Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W16.19.0308/II

Besluit zorgplicht.

Kenmerk
W16.19.0308/II
Datum aanhangig
8 oktober 2019
Datum vastgesteld
11 december 2019
Datum advies
12 december 2019
Datum publicatie
31 maart 2021
Vindplaats
Staatscourant 2021, nr. 16297
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 8 oktober 2019, no.2019002089, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie in verband met de bijzondere zorgplicht (Besluit bijzondere zorgplicht politie), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit regelt de bijzondere zorgplicht van het bevoegd gezag voor politieambtenaren en hun relaties. Naast de reeds bestaande regelingen kunnen zij op grond van het ontwerpbesluit aanspraak maken op voorzieningen die voortvloeien uit die bijzondere zorgplicht. De bijzondere zorgplicht omvat preventieve zorg ter voorkoming van gezondheidsproblemen bij politieambtenaren als gevolg van het politiewerk, (na)zorg voor politieambtenaren die dat als gevolg van het bijzondere karakter van het politiewerk nodig hebben en het ondersteunen van hun relaties. Daarnaast omvat de bijzondere zorgplicht het richting geven aan het beleid dat door het bevoegd gezag gevoerd dient te worden en het periodiek extern laten onderzoeken van de werking van het systeem voor bijzondere zorg.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft het belang dat in het ontwerpbesluit wordt toegekend aan de erkenning, waardering, zorg en ondersteuning van politieambtenaren. De toelichting roept echter de vraag op wat de bijzondere zorgplicht toevoegt aan de reeds bestaande regels en welke omstandigheden deze bijzondere zorgplicht rechtvaardigen. De Afdeling adviseert daaraan in de toelichting aandacht te besteden. Daarnaast dient aan de uitvoering van de bijzondere zorgplicht concreter invulling te worden gegeven. Door nader aandacht te besteden aan de uitvoering van het ontwerpbesluit, zullen de voorzieningen die de bijzondere zorgplicht meebrengt, steviger worden verankerd en gewaarborgd, zoals het ontwerpbesluit beoogt. In verband daarmee is aanpassing van de toelichting wenselijk.

1. Achtergrond en inhoud van het ontwerpbesluit

Het ontwerpbesluit introduceert in het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) de bijzondere zorgplicht van het bevoegd gezag voor politieambtenaren en hun relaties. (zie noot 1) Naast de reeds bestaande regelingen kunnen zij aanspraak maken op voorzieningen die voortvloeien uit die bijzondere zorgplicht. Het gaat daarbij kort gezegd om politieambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel politieambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van andere taken en die in gevaarzettende situaties kunnen geraken. (zie noot 2) Het ontwerpbesluit vloeit voort uit een toezegging aan de Tweede Kamer en uit een arbeidsvoorwaardenakkoord dat is gesloten tussen de Minister van Justitie en Veiligheid, de korpschef en de voorzitters van de politievakorganisaties. (zie noot 3)

Voor dit ontwerpbesluit hebben de voor Defensie geldende Veteranenwet en het Veteranenbesluit als inspiratie gediend. Dat ligt in de rede omdat militairen net als politieambtenaren een hoogrisicoberoep uitoefenen, aldus de toelichting. (zie noot 4) Maar er zijn ook verschillen tussen de bijzondere zorgplicht voor politieambtenaren en de bijzondere zorgplicht voor veteranen. (zie noot 5) Deze zijn hierin gelegen dat bij de veteranen de bijzondere zorgplicht van toepassing is na de inzet in oorlogsomstandigheden of deelname aan een missie, terwijl de bijzondere zorgplicht voor de genoemde politieambtenaren continu aan de orde is. Bovendien is een groot deel van de veteranen buiten de Defensieorganisatie werkzaam, terwijl de voor de politie voorgestelde zorgplicht voor het merendeel van toepassing zal zijn op ambtenaren van politie in actieve dienst. (zie noot 6)

Aan de zorgplicht voor politieambtenaren ligt blijkens de toelichting het bijzondere karakter van hun werk ten grondslag. Politieambtenaren bevinden zich met regelmaat in gevaarlijke of andere ingrijpende situaties. Het doel van formele vastlegging van de bijzondere zorgplicht is tweeledig: de minister onderschrijft hiermee het grote belang van goede zorg voor politieambtenaren en het draagt bij aan het steviger dan voorheen verankeren en waarborgen van de aanspraken voor de politieambtenaar. (zie noot 7)

De bijzondere zorgplicht omvat een goede mentale en fysieke voorbereiding van politieambtenaren op de uitoefening van de aan hen opgedragen politietaak, de begeleiding van politieambtenaren tijdens de uitoefening van deze taak en (na)zorg voor politieambtenaren en in beperkte mate hun relaties die dat als gevolg van de inzet van die politieambtenaren nodig hebben. Daarnaast omvat de bijzondere zorgplicht het richting geven aan het beleid dat door het bevoegd gezag gevoerd dient te worden in het kader van erkenning en waardering, het bevorderen van onderzoek naar aandoeningen die gerelateerd kunnen zijn aan de uitoefening van de politietaak en het periodiek extern laten onderzoeken van de werking van het systeem voor bijzondere zorg. (zie noot 8)

De Afdeling onderschrijft het belang dat in het ontwerpbesluit wordt toegekend aan de erkenning, waardering, zorg en ondersteuning van (gewezen) politieambtenaren. (zie noot 9) Het welzijn van de politieambtenaar is niet alleen in het belang van de ambtenaar zelf en zijn relaties. Ook het bevoegd gezag is gebaat bij mentaal en fysiek gezonde politieambtenaren, zodat zij in staat zijn de politietaak naar behoren uit te oefenen. Bovendien dragen goede voorzieningen voor (gewezen) politieambtenaren mogelijk bij aan de keuze voor het politievak. Niettemin heeft de Afdeling enkele opmerkingen over het ontwerpbesluit.

2. De verhouding met reeds bestaande regels

In hoofdstuk VII van het Barp zijn ten behoeve van politieambtenaren bepalingen opgenomen die betrekking hebben op arbeidsgezondheidskundige begeleiding en maatregelen en op ziekte en zwangerschap. Het Barp voorziet daarmee voor politieambtenaren in uitgebreide regels en voorzieningen voor ziekte en invaliditeit. In het ontwerpbesluit is bepaald dat het bevoegd gezag een bijzondere zorgplicht heeft voor de ambtenaar en zijn relaties, onverminderd zijn verplichtingen op grond van andere wettelijke regelingen dan wel omtrent arbeidsgezondheidskundige begeleiding van de ambtenaar, tegemoetkomingen, vergoedingen van geneeskundige behandeling of verzorging, invaliditeit en schadevergoeding als bedoeld in hoofdstuk VII. (zie noot 10) De toelichting vermeldt dat de bijzondere zorgplicht met name ook de regels aanvult die op grond van hoofdstuk VII van het Barp al gelden. (zie noot 11) Gelet op de reeds bestaande regels en voorzieningen voor politieambtenaren rijst de vraag wat de bijzondere zorgplicht daaraan toevoegt en waarom die aanvulling nodig wordt geacht. De toelichting gaat op die vraag onvoldoende in.

De Afdeling adviseert daaraan in de toelichting aandacht te besteden.

3. De uitvoering van de bijzondere zorgplicht

De Afdeling merkt op dat onduidelijk is hoe aan de bijzondere zorgplicht in de praktijk uitvoering moet worden gegeven. In de toelichting wordt daaraan slechts summier aandacht besteed. Zo wordt bijvoorbeeld niet uitgelegd waar de aangeboden voorlichting, opleiding, informatieverschaffing, beschikbaarstelling van voorzieningen, ondersteuning en begeleiding in (kunnen) bestaan, wie daarmee worden belast en voor welke periode de politieambtenaar en zijn relaties voor de voorzieningen in aanmerking komen en onder welke voorwaarden. Er komt een zorgloket waar (gewezen) politieambtenaren en hun relaties 24 uur per dag en zeven dagen in de week terecht kunnen met diverse hulpvragen. Niet duidelijk wordt echter met welke hulpvragen en overige taken het zorgloket in het bijzonder wordt belast. (zie noot 12) Ook wordt niet vermeld op welke wijze het wetenschappelijk onderzoek dient te worden bevorderd, hoe vaak de werking van het systeem voor bijzondere zorg dient te worden onderzocht, wie dat onderzoek zal gaan verrichten en op welke wijze dat zal gebeuren.

Door nader aandacht te besteden aan de uitvoering van het ontwerpbesluit, zullen de voorzieningen die de bijzondere zorgplicht meebrengt, steviger worden verankerd en gewaarborgd, zoals het ontwerpbesluit beoogt. Bij wijze van voorbeeld kan worden gewezen op het in de toelichting en hiervoor aangehaalde Veteranenbesluit, waarin de uitvoering van de in de Veteranenwet omschreven zorgplichten nader wordt geconcretiseerd.

De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op (de hiervoor genoemde aspecten van) de uitvoering van de bijzondere zorgplicht.

4. Financiering

Het ontwerpbesluit regelt dat de bijzondere zorgplicht voor de politieambtenaar en zijn relaties onder meer verschillende vormen van voorlichting, opleiding, informatieverschaffing, beschikbaarstelling van voorzieningen, ondersteuning en begeleiding op het gebied van preventie en (na)zorg omvat. (zie noot 13) Het is daarmee aannemelijk dat het ontwerpbesluit financiële gevolgen heeft. In de nota van toelichting wordt aan deze financiële gevolgen geen aandacht besteed.

De Afdeling adviseert de toelichting te voorzien van een financiële paragraaf. (zie noot 14)

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.

De vice-president van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 4 maart 2021

Van verdere behandeling van deze algemene maatregel van bestuur is afgezien.

De reden daarvoor is dat, zoals ik eerder bij Kamerbrieven van 23 april 2020 (zie noot 15) en 18 december 2020 (zie noot 16) heb aangegeven, naar aanleiding van gesprekken die gevoerd zijn over het stelsel beroepsziekten, beroepsincidenten en dienstongevallen met de Kamer, de Korpsleiding, (oud) medewerkers van de politie, politievakorganisaties en de Centrale Ondernemingsraad, dit stelsel is geëvalueerd en gebleken is dat het niet altijd bijdraagt aan het herstel van de medewerker. Om die reden heb ik in die brieven aangekondigd dat thans een nieuw stelsel wordt uitgewerkt aan de hand van de contouren, vermeld in de brief van 23 april 2020.

De uitwerking van het nieuwe stelsel is complex en vergt een zorgvuldige aanpak waarover nog veel interne afstemming en overeenstemming in het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP) is vereist. Wel is echter helder dat de bijzondere zorgplicht integraal onderdeel dient uit te maken van de regelgeving naar aanleiding van het nieuwe stelsel. Het nieuwe stelsel omvat de zorgplicht die de politie heeft ten opzichte van al haar medewerkers en daarmee dus ook de bijzondere zorgplicht jegens ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel zijn aangesteld voor de uitvoering van andere taken en die in gevaarzettende situaties kunnen geraken. Om die reden heb ik met de partijen in het CGOP afgesproken de regelgeving aangaande de bijzondere zorgplicht mee te nemen in de nog uit te werken regelgeving naar aanleiding van het gehele nieuwe stelsel.

Gegeven dat de bijzondere zorgplicht en het nieuwe stelsel zoveel verband houden met elkaar acht ik het voor de uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid van het gehele stelsel niet verstandig om een deelaspect, onderhavige bijzondere zorgplicht, vooruitlopend op het nieuwe stelsel in werking te laten treden.

Dat zou immers twee maal implementatie en voorlichting vereisen voor de politieorganisatie en zou daarnaast tot verwarring bij de doelgroep kunnen leiden. Het is van belang de politie in staat te stellen een nieuw en compleet stelsel door te denken en te implementeren, inclusief aanpassing van processen en zorgvuldige voorlichting aan de doelgroepen.

Overigens ben ik met de Afdeling van mening dat opname van onderhavige bijzondere zorgplicht in het Besluit algemene rechtspositie politie niet vereist is voor de uitvoering van een deel van de in de nota van toelichting beschreven maatregelen. Om die reden worden de betreffende maatregelen thans inmiddels ook al door de politie uitgevoerd. Het betreft bijvoorbeeld het werken met casemanagers, de uitbreiding van geestelijk verzorgers, instrumentaria om mentale weerbaarheid te meten, trainingen in het kader van preventie en het organiseren van bijeenkomsten voor partners van politiemedewerkers met PTSS.

Daartoe gemachtigd door de ministerraad moge ik U verzoeken goed te vinden dat het advies van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Raad van State en het ontwerpbesluit en de daarbij behorende nota van toelichting, zoals deze aan de Raad van State zijn voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.

De Minister van Justitie en Veiligheid


Voetnoten

(1) In hoofdstuk VII.c, bestaande uit de artikelen 55cc en 55dd. Het Barp vindt zijn grondslag in art. 47, eerste lid, van de Politiewet 2012, waarin is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor de politie regels worden gesteld over de onderwerpen, genoemd in artikel 125, eerste lid, en artikel 125quinquies, eerste lid, van de Ambtenarenwet.
(2) De bijzondere zorgplicht geldt tegenover de (gewezen) (vrijwillige) ambtenaar (van de rijksrecherche) die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Deze zorgplicht is ook van toepassing op de door het bevoegd gezag aangewezen (gewezen) (vrijwillige) ambtenaar (van de rijksrecherche) die is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of rijksrecherche, en die in gevaarzettende situaties kan geraken. Zie artikel 55cc, eerste lid onder a, van het ontwerpbesluit in verbinding met artikel 2 van de Politiewet 2012.
(3) Zie de nota van toelichting onder ‘Inleiding/ algemeen’ en het Arbeidsvoorwaardenakkoord sector politie 2018-2020.
(4) Zie de nota van toelichting onder ‘Inleiding/ algemeen’. In de Veteranenwet zijn zorgplichten opgenomen op het terrein van erkenning en waardering, materiële zorg, maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheidszorg voor veteranen en hun relaties. In het Veteranenbesluit worden deze zorgplichten nader uitgewerkt.
(5) Zo heeft het begrip "relatie" in het ontwerpbesluit (artikel 55cc, eerste lid onder b, van het ontwerpbesluit) een andere betekenis dan in de Veteranenwet (artikel 1, aanhef en onder e, van de Veteranenwet). In de Veteranenwet worden ook bloed- en aanverwanten in de eerste of tweede graad van de veteraan aangemerkt als relatie, terwijl in het ontwerpbesluit alleen bloedverwanten in de eerste graad als relatie worden aangemerkt. Het gaat dan evenwel niet alleen om bloedverwanten in de eerste graad van de ambtenaar, maar ook om bloedverwanten in de eerste graad van diens echtgenoot, echtgenote, weduwe, weduwnaar dan wel de persoon die ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Barp daaronder mede wordt verstaan.
(6) Zie de nota van toelichting onder ‘Inleiding/ algemeen’.
(7) Zie de nota van toelichting onder ‘Inleiding/ algemeen’.
(8) Zie de nota van toelichting onder ‘Inleiding/ algemeen’.
(9) Zie de nota van toelichting onder ‘Inleiding/ algemeen’.
(10) Artikel 55dd, eerste lid, van het ontwerpbesluit.
(11) Zie de nota van toelichting onder ‘Artikelsgewijs’ (artikel 55dd).
(12) Bij de bijzondere zorgplicht voor veteranen speelt het veteranenloket een belangrijke rol. Het Veteranenbesluit geeft aan de functie van het veteranenloket concreter invulling dan het Barp aan de functie van het zorgloket. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid, en artikel 14 van het Veteranenbesluit.
(13) Artikel 55dd, tweede lid onder a-i, van het ontwerpbesluit.
(14) Aanwijzing 4.45 lid 6 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (aanwijzing 4.45 ziet op de in artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 neergelegde verplichting inzake het verschaffen van financiële informatie bij wetgeving).
(15) Kamerstukken II 2019/20, 29628, nr. 945.
(16) Kamerstukken II 2019/20, 29628, nr. 993.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon