Voorstel van wet van het lid Kuijper tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de bestrijding van het illegaal bezit van wapens en daarmee samenhangend geweld.
- Kenmerk
- W03.01.0105/I
- Datum aanhangig
- 21 februari 2001
- Datum vastgesteld
- 25 april 2001
- Datum advies
- 14 mei 2001
- Datum publicatie
- 19 mei 2022
- Vindplaats
- Website Tweede Kamer
- Justitie en Veiligheid
- Initiatiefwet
Toon inhoud
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 20 februari 2001, heeft de Tweede Kamer bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Kuijper tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de bestrijding van het illegaal bezit van wapens en daarmee samenhangend geweld, met memorie van toelichting.
Het wetsvoorstel strekt tot verruiming van de in artikel 51 van de Wet wapens en munitie (Wwm) neergelegde bevoegdheid van de politie om vervoermiddelen te onderzoeken. Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot de navolgende opmerkingen.
1. Het doorzoeken van een vervoermiddel door een opsporingsambtenaar moet naar het oordeel van de Raad worden aangemerkt als een in artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden bedoelde inmenging van het openbaar gezag in de uitoefening van het recht op privéleven van de inzittenden. (zie noot 1)
Ingevolge het tweede lid van dat verdragsartikel is zulk een inmenging slechts toegestaan in de daar genoemde gevallen.
Het voorgestelde eerste lid van artikel 51 Wwm, waarin aan opsporingsambtenaren zonder enige beperking naar plaats, aanleiding of doel de bevoegdheid wordt verleend om vervoermiddelen te onderzoeken, (zie noot 2) is naar de mening van de Raad niet verenigbaar met genoemd verdragsartikel.
De Raad merkt in dit verband nog op dat de in de artikelen 11 en 14 van de Douanewet aan de inspecteur verleende bevoegdheid tot het onderzoeken van vervoermiddelen blijkens die artikelen is beperkt tot gevallen, waarin controle plaatsvindt op de naleving van wettelijke bepalingen, in het bijzonder die inzake de rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer.
2. Voor de overige aspecten van het voorstel verwijst de Raad naar zijn adviezen, uitgebracht over het voorstel van wet van het Lid Van de Camp tot wijziging van Gemeentewet en de Wwm in verband met de bestrijding van wapengeweld (zie noot 3) en over het voorstel tot wijziging van de Wwm met betrekking tot onderzoek aan de kleding en het onderzoeken van vervoermiddelen en van de Gemeentewet met betrekking tot de aanwijzing van gebieden. (zie noot 4)
De Vice-President van de Raad van State
Voetnoten
(1) In die zin reeds de Europese commissie in de zaak 6488172. X v. België, Yearbook XVII (1974) p. 222 (226).
(2) Blijkens de in de toelichting gegeven voorbeelden (zoeken in het handschoenenkastje en onder de bestuurdersstoel) wordt hier kennelijk bedoeld de bevoegdheid het vervoermiddel te doorzoeken, zoals dat begrip wordt gebruikt onder andere in artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering.
(3) Advies van 17 februari 2000. kamerstukken 1999/2000, 26 865, A.
(4) Advies van 22 december 2000, kamerstukken II 2000/01, 27 605, A.