Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit politieregisters met het oog op de verstrekking van gegevens aan personen of instanties met een publieke taak belast.
- Kenmerk
- W03.07.0390/II
- Datum aanhangig
- 26 oktober 2007
- Datum vastgesteld
- 9 november 2007
- Datum advies
- 9 november 2007
- Datum publicatie
- 25 februari 2022
- Vindplaats
- Staatscourant 2022, nr. 1020
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 26 oktober 2007, no.07.003502, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit politieregisters met het oog op de verstrekking van gegevens aan personen of instanties met een publieke taak belast, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit regelt de gecentraliseerde rechtstreekse verstrekking van dactyloscopische gegevens binnen de Europese Unie (EU), die voorzien is in het verdrag van Prüm (Trb. 2005, 197). De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de vastlegging van bedoelde verstrekking in een protocol. Hij is van oordeel dat in verband daarmee (enige) aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
Ingevolge artikel 17a van het ontwerpbesluit wordt, ter voldoening aan artikel 39 van het Verdrag van Prüm, van de verstrekking een aantal gegevens vastgelegd. Artikel 39, tweede lid, aanhef en onder c, van het Verdrag van Prüm bepaalt dat de datum en het precieze tijdstip van iedere verstrekking moeten worden vastgelegd, inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven. Artikel 17a, eerste lid, onder d, van het ontwerpbesluit regelt echter slechts de protocollering van de datum van de verstrekking. Daarmee is niet geregeld dat ook het tijdstip van verstrekking moet worden vastgelegd. Evenmin blijkt uit het artikel dat ook de mededeling van het niet bestaan van een gegeven dient te worden geprotocolleerd. De Raad adviseert artikel 17a in deze zin aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 1 december 2021
Een kabinetsreactie op dit advies is door verschillende omstandigheden nooit uitgebracht, terwijl het kabinet daartoe wel verplicht is. Met het alsnog uitbrengen van dit nader rapport is beoogd deze omissie te herstellen. Vanwege de tijd die inmiddels is verstreken, is het voornemen zoals neergelegd in dit ontwerpbesluit niet meer actueel. Ook het advies van de Raad van State is inmiddels zodanig oud dat het niet noodzakelijkerwijs de huidige opvattingen van de Afdeling advisering van de Raad van State weergeven. Onder deze omstandigheden wordt een inhoudelijke reactie van het kabinet op dit advies niet meer opportuun geacht.
Dit ontwerpbesluit strekte tot wijziging van het toenmalige Besluit politieregisters in verband met het verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie (Verdrag van Prüm, Trb. 2005, 197). Dat verdrag voorziet in de mogelijkheid van rechtstreekse bevraging over en weer van vingerafdrukken en DNA-profielen op basis van een systeem van hit/no hit. Van die bevragingen moesten bepaalde gegevens worden vastgelegd (protocolplicht). Dit betrof persoonsgegevens. Het Verdrag van Prüm is voor Nederland in werking getreden op 20 mei 2008. De Raad van State maakt in het advies (dictum III) twee opmerkingen over de protocolplicht, te weten dat niet alleen de datum van verstrekking maar ook het tijdstip van verstrekking moest worden vastgelegd, en dat die mededeling ook bij een no hit moet worden vastgelegd. De Wet politieregisters en het Besluit politieregisters zijn met ingang van 1 januari 2008 vervangen door de Wet politiegegevens en het Besluit politiegegevens. In het Besluit politiegegevens is gevolg gegeven aan de opmerkingen van de Raad van State. Dit is geregeld in het toenmalige artikel 6:4, vijfde lid, onderdelen c en d, van het Besluit politiegegevens (Staatsblad 2007, 550), dat inmiddels is vernummerd tot artikel 6:4, derde lid, onderdelen c en d Bpg (Staatsblad 2021, 446). In de nota van toelichting op het toenmalige artikel 6:4, vijfde lid, Bpg, is aangegeven dat ook de mededeling van het niet voorhanden zijn van een hit, indien bij vergelijking van gegevens niet blijkt dat die gegevens overeenkomen, als een verwerking geldt in de zin van het Verdrag. Hieruit vloeit voort dat ook de mededeling van het niet bestaan van een hit dient te worden geprotocolleerd. Dit betreft dan de datum en het precieze tijdstip van die mededeling en de aanduiding of het kenmerk van de bevragende instantie en de instantie die het bestand beheert.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad geef ik U in overweging het hierbij gevoegde ontwerpbesluit niet te bekrachtigen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
De Minister voor Rechtsbescherming