Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.02.0261/III

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (afschaffing van de vrijstelling van gemeentelijke vervoerbedrijven voor de vennootschapsbelasting).

Kenmerk
W06.02.0261/III
Datum aanhangig
25 juni 2002
Datum vastgesteld
17 juli 2002
Datum advies
19 juli 2002
Datum publicatie
16 juni 2022
Vindplaats
Staatscourant 2022, nr. 13984
  • Financiën
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 25 juni 2002, no.02.002940, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (afschaffing van de vrijstelling van gemeentelijke vervoerbedrijven voor de vennootschapsbelasting).

Het voorstel heeft betrekking op de afschaffing van de vennootschapsbelastingvrijstelling voor gemeentelijke vervoerbedrijven. De Raad van State adviseert de mede opgenomen overgangsregeling voor door de Stichting Participatiefonds Gemeentelijke Vervoerbedrijven (hierna: het Participatiefonds) te nemen participaties aan te passen.

1. De Raad merkt op, dat bij Tweede nota van wijziging op het wetsvoorstel afschaffing vrijstelling enkele overheidsbedrijven en voorkoming incidentele voor- en nadelen (Kamerstukken II 2001/02, 27 784, nr.10) de belastingplicht van gemeentelijke vervoerbedrijven uit dat voorstel is gelicht, met als motivering de enkele verwijzing naar de discussie die tijdens de schriftelijke behandeling van dat wetsvoorstel is gevoerd.

De Raad adviseert in de toelichting op het onderhavige voorstel in ieder geval in te gaan op de punten die in deze discussie nog niet zijn uitgekristalliseerd en op de keuzes die nader gemaakt moeten worden.

2. Het tijdstip waarop de vrijstelling voor gemeentelijke vervoerbedrijven eindigt, is ter discussie gebleven. Voorgesteld wordt thans de afschaffing van de vrijstelling in werking te laten treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip nadat de Staten-Generaal in de gelegenheid zijn gesteld zich daarover uit te laten. Het aanvankelijk voorziene tijdstip van 1 januari 2003 is daarmee onzeker geworden.

De in artikel II van het voorstel opgenomen overgangsregeling blijft ten aanzien van de vervoerbedrijven waarin zal worden deelgenomen door het Participatiefonds wel van de datum van 1 januari 2003 uitgaan. Gelet op de aan de overgangsregeling ten grondslag liggende reden lijkt aanpassing van die datum voor de hand te liggen, omdat anders de belastingplicht voor die vervoerbedrijven steeds op die datum ontstaat.

De Raad adviseert artikel II van het voorstel opnieuw te bezien.

3. Uit de Nota naar aanleiding van het verslag van het hiervoor genoemde wetsvoorstel (Kamerstukken II 2001/02, 27 784, nr.6) is af te leiden dat op 26 september 2001 nog geen participaties in gemeentelijke vervoerbedrijven waren genomen door het Participatiefonds. De in artikel II van het voorstel opgenomen overgangsregeling heeft alleen betekenis, indien voor het tijdstip van afschaffing van de vrijstelling voor vervoerbedrijven participaties in die bedrijven worden genomen.

De Raad adviseert alleen terugwerkende kracht voor artikel II op te nemen, indien daadwerkelijk voor de inwerkingtreding van de wet participaties zullen zijn genomen, en in ieder geval de wet niet langer te laten terugwerken dan tot het tijdstip van het nemen van participaties; de terugwerkende kracht tot 8 september 1999 dient te worden heroverwogen.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 15 maart 2022

De Raad van State heeft op 19 juli 2002 een advies met no. W06.02.0261/IV uitgebracht over het wetsvoorstel houdende wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (afschaffing van de vrijstelling van gemeentelijke vervoerbedrijven in de vennootschapsbelasting). Dit voorstel voorzag in de afschaffing van de vrijstelling van de vennootschapsbelasting voor gemeentelijke vervoerbedrijven en maakte eerder onderdeel uit van het wetsvoorstel afschaffing vrijstelling enkele overheidsbedrijven en voorkoming incidentele voor- en nadelen. (zie noot 1) Het onderdeel met betrekking tot gemeentelijke vervoerbedrijven is destijds bij nota van wijziging (zie noot 2) uit laatstgenoemd wetsvoorstel gelicht. In de zomer van 2002 is vervolgens het afzonderlijke wetsvoorstel afschaffing van de vrijstelling van gemeentelijke vervoerbedrijven voor de vennootschapsbelasting opgesteld, waarop advies is ontvangen. Door de destijds snelle opeenvolging van verkiezingen en kabinetten was er geruime tijd onduidelijkheid over de kabinetsplannen met betrekking tot de belastingplicht van overheidsbedrijven en gemeentelijke vervoerbedrijven. Onderwerpen die toen speelden, waren het wetsvoorstel ‘Markt en Overheid’ en de evaluatie van de Wet personenvervoer 2000. Door verloop van tijd is het wetsvoorstel - dat uiteindelijk ook niet is ingediend bij de Tweede Kamer - uit beeld geraakt en is verzuimd op het advies van de Raad van State een nader rapport uit te brengen. Met onderhavig nader rapport wordt die omissie hersteld. Vanwege de tijd die inmiddels is verstreken, is het wetsvoorstel ingehaald door de actualiteit. Onder deze omstandigheden wordt een inhoudelijke reactie op het advies niet meer opportuun geacht.

Daartoe gemachtigd door de ministerraad geef ik U in overweging het hierbij gevoegde voorstel van wet niet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst


Voetnoten

(1) Kamerstukken II 2000/01, 27784.
(2) Kamerstukken II 2001/02, 27784, nr. 10.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon