Ontwerpbesluit veiligheid en integriteit telecommunicatie.
- Kenmerk
- W18.19.0320/IV
- Datum aanhangig
- 15 oktober 2019
- Datum vastgesteld
- 30 oktober 2019
- Datum advies
- 30 oktober 2019
- Datum publicatie
- 5 december 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2020, 2731
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2019, no.2019002192, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels betreffende de veiligheid en integriteit van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in de mogelijkheid regels te stellen en aan aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten verplichtingen op te leggen met het oog op de integriteit van deze netwerken en diensten. Het ontwerpbesluit vormt daarmee de basis voor maatregelen ter uitwerking van bevindingen van de daartoe opgerichte zogenoemde interdepartementale Taskforce Economische Veiligheid.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt opmerkingen over de verhouding tot de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en over de verantwoordelijke minister voor de besluitvorming. In verband daarmee is aanpassing wenselijk van de toelichting, en zo nodig van het ontwerpbesluit.
1. Verhouding tot de Awb
In het voorgestelde artikel 2, tweede lid, is geregeld dat aan een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst een verplichting kan worden opgelegd om uitsluitend gebruik te maken van producten of diensten van anderen dan aangewezen partijen. In het derde lid is de aanwijzing van een partij geregeld en zijn de criteria daarvoor opgenomen.
De Afdeling merkt op dat de aanwijzing van een partij en het opleggen van een verplichting op grond van het tweede lid besluiten zijn in de zin van de Awb waartegen belanghebbenden, zoals aangewezen partijen, in voorkomend geval bezwaar kunnen maken en beroep kunnen instellen. In de toelichting heeft de Afdeling een beschouwing gemist over de vraag hoe de rechtsbescherming tegen deze besluiten zal worden vormgegeven. Zij adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit op dit punt nog eens te bezien.
2. Verantwoordelijkheid
In het ontwerpbesluit is voorzien dat de besluiten worden genomen door de Minister van Economische Zaken en Klimaat. Uit de toelichting valt op te maken dat de bevindingen van de interdepartementale Taskforce Economische Veiligheid, die is ingesteld door de Minister van Justitie en Veiligheid, in belangrijke mate ten grondslag zullen liggen aan de door de Minister van Economische Zaken en Klimaat te nemen besluiten.
Gelet hierop vraagt de Afdeling of het in dit licht niet voor de hand ligt dat de desbetreffende besluiten in overeenstemming met de Minister van Justitie en Veiligheid worden genomen. De Afdeling adviseert nader op het voorgaande in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te vullen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 november 2019
1. De toelichting is op dit punt aangevuld. Daarnaast is artikel 2 aangepast, zodat zowel de verplichting en de kritieke onderdelen waarvoor deze geldt, als de partij waarvan in verband met die verplichting voor die onderdelen geen gebruik mag worden gemaakt, wordt opgenomen in de beschikking aan de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst. Hiermee wordt beter aangesloten bij de werkwijze van andere lidstaten van de Europese Unie.
2. Artikel 2, tweede lid, van het besluit is op dit punt aangepast.
3. Overig
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 3 van het besluit te voorzien in een wijziging van het Frequentiebesluit 2013. Dit in verband met een recent geconstateerde verschrijving in artikel I, onderdeel C, van de wet van 14 maart 2018 tot wijziging van de Telecommunicatiewet en van de Mediawet 2008 (gebruiksbeperking frequentieruimte en digitale radio-omroep) (Stb. 2018, 87) waarbij artikel 3.18, eerste lid, onderdeel f, van de Telecommunicatiewet, opnieuw is vastgesteld.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat