Toetsingskader bij toepassing hardheidsclausule bij te late aanvraag hersteloperatie toeslagen
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vandaag (16 september 2026) vier uitspraken gedaan over de omstandigheden waaronder de Dienst Toeslagen aanvragen van ouders voor de hersteloperatie toeslagen inhoudelijk moet beoordelen, ondanks dat zij zich te laat hebben aangemeld. Het is voor het eerst dat de Afdeling bestuursrechtspraak zich over het toetsingskader buigt voor de zogenoemde hardheidsclausule bij een te late aanvraag voor de hersteloperatie toeslagen.
Achtergrond
In alle vier de zaken dienden de ouders na 1 januari 2024 een aanvraag in voor een zogenoemde herbeoordeling in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen wees hun aanvragen af, omdat die te laat waren ingediend. De wettelijke aanvraagtermijn liep namelijk van medio 2020 tot 1 januari 2024. De ouders deden allemaal een beroep op de zogenoemde hardheidsclausule. De dienst wees dat af en bleef in alle gevallen bij een afwijzing van de aanvraag vanwege het te laat indienen.
Hardheidsclausule
In de Wet hersteloperatie toeslagen staat een hardheidsclausule die de Dienst Toeslagen de mogelijkheid geeft om in een schrijnend geval af te wijken van de wet. Het moet dan gaan om situaties waarbij “handhaving van de uiterste aanvraagtermijn leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard”. De dienst heeft op de rechtszitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak uitgelegd dat daarvan sprake is als er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de aanvrager geen of slechts een beperkt verwijt kan worden gemaakt dat de aanvraag te laat is ingediend. Maar dan moet de aanvrager wel zo snel mogelijk alsnog een aanvraag hebben ingediend. Onder bijzondere omstandigheden vallen ook schrijnende omstandigheden, zoals ernstige medische omstandigheden of andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. Het moet gaan om bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens een relevant deel van de aanvraagtermijn. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de Dienst Toeslagen de hardheidsclausule op deze manier mag toepassen. Het ligt wel op de weg van de aanvrager om bij de Dienst Toeslagen zo concreet mogelijk aan te geven wat zijn of haar situatie bijzonder maakt.
Gevolg van de uitspraken
De Afdeling bestuursrechtspraak komt vandaag in drie van de vier zaken tot de conclusie dat de Dienst Toeslagen de hardheidsclausule op juiste wijze heeft toegepast. De dienst heeft de aanvragen van deze ouders terecht afgewezen omdat die te laat waren ingediend. In een zaak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat een vrouw in een relevant deel van de aanvraagtermijn door een psychische aandoening niet in staat was om binnen de wettelijke termijn een aanvraag voor de hersteloperatie toeslagen in te dienen. De dienst had aanleiding moeten zien om de hardheidsclausule toe te passen. Dat betekent dat de Dienst Toeslagen alsnog een inhoudelijk besluit moet nemen op haar aanvraag.

Lees hier de uitspraken met zaaknummer 202600974/1, 202601038/1, 202600733/1 en 202600737/1.