden is het onderscheid dat in het concept gemaakt werd in afwijkingsmogelijkheden tussen zelfstandigen en werknemers, geschrapt. In concreto heeft dit ertoe geleid dat de onderdelen a en b van het eerste lid van artikel 6A.3:2 in artikel I, onderdeel M, zijn samengevoegd.
Voorts is de inwerkingtredingsbepaling aangepast nu de uiterste implementatiedatum onlangs is verstreken en de richtlijn en het verdrag in werking zijn getreden.
Ik moge U hierbij, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Sociale Zakenen Werkgelegenheid