Invoeringsbesluit herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.
- Kenmerk
- W16.19.0328/II
- Datum aanhangig
- 23 oktober 2019
- Datum vastgesteld
- 4 december 2019
- Datum advies
- 4 december 2019
- Datum publicatie
- 24 december 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2020, nr. 5349
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 23 oktober 2019, no.2019002218, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van diverse besluiten in verband met de herziening van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen (Invoeringsbesluit herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W16.19.0328/II
- In de Artikelen IV en V de verwijzing naar artikel 6:2:15, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering laten vervallen (zie de Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Artikel I, onderdeel K)
- In Artikel IX, onderdeel B het eerste lid van artikel 2.1 wijzigen in:
Onze Minister draagt zorg voor de ondersteuning van degene die bevoegd is de strafbeschikking uit te vaardigen bij diens daarop betrekking hebbende taken.
- Artikel XVI wijzigen in:
Artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie komt te luiden:
Onze Minister voor Rechtsbescherming draagt zorg voor de ondersteuning van de officier van justitie bij zijn taken met betrekking tot de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.
- In de Nota van Toelichting bij Artikel VI verduidelijken dat het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau geen wet in formele zin is.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 december 2019
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Rechtsbescherming