Nota van wijziging bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere wetten ter invoering van een vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs.
- Kenmerk
- W05.16.0116/I
- Datum aanhangig
- 9 mei 2016
- Datum vastgesteld
- 11 mei 2016
- Datum advies
- 11 mei 2016
- Datum publicatie
- 17 februari 2022
- Vindplaats
- Staatscourant 2022, nr. 295
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Wet
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 9 mei 2016, no.2016000045, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere wetten ter invoering van een vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs, met toelichting.
De nota van wijziging geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Hij geeft U in overweging goed te vinden dat de nota van wijziging wordt gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 januari 2017
Bij nadere afweging heb ik besloten om deze nota van wijziging op het wetsvoorstel niet in te dienen. De nota bood de mogelijkheid om bij opleidingen met een capaciteitsbeperking de beschikbare plaatsen niet alleen op basis van objectieve criteria als loting of volgorde van aanmelding, te kunnen toewijzen, maar ook op basis van kwalitatieve criteria. Dit zou echter kunnen leiden tot ongelijke kansen op toelating van jongeren die wel aan de wettelijke vooropleidingseisen voldoen, maar niet aan per instelling te stellen nadere kwalitatieve criteria als cijferlijsten van de vooropleiding, motivatie of resultaten bij een proefles of portfolio.
Dit risico acht ik ongewenst, omdat ik iedere student met de juiste vooropleiding een gelijke kans wil geven om zich te bewijzen in de opleiding van haar of zijn keuze.
Ik moge u derhalve, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken, verzoeken goed te vinden dat het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Nader rapport (reactie op het advies) van 19 november 2021
Een kabinetsreactie op deze twee adviezen is door verschillende omstandigheden nooit uitgebracht, terwijl het kabinet daartoe wel verplicht is. Met het alsnog uitbrengen van het nader rapport is beoogd deze omissie te herstellen. Vanwege de tijd die inmiddels is verstreken, is het voornemen zoals voorgelegd in het wetsvoorstel en de nota van wijziging niet meer actueel. Ook de adviezen van de Raad van State zijn inmiddels zodanig oud dat dit niet noodzakelijkerwijs de huidige opvattingen van de Afdeling advisering van de Raad van State weergeeft. Onder deze omstandigheden wordt een inhoudelijke reactie van het kabinet op deze adviezen niet meer opportuun geacht.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad geef ik U in overweging het hierbij gevoegde voorstel van wet en gevoegde nota van wijziging niet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media