Onteigening in de gemeente Voorschoten (onteigeningsplan Noortveer).
- Kenmerk
- W04.19.0287/I
- Datum aanhangig
- 5 september 2019
- Datum vastgesteld
- 27 november 2019
- Datum advies
- 27 november 2019
- Datum publicatie
- 21 januari 2020
- Vindplaats
- Staatscourant 2020, nr. 1873
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Onteigening
Toon inhoud
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 5 september 2019, no.RWS-2019/ 30776, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Voorschoten krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Noortveer).
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 9 december 2019
Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een overwegend groen landschap met op beperkte schaal woningbouw en daarbij behorende voorzieningen. De gemeente Voorschoten wil een oppervlakte van minimaal 15.000 m2 groen- en maximaal 2.000 m2 bebouwing realiseren.
Op de te onteigenen onroerende zaak wordt een groenstructuur aangelegd waarmee verzoeker het landschap beoogt te versterken. Er komt een hoofdweg die de toegang vormt tot het overige plangebied en een calamiteitenweg die tevens dient als recreatieve ontsluitingsroute. Ook worden watergangen, rijwegen, voetpaden en bijbehorende voorzieningen, parkeerplaatsen, leidingen, straatmeubilair en diverse openbare groenvoorzieningen gerealiseerd. Tevens worden er zes grondgebonden woningen gebouwd.
De Afdeling kan zich met het ontwerpbesluit verenigen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE MINISTER VOOR MILIEU EN WONEN