Samenvatting adviezen over pakket Belastingplan 2027
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft adviezen uitgebracht over de vier wetsvoorstellen die samen het zogenoemde pakket Belastingplan 2027 vormen. De regering heeft het pakket Belastingplan 2027 op Prinsjesdag, dinsdag 15 september 2026, bij de Tweede Kamer ingediend. Op hetzelfde moment maakt de Afdeling advisering ook haar adviezen over deze voorstellen openbaar.
Bij twee wetsvoorstellen heeft de Afdeling advisering inhoudelijke opmerkingen. Dat zijn deze wetsvoorstellen:
De Afdeling advisering heeft bij dit wetsvoorstel een aantal opmerkingen en adviseert de regering daarmee rekening te houden voordat het wetsvoorstel wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
De Afdeling advisering heeft bij dit wetsvoorstel een aantal bezwaren en adviseert de regering het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.
Voor de overige twee wetsvoorstellen is het advies een zogenoemd ‘conform advies’. Dat betekent dat de Afdeling advisering geen inhoudelijke opmerkingen bij die wetsvoorstellen heeft. Het gaat om deze wetsvoorstellen:
- Overige fiscale maatregelen 2027
- Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024
1. Belastingplan 2027
De Afdeling advisering constateert dat door de late augustusbesluitvorming het voorliggende wetsvoorstel incompleet is, nu de koopkrachtmaatregelen ontbreken. Het valt te verwachten dat meer dan anders rekening moet worden gehouden met aanpassingen nadat de wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer zijn ingediend. De Afdeling advisering geeft in overweging om later in het wetgevingsproces een aanvullend advies over het aangepaste geheel te vragen.
In het pakket Belastingplan 2027 worden een aantal maatregelen voorgesteld met het oog op vereenvoudiging van het belastingstelsel, waaronder aanpassing of afschaffing van enkele negatief geëvalueerde fiscale regelingen. Ook worden meerdere maatregelen voorgesteld die complexiteitsverhogend zijn. De Afdeling advisering adviseert inzicht te bieden in de keuzes om bepaalde fiscale regelingen wel af te schaffen en andere niet en toe te lichten hoe de complexiteitsverhogende maatregelen zich verhouden tot de breedgedragen wens tot een eenvoudiger belastingstelsel te komen.
Met het wetsvoorstel worden een aantal maatregelen die zijn opgenomen in goedkeurende beleidsbesluiten omgezet in wetgeving. Deze maatregelen zijn deels tijdelijk (voor 2026) en deels structureel (voor 2026 en later) en kosten € 420 miljoen. De inzet van goedkeurende beleidsbesluiten met budgettaire gevolgen, die zich voor het jaar 2026 niet meer laten terugdraaien, schuurt met het fiscale legaliteitsbeginsel en het parlementaire budgetrecht. De Afdeling advisering adviseert daarom grotere terughoudendheid bij de inzet van goedkeurende beleidsbesluiten en een ‘nee-tenzij-beleid’ te hanteren. En uit te leggen waarom voor deze maatregelen geen wetsvoorstel via een spoedproces kon worden ingediend.
De Afdeling advisering adviseert verder de verruiming van de forfaitaire regeling in de innovatiebox, de indexatie van de alcoholaccijns en de tijdelijke nihil-stelling van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens nader te motiveren en daarbij in te gaan op de gemaakte keuzes.
2. Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups
Met dit wetsvoorstel wordt in de loonbelasting een specifieke regeling voorgesteld voor werknemers van kwalificerende startups en scale-ups die met aandelenoptierechten worden beloond. Het heffingsmoment over deze werknemersopties wordt uitgesteld naar het moment van verkoop van de met de opties verkregen aandelen en het voordeel uit aandelenopties wordt voor 65% in plaats van 100% belast. Ter dekking van deze maatregelen worden in de inkomstenbelasting de meewerkaftrek en de stakingsaftrek eerst beperkt tot 25% en na drie jaar helemaal afgeschaft.
De Afdeling advisering onderschrijft het belang van innovatie en groei van innovatieve bedrijven, in het bijzonder van startups en scale-ups, maar constateert dat dit wetsvoorstel geen oplossing biedt voor het eigenlijke probleem van het ontbreken van een Europese kapitaalmarkt. Verder ontbreekt een gedegen probleemanalyse. De Afdeling advisering adviseert alsnog de bestaande regeling te evalueren en vervolgens te bekijken of wijzigingen echt nodig zijn. Ook adviseert zij te onderbouwen dat er een probleem is dat de overheid moet oplossen met een fiscale maatregel. En als dat het geval is, dat de voorgestelde fiscale maatregelen de meest effectieve en meest doelmatige oplossing zijn.
De Afdeling advisering ziet bovendien kwetsbaarheden in het licht van het gelijkheidsbeginsel. Zij adviseert de vraag of er sprake is van gelijke gevallen te beantwoorden en als dat zo is daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging te geven. Als dat niet het geval is, adviseert de Afdeling advisering de maatregelen te schrappen.
Ook voor wat betreft staatssteun ziet zij kwetsbaarheden. Zij adviseert bij de wens om aan te sluiten bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening eerst de herziening daarvan af te wachten. Voor een algehele goedkeuring adviseert zij een notificatieprocedure te starten en het wetsvoorstel pas na goedkeuring door de Europese Commissie in te dienen.
Verder maakt de Afdeling advisering opmerkingen over de voorbehouden van de Belastingdienst over de handhaafbaarheid en fraudebestendigheid van de maatregelen, de uitvoerbaarheid door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de doenbaarheid voor betrokken bedrijven en de toename van de regeldruk.
Vanwege al het voorgaande adviseert de Afdeling advisering de voorgestelde fiscale maatregelen voor startups en scale-ups fundamenteel aan te passen en in ieder geval uit het pakket Belastingplan te halen.
