Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.08.0179/II

Ontwerp-Aanpassingsbesluit Titel 7.13 Burgerlijk Wetboek.

Kenmerk
W03.08.0179/II
Datum aanhangig
22 mei 2008
Datum vastgesteld
9 juli 2008
Datum advies
10 juli 2008
Datum publicatie
25 februari 2022
Vindplaats
Staatscourant 2022, nr. 1020
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Bij Kabinetsmissive van 22 mei 2008, no.08.001498, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot aanpassing van lagere regelgeving aan titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Aanpassingsbesluit Titel 7.13 Burgerlijk Wetboek), met nota van toelichting.

De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (Uitv.besl. BRV). Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. De Raad merkt op dat de toelichting op de wijzigingen van het Uitv.besl. BRV summier is, hoewel de bewoordingen van de bepalingen aanmerkelijk worden gewijzigd. In het bijzonder wijst de Raad op de voorgestelde wijziging van artikel 4, tweede lid, eerste volzin, Uitv.besl. BRV. De vigerende bepaling ziet op de inbreng van afzonderlijke onroerende zaken indien de inbreng volgt op een verkrijging als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel f, onder 1o, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (BRV 1970) (de vrijgestelde verkrijging krachtens verdeling of vereffening), of indien de verkrijging en de inbreng uitsluitend plaatsvinden in verband met de toetreding, uittreding of vervanging van vennoten of plaatsvinden in verband met de toepassing van de gefacilieerde terugkeer uit de besloten vennootschap (artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Vpb 1969)). De voorgestelde bepaling ziet in het algemeen op de verkrijging van een onroerende zaak bij de toetreding, uittreding of vervanging van vennoten, mits de oorspronkelijk inbrengende vennoot verbonden blijft aan de vennootschap.

De Raad adviseert de toelichting op de voorgestelde wijzigingen uit te breiden en bij de wijzigingen aan te geven of en in hoeverre sprake is van een uitbreiding dan wel beperking van de vigerende regeling, alsmede in de toelichting voorbeelden op te nemen, aangezien de wijzigingen veelal zien op gecompliceerde gevallen van samenloop.

2. De Raad merkt op dat in het voorgestelde artikel 5, eerste lid, Uitv.besl. BRV bij omzetting van een niet in de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid gedreven onderneming in een wel in zodanige vorm gedreven onderneming geen voorwaarde meer wordt gesteld aan de tegenprestatie. In de toelichting is geen aandacht gegeven aan het vervallen van de voorwaarde in de vigerende bepaling dat de inbreng tegen toekenning van aandelen dient plaats te vinden, terwijl de tekst van artikel 5, tweede lid, Uitv.besl. BRV naar de bewoordingen wel voortborduurt op het vigerende eerste lid.

De Raad adviseert in de toelichting op het vervallen van de voorwaarde in te gaan.

3. De Raad merkt tevens op dat op grond van het voorgestelde artikel 5, vijfde lid, Uitv.besl. BRV de belastingplicht niet herleeft indien sprake is van een splitsing bedoeld in artikel 5c Uitv.besl. BRV. Voor de toepassing van deze bepaling wordt op grond van het voorgestelde artikel 5, achtste lid, Uitv.besl. BRV onder aandelen mede verstaan de economische deelgerechtigdheid als vennoot in een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid. Het voorstel tot wijziging van het Uitv.besl. BRV heeft anders dan de artikelen 5a en 5b Uitv.besl. BRV geen betrekking op het vigerende artikel 5c Uitv.besl. BRV. Hierdoor missen de bepalingen onderlinge aansluiting.

Tevens is daardoor ook niet voldaan aan de in de nota naar aanleiding van het verslag van de invoeringswet opgenomen toezegging dat artikel 5c Uitv.besl. BRV zou worden aangepast met het oog op de toepassing van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, BRV 1970 (zie noot 1)

De Raad adviseert artikel 5c Uitv.besl. BRV aan te passen.

4. De Raad adviseert de voorwaarde opgenomen in het voorgestelde artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, laatste deel van de volzin, Uitv.besl. BRV toe te lichten.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State


Nader rapport (reactie op het advies) van 1 december 2021

Een kabinetsreactie op dit advies is door verschillende omstandigheden nooit uitgebracht, terwijl het kabinet daartoe wel verplicht is. Met het alsnog uitbrengen van dit nader rapport is beoogd deze omissie te herstellen. Vanwege de tijd die inmiddels is verstreken, is het voornemen zoals neergelegd in dit ontwerpbesluit niet meer actueel. Ook het advies van de Raad van State is inmiddels zodanig oud dat het niet noodzakelijkerwijs de huidige opvattingen van de Afdeling advisering van de Raad van State weergeven. Onder deze omstandigheden wordt een inhoudelijke reactie van het kabinet op dit advies niet meer opportuun geacht.

Dit ontwerpbesluit strekte tot aanpassing van lagere regelgeving die noodzakelijk werd geacht in verband met de Wet tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken 28 746) en de Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken 31 065). De Minister van Veiligheid en Justitie heeft bij brief van 15 december 2011 aan de Eerste Kamer het wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek en het wetsvoorstel Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek ingetrokken.2 Daarmee is tevens de noodzaak tot het ontwerpbesluit vervallen.

Daartoe gemachtigd door de ministerraad geef ik U in overweging het hierbij gevoegde ontwerpbesluit niet te bekrachtigen.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

De Minister voor Rechtsbescherming



Voetnoot

(1) Kamerstukken II 2007/08, 31 065, nr. 8, blz. 10-11.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon