Wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme.
- Kenmerk
- W16.19.0311/II
- Datum aanhangig
- 8 oktober 2019
- Datum vastgesteld
- 30 oktober 2019
- Datum advies
- 30 oktober 2019
- Datum publicatie
- 29 januari 2020
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2019/20, 35282, nr. 4
- Justitie en Veiligheid
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 8 oktober 2019, no.2019002094, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 januari 2020
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikt gemaakt om de memorie van toelichting te actualiseren wat betreft de ondertekening en inwerkingtreding van het Verdrag en het Aanvullend Protocol door andere staten. De betreffende passages zijn bijgewerkt naar de stand van zaken per begin december 2019. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de memorie van toelichting enkele redactionele verbeteringen door te voeren.
Ik moge u hierbij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten te zenden.
De Minister van Justitie en Veiligheid